Hoofdstuk 64: Nieuwe Dag, Nieuwe Kansen

32 3 4
                                    

Ik zou zo graag willen dat ik dit niet hoefde te zeggen, maar ik blijf doorsnikken en ik kijk nu weg van Diana. Ik voel me beschaamd en tegelijkertijd getroost. Ik voel de laatste tijd zoveel emoties, waaronder zoveel in tegenstrijd met elkaar, dat ik nu ook allemaal niet meer weet van hoe, wat...

Diana had mijn tranen weggeveegd en daarmee wil ik nu ook dat het stopt. Ik knik wat trillend bij haar woorden en daarmee wordt ik er weer aan herinnerd dat onze ouders er niet meer zijn... ja, qua familie, hebben we alleen elkaar nog. En hiervoor dacht ik dat dat een last was, om Diana te hebben. Liever alleen... maar ik weet nu dus dat al dat alleen zijn helemaal niet goed voor me is geweest. Ik heb mensen nodig, om me heen, en nee, niet alleen voor praktische zaken, waarbij elke koning generaals en hertogen heeft.

Maar nu ik dit beseft heb betekent niet dat al mijn problemen spontaan opgelost zijn... verre van. "Ik weet niet wat ik nu moet Diana..." Biecht ik in een zware stem bij haar op. Mijn keel voelt opgezwollen.

Ik kijk nu weer naar haar en ze veegt haar eigen tranen weg nu. Ze schraapt haar keel en met een paar keer knipperen houdt ze haar kin omhoog. Ze gaat rechter zitten. Ik zie hoe ze nadenkt, hoe haar ogen de kamer rondspringen bij elke stap haar brein maakt. "Je hebt hier aluminium nodig... kan dat iets specifieker, Bart?"

Hoe ze over de missie zelf begint, begin ik het idee te krijgen dat ze gewoon door wilt gaan. Dat ze hoop ziet. En ook al zei ze het net nog, dat ze het niet op gaat geven, ben ik alsnog verbaasd met hoe snel ze het weer op wilt pikken. "...Ja. Ik heb de beste smid nodig, en snel. Voor een zwaard. Jurgen weet er van. Praat met Anna, zij kan het je beter uitleggen dan dat ik dat kan. Ik had al tegen Jurgen gezegd net dat ik morgen bij zonsopgang bij de troonzaal zal staan om daar naartoe te gaan, maar ik weet niet... of dat echt is doorgedrongen bij hem. Voor de rest had ik Joris nog belooft terug te komen vandaag en ook ligt mijn tas volgens mij nog in de vergaderzaal van het paleis..."

"Dan haal ik Anna erbij en spreek ik zo nog met Keizer Jurgen om te zorgen dat we morgenochtend gelijk naar die smid kunnen en om je tas te halen. Ik zal daarna inchecken bij Joris." Concludeert ze met een stevige knik. Dan wilt ze alweer opstaan om het te regelen, en ik durf haast niks tegen te spreken om haar te stoppen, maar zodra ze mijn onzekere blik opvangt verzacht haar blik en legt ze een hand op mijn schouder. "Maak je geen zorgen... ik zal praten met de verpleging hier, om te zorgen dat je wat te eten en te drinken krijgt, wat comfortabelere kleding, en de gelegenheid om je op te frissen. Dat moet goed komen... het ziet er goed uit hier, dit Fenrin... en ik zal je op tijd ophalen morgenochtend. Rust voor nu maar even goed uit."

Ik zucht en het voelt of als er een last van mijn schouders afvalt. Ik zou niet weten wat ik zou moeten zeggen als iemand me vroeg wat ik nodig had nu, maar dit is het. Dit, wat Diana me belooft. Misschien is dit de eerste keer dat ik me gerustgesteld voel bij het feit dat ik in het ziekenhuis lig. Dat ik me er bij neerleg dat ik ziek ben, en dat ik hulp nodig heb. "Dankjewel..."

Diana glimlacht even, en daarna verlaat ze dan echt de kamer. En ik snap ook niet waarom, maar voor de één of andere reden is het geluid van een deur die dichtschuift fijner dan eentje die dichtgetrokken wordt.

Ik moet dan de gehele situatie even verwerken voordat ik in actie kom. Met een kreun ga ik rechtop zitten en zo trek ik mijn schoenen en sokken uit, en daarna doe ik mijn riem af. Het was goed genoeg voor net, maar nu ik werkelijk wil rusten zit het me echt in de weg. Ik blijf daarna maar een beetje ongeduldig wachten, maar ze mogen blij genoeg zijn dat ik keurig in bed blijf voor de rest.

Het blijft even zo en ik word wakker gemaakt op een moment waar ik niet doorhad dat ik überhaupt in slaap was gevallen. Een verpleegster, een gastvrouw en een arts waren binnengekomen. Ik weet niet wat Diana dat ziekenhuis allemaal heeft toegefluisterd maar het maakt me wel een beetje zenuwachtig... ik weet het, ik ben 'ziek', maar ik wil er liever niet constant aan herinnert worden. Het zelf accepteren is één ding, en daarna nog het om hulp vragen... maar wanneer anderen me zo moeten zien, verzwakt, doet het me als een gefaalde man voelen. Nog steeds.

De arts stelde me vragen over hoe ik mij voelde op dit moment, de verpleegster nam ondertussen mijn bloeddruk en meette mijn hartslag, en de gastvrouw zette eten neer en legde een nieuwe outfit voor mij klaar over de rugleuning van de stoel naast mijn bed. Ook werd er aangekondigd dat ik in bad kon gaan als ik daar behoefte aan had, aan het einde van de hal links. En nadat ik ze voor mijn gevoel allemaal van me afgevochten heb, ben ik weer alleen. In plaats van al mijn gepieker probeer ik me maar gewoon te concentreren. Ik begin maar gewoon aan het eten, wat vooral uit vis, rijst, en groente en fruit bestaat. In principe niet erg anders dan Kanta Tribo, maar alsnog... vreemd. Het staat er gewoon op een andere manier bij, op beige plankjes, in fraaie geschilderde keramieken schaaltjes, alles in keurige stukjes gesneden en compact naast elkaar gelegd. Daarnaast heb ik geen bestek bij de hand. In plaats daarvan heb ik slechts twee stokjes gekregen, maar zonder enige instructies in hoe ik deze in vredesnaam gebruik, ben ik maar een beetje onhandig met mijn handen aan het eten.

Maar bij het eten blijft het niet. Ook het drinken is apart. Mij is thee geserveerd. Het heeft een lentegroene kleur en een geur komt er vanaf die ik nog nooit eerder heb erkent. Na een slokje geprobeerd te hebben kan ik nu identificeren dat het nogal bitter is... is dit soms mijn medicatie? Ik ben toch haast bang van wel, dus ergens gehoorzaam drink ik het maar gewoon op.

En dan nog de kleding... als eerst een tweedelige outfit in het beige van katoen, met een broek die tot mijn knieën komt en een shirt met korte mouwen wat bijna meer op een jasje lijkt doordat ik hem aan de zijkant dicht moet knopen. Daarbij nog een lang, wit gewaad wat ik dicht kan knopen door een band om de middel, en slippers... met zolen van hout. Ik raap ze op en kijk ernaar in alle verbazing. Voorzichtig ga ik met mijn hand over de zool, maar gelukkig komen er geen splinters vanaf, dus dan waag ik het me maar om ze aan te trekken, om de hal op te gaan voor de badkamer.

Lopen op deze schoenen voelt meer dan onwennig, en ik leun half tegen de wand bij elke stap om aan te komen in de badkamer, waarbij ik voor de tweede keer op een rij -na het openen van mijn kamerdeur- vergeet te schuiven in plaats van te duwen. Ik scheldt wat zacht in het Vystariaans bij mijn eigen stommiteiten, maar ik zet al die frustratie gelijk opzij als ik de kamer voor me zie. In de hoek van de kamer staat een grote vierkante badkuip gemaakt van hout, en het water stroomt er in via een holle stok bamboe uit de muur. Tegen de wand rechts van mij staat nog een kuip gevuld met water met een grote houten lepel er in. Vlak daarnaast staat een krukje en tegen de wand is een balk met allerlei schoonheidsproducten erop. Ik begin me maar gewoon uit te kleden en hang de kleding op aan een rek wat ook in de kamer staat... maar wat nu? Ook al is er niemand die me aanstaart heb ik het gevoel of als ik wat fout doe. Ik kijk naar de helderheid van het water en dan weer terug naar de kuip met water. Ik krijg het idee dat ik mezelf eerst moet wassen voordat ik het bad instap, dus dat doe ik dan maar gewoon...

Ik ben er echt voor gaan zitten. Het is echt een tijdje geleden geweest dat ik zo doorgrondig mezelf heb gewassen krijg ik het idee, maar die producten gaven gelijk de motivatie om het wel te doen. Ik heb me geschoren, haast overal, en voor het eerst na een lange, echt lange tijd mijn baard er helemaal af deze keer. Ik weet ook niet waarom precies ik dat nu opeens wilde. Het voelde gewoon goed. Verder heb ik mijn haar en mijn lichaam ook gewassen, evenals gescrubt. Zelfs mijn nagels heb ik genknipt en gescrubt. Ik heb me bijna nog nooit zo schoon gevoeld.

Na dat gedaan te hebben bleef ik maarliefst anderhalf tot twee uur in dat bad zitten in pure stilte. Of als niet alleen mijn lichaam maar ook mijn geest dat echt nodig had. Daarna heb ik me ingesmeerd in wat lotion en heb ik me weer rustig aangekleed om weer terug naar mijn kamer te gaan. Ik had het lange gewaad en de slippers weer uitgetrokken voordat ik weer in bed ging liggen. Mijn rugtas had ik alleen dus achtergelaten in de vergaderzaal van het paleis, dus er zit niks anders op dan echt rusten... één of twee keer was er nog een zuster langsgekomen om te checken of het nog goed gaat. Kort na de tweede keer kwam het avondeten, wat weer vooral rijst en vis was, maar het smaakte goed, dus ik klaagde niet. Na het avondeten lag ik me vooral weer te vervelen en tegen de tijd dat het donker begon te worden lag ik alweer te piekeren, of het met de rest goed ging, zoals Maan, die mij niet eens meer gezien had sinds ik de vergaderzaal in ging... wat moest hij wel niet denken van mij nu. Ongetwijfeld was het nieuws van hoe mijn hart opeens stopte rondgegaan door de groep nu. En ik dacht maar terug aan Eleios, en het visioen wat hij naar Eclypsa zou sturen deze nacht.

Maar toen een zuster voor de laatste keer bij me kwam checken, vroeg ik of ze misschien iets hadden wat me zou kunnen kalmeren, en zo werd mij weer thee geserveerd, 'mugicha' noemde ze het, met echte valeriaan extract er in, wat me zou helpen slapen. Ook werd er wierook aangestoken, 'shoko'. En het hielp allemaal echt. Ik viel snel in slaap die nacht, zonder zorgen, wonderbaarlijk genoeg. Morgen zou Diana me wakker maken, en het zou goedkomen...

Het komt goed.

She Came BackWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu