Hoofdstuk 2

4 1 0
                                    

Ik wordt langzaam wakker en kijk om en dan herinner ik weer waar ik ben, in mijn nieuwe kamer. Ik trek een oversized trui aan en loop naar beneden. Lou en Liv zijn natuurlijk al op om met de pups te spelen. "Hey," Zeg ik met een enig ochtend humeur. Ik loop door naar de keuken en pak uit de koelkast twee stuks fruit. Ik snij het fruit en ga aan tafel zitten. Mijn zusje maken nogal veel geluid voor de ochtend, maar ik weet als ik er iets van zeg dan heb ik officieel de oorlog gestart, denk ik. En twee tegen een ga ik toch niet winnen. Als ik mijn ontbijt op heb loop ik naar boven om mijn sportlegging en top aan te trekken om even te gaan hardlopen. Kan ik nog even weg uit dit hol. Misschien kom ik nog iets interessant tegen. Ik doe mijn oudroze sportlegging aan met een gebroken witte croptop met lange mouwen. Ik doe mijn oortje inpluggen in mijn telefoon en zet een playlist op. Ik loop naar benende. "Ik ga even lopen," zeg ik en loop de deur uit. Ik volg het bospad achter ons huis en loop het pad af ga dan links. Ik loop op een hoog tempo door het bos de hoge oude bomen die mij omringen. Mijn longen beginnen te branden en mijn hartslag is hoog. Ik ga even zitten en kijk om me heen. Het is hier best wel mooi de hele hoge bomen en als ik goed kijk zie ik in de verte een hertje lopen.

Ik ga weer staan als mijn hartslag is gedaald en mijn longen niet meer branden. Ik loop rustig verder en zie in de verte een open plek. Ik loop er naar toe. Het ligt beschut achter een paar bomen. Het is een meertje. Niet heel groot, maar heel mooi. De hoge bomen omringen het water. Waar ik sta is een kleine stijger en een klein strandje. Een paar meter verder op zie ik een houtenhuisje staan het lijkt al oud en op traditionele manier gebouwd. Het water is hemelsblauw. Het ziet er heel koud uit, maar als ik het voel valt het wel mee en is het nog best warm water. De stijger ziet er uit alsof er al honderd jaar niets meer aan gedaan is. Er zijn een aantal planken uit en het staal is aan het roesten. Ik ga even op het zand zitten en kijk naar de reflectie van de zon in het water. Het is zacht zand en luister naar mijn lievelingsnummer van Adel. Ik, Yara en nog drie vrienden hebben dit nummer gezongen op de bonte avond van het kamp vorig jaar. Alle herinneringen komen weer naar boven. De feest avond waar ik en mijn vriendin iets te veel hadden gedronken en mega vals op een tafel aan het zingen waren en toen kwamen de docenten achter het feest en kwamen binnen. De muziek ging uit maar wij bleven kei hard zingen. Iedereen lachten on natuurlijk uit, maar zelf hadden we heel veel lol.
De bonte avond waar we iedereen aan het huilen kregen toen we wel juist hadden gezongen en blijkbaar ook een gevoelige snaar raakte. Dat Roar en ik waren weggeslopen bij het tentenkamp en samen in een ijskoud meer zijn gesprongen samen waar we voor het eerst hadden gezoend. Er komen zoveel herinneringen op en er rollen zacht tranen over mijn wangen, maar ik moet ook lachen als ik aan deze herinneringen denk. Dan wordt ik gestoord door mijn telefoon die afgaat. Dat ik hier bereik heb verbaast me, maar als ik zie dat het Mats is neem ik maar even op. "Hey Jools, waar ben je?" "Ik ben even aan het hardlopen ben bijna op de helft, maar wat is er?" "We gaan zo met iedereen naar de stad om spullen te halen voor onze kamers ga je mee?" "Ja, is goed. Hoe laat gaan we?" "Over een uurtje dus je moet een beetje op schieten als je mee wilt," "Is goed ik kom er aan. Kan je dat doorgeven aan papa en mama." Dan hangen we op.

Ik sta op uit het zand en ga weer in hoog tempo naar huis hardlopen. Ik merk wel dat ik echt iets moet doen aan mijn conditie. Dus dat wordt weer een sportschema in maken zodat ik weer een beetje een conditie krijg. Is niet alleen handig voor het dansen, maar is ook in het algemeen gewoon fijn om te hebben.
Binnen twintig minuten ben ik thuis en zeg kort hoi en gaan dan naar boven. Doe mijn haren in een knot en ga snel onder de douch om het zweet van me af te spoelen en mezelf even op te frissen. Ik ga weer onder de douch uit en droog mezelf af. Ik haal mijn haar ook weer uit de knot en loop met een handdoek om naar mijn kamer. Kijk in mijn koffer over wat ik zal aan doen. Ik pak mijn leren broek uit de koffer en doe mijn witte t-shirt aan. Het t-shirt doe ik aan de linkerkant in mijn broek en kijk in de spiegel. Prima, nu alleen nog even mijn haar fixen, denk ik bij mezelf. Ik loop naar de badkamer en doe snel mijn haar in een hoge staart. Ik pak mijn telefoon en loop naar benende. "Ben je daar nou eindelijk," Plaagt Mats mij. Ik negeer hem en pak Belle op die voor mij staat. "Gaan Belle en Balou mee of niet?" "Nee die blijven even thuis dus als jij ze even in de keuken wil neer zetten zou dat heel fijn zijn," Antwoordt mijn moeder. Ik pak Balou in de andere hand op en til ze naar de keuken.


-


We komen aan in de stad. We hebben een uur moeten rijden. Ik heb lekker achterin geslapen zoals altijd eigenlijk. We lopen richting de bedden zaak. We mogen allemaal een nieuw bed kiezen, want onze eigen bedden die konden niet mee dus krijgen we nieuwe. Ik wil graag een tweepersoonsbed met een leer look uitstraling. Ik loop rond en ga naar boven en daar zie ik het bed dat ik wil. Het is een boxspring met doorleeft zwart leer. Het heeft koperen pootjes en het is een breed tweepersoonsbed. Ik ga op het bed liggen en het ligt ook nog eens goed. Ik weet waar ik het neer wil zeten in de hoek langs de muur aan de deur kant. Ik zoek er nog een nachtkastje bij. Dat eigenlijk gewoon een boomstam is op de hoogte van het bed. Ik zie mijn kamer al steeds meer voor me. Yara had toch misschien een beetje gelijk dat er nog wel iets leuks te vinden is in dit gat. Ik vind het wel stom dat Roar niks meer van zich heeft laten horen. Ik ben weg en hij laat ook niks meer van zich horen wat voor vriendje is dat dan.



Sorry voor de saaie hoofdstukken, maar ik beloof dat het beter gaat worden. XX

Het meisje aan het meerWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu