De dorpsraad wikkelt het vonnis snel af, want niemand heeft nog echt aandacht voor Raynor. Ze laten Raynor voor oud vuil liggen en breken hun kamp op. Niemand kijkt nog naar hem om, als ze langzaam vertrekken. Een grotere vernedering kon Raynor niet overkomen, en hij wenst dat hij dood zou zijn. Maar zodra iedereen weg is, begint hij behoorlijk angstig te worden. Met zijn gebroken arm en been kan hij zich niet verdedigen. En voor het eerst in zijn leven begint hij doodsangsten uit te staan. Ieder geluid wat hij hoort, doet hem schrikken.
Na een klein half uur hoort hij opeens gekraak, als een dier op een takje trapt. Geschrokken kijkt Raynor om en ziet tot afgrijzen een koppel veelvraten op hem afkomen. Even verwenst hij nog een laatste keer Rolf, als de veelvraten hem onverschrokken aanvallen. Raynor maakt geen enkele kans. Veelvraten zijn onverschrokken dieren, die vaak zelfs dieren aanvallen, die vele malen groter zijn, dan zij zelf. En een ernstige gewonde man vormt al helemaal geen probleem voor twee veelvraten. Rolfs wens voor Raynor komt uit, de veelvraten verwonden hem zoveel, dat hij geen gevaar meer voor hun vormt, en beginnen dan langzaam aan zijn ingewanden te eten en zijn bloed te drinken. Raynor schreeuwt het uit van de pijn, dat zelfs tot in de verte gehoord wordt. Het is een ijselijke kreet van een stervende man.
Iedereen hoort de doodskreet van Raynor en ze weten dat hij ten dode opgeschreven is. En gek genoeg is er niemand die het erg vindt voor Raynor. Daarvoor heeft hij te erge dingen gedaan. Zelfs zijn moeder vindt het nu niet erg, dat hij nu een vreselijke dood zal sterven. Hij heeft het zichzelf verdiend.
Toch is het stil tijdens de tocht over de steppen. Er wordt maar weinig gepraat en zwijgend trekt men voort.
Maar opeens, als ze de top van een lange glooiende heuvel bereiken, stokt hun de adem als ze een ongelofelijke aanblik ze opwacht.
Meer dan honderduizend rendieren grazen hier in een groot en diep dal. Niemand heeft ooit zoveel rendieren bij elkaar gezien.
Rolf loopt naar voren en zegt: 'Dit is een heilige plaats, zelfs voor wolven. Het is de reden, waarom hier zoveel rendieren zijn. Hier grazen de rendieren om genoeg energie voor de winter op te doen. En hier komen ze terug om hun jongen groot te brengen. Nergens zal je ooit meer rendieren vinden, dan hier. In de winter trekken ze hier weg, omdat er dan voor hun niet genoeg voedsel meer is, maar ze komen hier altijd terug.'
Een van de jagers zegt: 'Ik vraag me af, waarom we dit nooit eerder gevonden hebben!'
Rolf glimlacht en zegt: 'Omdat het hier wemelt van de wolven. Geen enkele jager zou het wagen hierheen te komen. Ze zouden sterven in hun poging dit dal te bereiken. De wolven, die hier leven, bewaken hun territorium heel erg goed.'
De jager kijkt Rolf aan en zegt: 'Dus je zegt, dat het hier onveilig is om te komen?'
'Ja, dat begrijp je goed. Tenzij je natuurlijk een doodswens hebt. Dan zijn de wolven hier maar al te bereid om je daarmee te helpen.'
'Maar leer je ons niet, dat ze niets zullen doen, als je in een groep bent?'
'Ja, en normaal is dat ook zo. Maar hier niet. Hier gaat het om het recht te jagen. Wolven bestrijden elkaar hier tot de dood om hier te mogen jagen. En dan zullen ze ook niet aarzelen om enkele mensen, die hier willen jagen, te doden. Want dat zijn immers ook concurenten!'
'Oef, dat had ik niet verwacht!'
'Ik heb al vaker gezegd, dat wolven soms niet veel anders zouden zijn als mensen. Mensen doen precies hetzelfde. Ze beschermen hun gebieden, waar ze jagen, waar ze voedsel verbouwen, en waar ze grondstoffen delven. De wolven doen eigenlijk hetzelfde.'
Dat klinkt logisch voor iedereen.
'Maar waarom vallen ze ons niet aan?'
'Er is een hiërarchie tussen de roedels van de wolven. Ook al bestrijden de wolven elkaar om hier te mogen jagen, zodra een roedel wegtrekt, mag de volgende roedel in rang hier jagen. Zo krijgt toch iedereen de kans om hier te jagen. Alleen de sterkste roedel mag de eerste keuze maken. Ze kiezen vaak de jongere, nog onervaren dieren. Die zijn lekker mals en bevatten toch veel vet. En dat is belangrijk voor een wolf om te overleven.'
'Maar dat verklaart nog niet, waarom de wolven ons niet aanvallen!'
'Zou het niet bij je opkomen, dat mijn familie misschien wel de sterkste roedel is en dus daarmee het grootste recht heeft om hier te jagen? Heb je gezien hoeveel wolven er in de roedel zitten? Het zijn er nu negenendertig, de welpen niet meegerekend. Een normale roedel bestaat uit acht, maximaal twaalf wolven. Dus hoe sterk denk je dat mijn roedel is?'
De man knikt. Dit maakt wel indruk.
Een jongeman vraagt aan Rolf: 'Heb jij ook gevochten om dit gebied?'
'Jazeker! En ik durf best te zeggen, dat ik daarbij enkele wolven gedood heb. Het gaat er fel op toe bij zulke gevechten.'
'En wat ga we nu doen?'
'Jullie kunnen hier het kamp opzetten en toekijken. Ik en mijn familie gaan even wat rendieren vangen.'
Rolf verspilt geen tijd en fluit eens schel. Van alle kanten komen er wolven aan gedraafd. Ze kijken hem verwachtingsvol aan. Ze weten waarom ze hier zijn. Maar ze weten het ook, dat ze niets als normaal gaan jagen. Ze voelen een afscheid naderen, en willen hem daarom alles geven, wat ze in zich hebben.
Rolf begint te rennen en de wolven volgen hem op de voet. Ze rennen door de grote kudde rendieren heen, om daarmee een groot gedeelte van de kudde van elkaar te snijden. De kudde drijft in drie delen uit elkaar en als Rolf aangeeft, dat hij het gemunt heeft op het kleinste deel van de kudde, drijven ze de rendieren op naar een doodlopende kloof. Het is al gebeurd, voordat iedereen goed en wel in de gaten heeft, wat er allemaal gebeurt!
De rendieren zitten opgesloten in de kloof. Rolf kan het zelf amper geloven, dat het zo snel is gegaan. Het heeft amper moeite gekost, niet eens een kwartier. Maar nu moet hij nog zorgen, dat de rendieren niet weg kunnen lopen.
Maar de jagers, die aandachtige hebben toegekeken, komen al aansnellen met grote bundels touw, die ze voor dit doel hebben meegenomen. De rendieren worden door de jagers aan elkaar vastgebonden, zodat ze niet meer weg kunnen rennen. Maar het zijn meer dieren, dan ze touw voor hebben. Als Rolf ze telt, zijn het er meer dan zeshonderd. Een van de jagers komt aan Rolf vragen, wat ze met de resterende rendieren moeten doen.
'We doden er drie om vanavond een feestmaal te maken, en de rest is voor mijn familie. Zij moeten ook eten en zij moeten ook delen in het succes van de jacht.'
De jager knikt. Met enkele andere jagers doden ze er drie, en op een wenk van Rolf stormen de wolven zich op enkele overgebleven rendieren. Een twintig tot dertig rendieren, die het geluk hebben om niet gedood te worden laten ze gewoon lopen.

JE LEEST
Úlfr
Historical FictionÚlfr, een heel oud noords woord voor wolf. Hoewel de naam in het boek geen hoofdrol speelt, draait zich alles om dit woord. In de vroege middeleeuwen in Zweden, zo rond 1200 na Chr. leeft er een jongen, genaamt Rolf Hamundsen, die wordt opgevoed doo...