Hoofdstuk 2 (9 september 2015) - Rosalinde

87 6 11
                                    

Hij knikt een keer en staart het meisje voor hem dan een ongelooflijk lange tijd aan. Meteen slaat ze haar blik neer. Het schaamrood stijgt zichtbaar naar haar wangen. Ze schuift ongemakkelijk heen en weer op de stoel, waarbij ze alsmaar aan de zoom van haar kokerrok trekt. Waarom moest ze ook zo nodig dat onhandige ding aan? Drie passen en een normaal mens ligt al te spartelen op de grond... De stilte weegt als lood. Het laatste restje zelfzekerheid stroomt weg uit haar lichaam. Wat had ze nu gedacht? Dat ze zomaar kon binnenvallen, de zuurverdiende diploma's op tafel kon gooien en meteen de job in de wacht kon slepen? De studie had misschien wel haar gezichtsveld verruimt, die hardnekkige naïviteit was er niet mee verholpen. Het geknipper van zijn pen haalt haar uit haar overpeinzingen.

'Juffrouw Willaerts.'

Als een bang hert vangt ze zijn blik.

'Ja?' Het komt er een beetje ademloos uit. De muren lijken naar elkaar toe te komen, zuurstof wordt in drukkende hoeveelheden opeen gepropt.

'Mooie diploma's heeft u hier.' Met een hand schuift hij de papieren op het bureau wat verder uit elkaar. Ze knikt enkel, terwijl ze hard op haar lip bijt.

'Werkervaring heeft u echter niet.' Daar zul je het hebben, schiet het door haar hoofd. Het hengsel van haar handtas heeft ze al in haar handen. Klaar om zo snel mogelijk weg te gaan, een beleefde glimlach te werpen en nooit meer terug te komen. Och ja, om het potje huilen in de auto maar niet te vergeten.

'Maar', hij wendt de bureaustoel een eindje van haar af, 'ik ben wel bereid u die te geven.' Even staart ze de man ongelovig aan. Heeft hij nu net gezegd dat ze aanvaard is?

'Als u natuurlijk die aanbieding niet wilt aannemen, er zijn voldoende andere sollicitanten die...'

'Nee!' valt ze hem bruusk in de rede. Haar wangen kleuren in een nog diepere tint rood. 'Nee, ik neem de aanbieding aan. Zeer zeker.'

De directeur lacht zijn tandpastaglimlach. 'Goed.' Hij komt recht uit de stoel en maakt aanstalten de deur voor haar te openen. 'Ik laat mijn secretaresse zo snel mogelijk een contract opmaken. Het spreekt vanzelf dat u eerst aan een proefperiode zult onderworpen worden, maar ik meen dat dat geen probleem vormt.' Wanneer ze hem beleefd een hand wil geven in het naar buiten gaan, legt hij in een snelle beweging zijn vingers even tegen haar zij. 'Juffrouw Willaerts', knikt hij ter afscheid.

'Meneer', stottert ze. Wanneer de deur achter haar dicht valt, staat ze alleen in de felverlichte gang. Nagloeiend van deze onverwachte overwinning begint ze te stappen. Wiebelend op de naaldhakken baant ze zich een weg door de kliniek naar de parkeergarage. Het geklik van onder haar voeten verjaagt de stilte in de hol klinkende ruimte. Eindelijk kan ze zich laten vallen op de bestuurdersstoel van de knusse, knalrode Fiat. De hakken belanden al snel aan het voeteneind. Met een pijnlijk gezicht bedenkt ze dat die moorddingen binnenkort deel zullen gaan uitmaken van haar dagdagelijkse leven. Sneakers staan nu eenmaal niet zo professioneel.

Traag beroeren haar handen het leder van het stuur. Binnenkort. De toekomst heeft plots zijn vleugels uitgeslagen en nog steeds kan ze niet geloven dat ze wel degelijk meegevoerd wordt door die frisse wind. Het is haar gelukt. Ineens drupt er een traan van haar wang. Voor ze het weet zit ze onbedaarlijk te schudden en te huilen. Om totaal onverwachte redenen. Haar handen vinden de gsm in het zijvakje van de tas. Ze gaat door de contacten en kiest een nummer. Het duurt even voor de persoon aan de andere kant van de lijn opneemt.

'Rosalinde?' klinkt het hees. Het horen van haar moeders stem doet de dam helemaal breken. Meer tranen sluieren haar zicht. Wanneer ze antwoordt breekt haar stem.

'Ja.'

'Kind toch, ben je nu aan het wenen? Wat is er aan de hand?'

'I-Ik had vandaag een sollicitatiegesprek. Bij de kliniek. En...'

'En ze hebben je niet aangenomen. Kind, ik heb het u nog gezegd. Als net afgestudeerde geraak je daar niet binnen.'

Ze slikt haar tranen in en zwijgt. Het kwetst haar enorm dat haar moeder er maar meteen van uitgaat dat ze wandelen is gestuurd.

'Hallo? Rosalinde? Ben je er nog?'

Ze zucht diep. 'Moeder. Ik ben aangenomen.'

Stilte.

'Oh. Maar dat is fantastisch, kind!'

'Ja.' In een paar seconden is de gehele euforie weggevloeid. Alsof iemand zonet een emmer ijswater uitgestort heeft boven haar hoofd. 'Eh, luister, mama. De rest vertel ik wel eens een ander keer. Ik wou het gewoon even laten weten.'

'Natuurlijk. Geen probleem.'

'Oke. Dag.'

'Dag kind.'

Ze drukt op het rode telefoontje. Haar gezicht trekt van de opgedroogde tranen. Hoofdpijn is komen opzetten bij haar slapen. Nog steeds staat de auto onbeweeglijk op zijn parkeerplaats. De motor wordt gestart en langzaam rijdt ze achteruit. Wanneer het warme licht van de septemberzon haar tegemoet komt, geeft ze extra gas. Want nu mag ze niet stil blijven staan. Nu moet ze doorgaan en zich er blindelings instorten.

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Persoonlijke noot:

Tienduizend maal bedankt voor jullie engelengeduld! Het is immers al een eeuwigheid geleden sinds ik hoofdstuk 1 postte...

Ik hoop dat duidelijk is dat het verhaal uit twee standpunten wordt verteld. Het eerste is dat van Sam (zoals jullie in het vorige hoofdstuk konden lezen) en het tweede dat van Rosalinde (zoals jullie hierboven kunnen lezen). Wat die twee nu in hemelsnaam met mekaar te maken hebben? Wel, dat zal duidelijk worden in de volgende hoofdstukken (waar ik hopelijk niet zo lang aan zal moeten werken... ;) ). Laat maar weten wat jullie ervan denken.

Alvast bedankt voor het lezen en vele groetjes,

Nachtvlinder98.

TijdskinderenWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu