hoofdstuk 2: We ontmoeten piraten

603 18 1
                                    

Atalanta

Ik had het bijna gedaan. Ik had bijna de zilveren pijl gebruikt die altijd doel trof. De pijl die mijn vader voor mijn moeder had gemaakt en… Oké laat maar, ik was in ieder geval blij dat Livia me er van had weerhouden. Ik weet niet waarom, maar het voelde gewoon niet goed om hem nu al te gebruiken.

Ik lag in een hangmat op het dek en genoot van een waterig zonnetje. Ik was gewend geraakt aan het heerlijke Camp Half-Blood klimaat en nu was ik blij dat er na dagen van regen eindelijk een beetje zon was. Ik dronk wat Doctor Pepper (Joe had heel veel blikjes in het ruim aangetroffen) en ondertussen las ik de Odyssee, in het Grieks natuurlijk. Het was best wel een saai boek, maar het was wel handig als je Odysseus’ pad volgde…

‘Hé luilak!’ Jazz kwam aanlopen met een berg touw onder zijn arm. ‘Tijd om eens even te gaan helpen, ik kan niet in mijn eentje al die irritante touwen uit de knoop halen.’

Ik zuchtte maar bleef liggen. Jazz zocht het maar uit. Met zijn Hermes handjes zou het hem toch vast lukken om –

Ik viel op de grond. ‘JAZZ!’ Riep ik geïrriteerd uit. Hij had mijn hangmat omgedraaid en nu lag ik midden in de knopen.

‘Einde Siësta, begin Scooby Doo uit elkaar te halen.’ (Scooby Doo zijn van die touwtjes waarmee kinderen vlechtjes maken, dus niet de hond.)

Met tegenzin begon ik de touwen uit elkaar te halen maar toen ik mijn eerste uit de knoop had, had Jazz er al vier.

‘Jazz, kom op! Jij kan dit veel beter dan ik!’

‘Niet zeuren.’

‘Ik ben de queeste leider!’

‘En ik ben de baas van de knopen. Hupsakee doorwerken.’

Ik zuchtte en ging verder met de touwen en na een halfuur waren we eindelijk klaar. Ik keek naar de horizon en tot mijn schrik zag ik een schip naderen.

‘Wow Jazz, kijk!’ Ik wees op het schip en Jazz hapte naar adem.

‘Nee, kijk die vlag… Dat zijn…’

‘PIRATEN!’

Meteen hadden Jazz en ik alarm geslagen. De rest stond nu samen met ons op het dek en we keken naar het schip dat steeds dichterbij kwam. Het was een 17e eeuws schip, heel erg snel, met kanonnen en een piratenvlag. Als je dit bij elkaar optelt en het deelt met het aantal personen op onze boot heb je: problemen.

‘Dat is niet best,’ zei Elian. ‘Helemaal niet best. Hadden we nu maar een kind van Aphrodite.’

‘Wat zouden we daar nou aan hebben?’ Vroeg ik een beetje jaloers.

‘Charmspeaking,’

Dit zei me helemaal niets maar ik wou dat ik het kon. Op dat moment kwam Livia aanlopen. ‘Piraten?’

‘Arrr…’ Jazz maakte een zeemansgebaar met zijn armen en Joe zei: ‘Joho,’

‘Dit is niet grappig!’ Riep Eliana uit en ze keek naar het schip dat steeds dichterbij kwam. ‘Wat moeten we nou in vredesnaam doen?!’

‘Kom op, we hebben een kraken verslagen.’ Jazz glimlachte alsof het de normaalste zaak van de wereld was. ‘Dan kunnen we ook best een stelletje piraten verslaan.’

‘Een kraken is een monster. Die gaat terug naar Tartarus, dit zijn mensen.’ Livia leek ook niet echt op haar gemak en haar blauwe ogen schoten heen en weer. Iedereen keek verwachtingsvol naar mij, omdat ik de “groepsleider” was.

‘Ehm… Vluchten gaat niet lukken hè?’ Ik keek hoopvol naar Elian maar die schudde zijn hoofd. ‘Dan zit er toch nog maar één ding op? Afwachten.’

De minuten daarna waren slopend. Niemand wist goed wat ze moesten verwachten maar we waren helemaal klaar voor een gevecht. Als het hier op aan zou komen moesten we alleen mensen verslaan, en dat was heel wat anders dan monsters. Ik wou voor geen goud een mens doden, ik at nog liever Joe’s gore boterhammen met pindakaas.

Het schip kwam steeds dichterbij en nu kon ik de mensen zien die er op zaten. Het waren echt piraten met ooglapjes en houten benen. Maar hoe kon dat als zulke piraten eeuwen geleden hadden geleefd? Het schip was nu op 20  meter afstand en bleef nog steeds varen. Hij zou recht langs ons heen varen.

10 meter… Het zweet brak me uit en Elian keek met een rare blik naar de vlag. Het schip ging nu langs ons en ik verwachte elk moment een kogelschot. Dat kwam niet. Ik keek naar de piraten en ze gingen gewoon door met waarmee ze bezig waren, alsof ze ons helemaal niet zagen.

‘Hé!’ Riep Jazz naar de piraten en één van hen keek op. ‘Moeten jullie ons niet aanvallen?’

Op dat moment had ik Jazz echt willen slaan maar ik hield me in. Als ik iemand zou moeten slaan zouden het de piraten zijn. Maar geen enkele piraat zei iets of leek ons ook maar op te merken.

‘Bermuda Driehoek.’ Jazz was helemaal bleek geworden. ‘Dat betekend dus dat we hier vast zitten in de tijd…’

‘Net als mijn eiland!’

Iedereen keek me verbaasd aan en niemand had meer oog voor het piratenschip dat langzaam voorbij ging.

‘Mensen, ik ben ongeveer drie millennia geleden geboren. Mijn moeder stopte me op zo’n eiland waar de tijd vertraagd werd en toen ik oud genoeg was ben ik weggelopen.’

Ze keken me met open mond aan totdat Livia vroeg: ‘Dus we kunnen hier weer wegkomen?’

‘Als het goed is wel,’ zei ik hoopvol maar ik wist het niet zeker. Dit was wel anders dan alleen een eiland. Dit was een zee. ‘We kunnen hier alleen maar wegkomen als we geen rondjes blijven draaien.’

‘Ja, lekker makkelijk als het kompas als een dolle heen en weer gaat.’ Elian keek naar het piratenschip na en toen stond Joe op.

‘Wacht, je zegt dat we geen rondjes moeten draaien. Dat doen die piraten dus wel. Als we hun patroon ontdekt hebben weten we dat als zei rechts of linksaf gaan, wij rechtdoor moeten varen!’

Verbaasd keek ik naar Joe en Elian zei: ‘Joe, je bent geniaal.’

Hij werd rood en keek naar zijn schoenen. Ik wist wat hij dacht…  

The Hunter's Daughter 2Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu