XIV

243 15 2
                                    

Rolf keert weer voor een aantal dagen terug naar zijn roedel. Hij begint ze te missen, en hij verwacht dat het omgekeerd ook wel zo zal zijn. En dat blijkt ook wel zo te zijn, al zijn ze niet meer zo enthousiast als eerst. Rolf merkt, dat zijn macht over de wolven begint te verminderen. Op zich wel begrijpelijk, want hij is veel weg. Het is niet zo, dat Ture en Thryvi zich niet aan hem onderwerpen, maar dat enkele laag geplaatste roedelleden zich anders beginnen te gedragen. Havard heeft zijn oude gewoonte weer aangenomen om naar Rolf te grommen. En zo morren er meer om de afwezigheid van hun leider te laten merken. Rolf schat de situatie snel in. Hij moet snel ingrijpen, want anders zou hij zijn heerschappij wel eens snel kunnen verliezen, en dat zou al zijn plannen in duigen gooien. Hij heeft zijn roedel nu meer dan ooit nodig.

Vanaf een afstandje bekijkt hij zijn roedel. Vele liggen lui te wachten op een teken van hun leider. Ze hebben honger, erg veel wild zit hier niet. Niet genoeg voor zo'n grote roedel als deze. Dus Rolf moet twee problemen oplossen. Hij moet de onrust in zijn roedel uitroeien en zorgen dat ze geen honger meer hebben. Rolf overweegt wat hij het eerste moet doen. Hij besluit eerst het belangrijkste probleem op te lossen, en dat is de honger. Hij zal met ze moeten gaan jagen. En dat zal betekenen, dat zijn verblijf in de roedel enkele dagen langer zal duren. Maar daarmee zal de onrust in de roedel ook wel afnemen. Want Rolf is dan weer langer bij de roedel, en de honger is verdreven. Mochten er dan nog steeds wolven zijn, die problemen hebben met zijn dominantie, dan kan hij nog altijd ingrijpen, en het geeft Rolf ook langer de tijd om te bepalen wat of wie hij moet aanpakken.

Rolf verspilt geen seconde. Als hij plotseling opstaat, heeft hij meteen de aandacht van de hele roedel. Ze kennen hem goed, want dan staat er iets te gebeuren. Dat kan zowel goed zijn, als slecht. Maar het is een opluchting voor de roedel, als Rolf slechts het teken geeft voor de jacht. En ze laten zich maar al te graag leiden door hun leider. Rolf brengt ze ver weg van het dorp, naar een plek waarvan hij weet dat er rond deze tijd veel elanden en herten te vinden zijn. Het is herfst en dat betekent bronstijd. De ideale kans om enkele grote dieren te verschalken. En dat lukt ook. De wolven hebben binnen de kortste keren een hoop prooien gedood, en hun honger gestild. De onrust binnen de roedel begint, zoals Rolf al verwacht had, af te nemen. Maar de problemen zijn nog niet helemaal weg. Havard blijft nog steeds lichtjes grommen naar Rolf, en met hem volgen enkele jonge mannetjes zijn voorbeeld.

Rolf heeft al snel zijn probleem ingeschat. Hij heeft in Havard het hoofdprobleem gevonden, dat zijn heerschappij nog bedreigd. Hij wacht op het moment, dat Havard zich dicht genoeg bij hem bevindt, en valt dan zonder blikken of blozen aan. Als hij zo snel opstaat en op Havard afgestormd komt, laat hij de hele roedel hard schrikken, inclusief Havard zelf. Havard probeert te vluchten, want hij voelt de bui al hangen. Maar het is al te laat. Rolf drukt hem met een handige greep hard op de grond. Dat heeft Rolf in de afgelopen jaren goed geleerd. Hij weet hoe hij een wolf moet uitschakelen. Maar nu is hij niet van plan Havard met een waarschuwing ervan af te laten komen. De roedel stuift uiteen, om hun leider de plaats te geven. Ze voelen instinctief aan, dat dit niet alleen een waarschuwing is voor Havard, maar dat hem nog meer staat te wachten.

En daarmee hebben ze het goed. Rolf voelt zich verraden door Havard, doordat hij alsmaar naar hem blijft grommen. En nu is het genoeg. Als Havard zich niet volledig aan Rolf wil onderwerpen, heeft hij drie keuzes. Zich volledig onderwerpen, vechten tot de dood erop volgt, of vluchten en zijn heil elders gaan zoeken.

Maar al snel is het duidelijk, dat Rolf met de eerste keuze geen genoegen neemt. Hij wil weer een voorbeeld stellen voor de rest van de roedel. En dat krijgt de roedel al snel in de gaten. Het wordt een verbeten en harde strijd. Havard mag dan laag geplaatst zijn, maar hij is sterk en behendig. Maar Rolf is nog sterker en weet alle aanvallen van Havard te pareren. Havard weet dat hij nu geen enkele keuze meer heeft, en vecht voor zijn leven. Maar het is een ongelijke strijd. Rolf is hem vele stappen voor. Als Havard een aanval plaats, zet Rolf een tegenaanval in. Met zijn beide handen grijpt hij de machtige kaken van Havard flink vast, en scheurt ze met een krachtige beweging kapot. Het geluid van krakend bot klinkt, en Havard ligt weerloos op de grond. Maar dat is nog niet genoeg voor Rolf. Hij weet ook wel, dat de strijd nu wel voorbij is, maar zijn woede is nog niet gestild. Met zijn krachtige armen breekt hij dan de nek van de weerloze wolf en smijt dan de wolf achteloos in de struiken.

ÚlfrWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu