Ik werp een woedende blik naar de deur en steek mijn middelvinger op. Rot op, Felice, ik heb geen zin om met jou te praten op dit moment. Ik besluit haar maar gewoon te negeren, maar helaas mislukt dat wanneer er na een klein moment weer hard op mijn deur gebonsd wordt. "Chief Bart van Kanta Tribo! Ik eis een gesprek!" Roept ze kwaad. "Je hebt helemaal niks te eisen van mij! Tyf een eind op!" Roep ik geïrriteerd terug. Dat was een foute beslissing, want dan stormt Felice mijn kamer binnen, en haar gezicht kookt van woede. Ik schrik me dood en stoot per ongeluk mijn potje inkt om. "Verdomme!" Vloek ik en ren naar de keuken voor een nat doekje.
Als het opgeruimd is kijk ik Felice recht in de ogen aan. Gelukkig is de inkt niet op de kaart maar alleen op mijn bureau en een beetje op de vloer gekomen, anders hadden we nu een groot probleem. "Nou, nu je er toch zo bent, begin maar met je verhaal. Waarom ben je hier?" Vraag ik haar, en Felice begint te praten. "Nou... Van gisteravond. Van de ruzie, hoe je zo uitbarstte, dat je zei van dat je misschien eigenlijk ook best nutteloos was enzo. Je liet mij erg schrikken, Bart. We moeten dit even goed uitpraten." Ik kijk haar aan en eventjes is het stil.
"Zand erover." Zeg ik dan en Felice kijkt mij raar aan. "...Wat?" Vraagt ze voorzichtig. "Zand erover." Herhaal ik. "M-maar... Ik begrijp niet h-hoe-" stottert ze. "Die ruzie was gister, vandaag hebben we geen tijd om ons druk te maken om zoiets onnozel." Leg ik rustig uit. "Dat is waar..." Zucht ze. Ik ben blij dat ze het begrijpt. Meisjes zijn altijd zo ingewikkeld als het om ruzies gaat, wij mannen zijn daar veel simpeler in. "Nou dat is dat. Ik ben trouwens klaar met de voorbereidingen, de hele route is uitgestippeld. We zijn klaar om te vertrekken en niets staat ons nu nog in de we-"
Ik kap mezelf af als een hijgende Maan komt binnenrennen. "BART! JENAVA VALT AAN!" Schreeuwt hij. Dit ga je niet menen. Uit alle dagen waar hij uit kon kiezen koos hij vandaag. Uit woede pak ik de kaart en had die bijna in tweeën gescheurd als Felice mij niet tegen had gehouden. "Bart rustig!" Zegt Felice en pakt mij bij m'n schouders vast. "Als je mij nu gaat vertellen dat ik me in moet houden dan ben ik bang dat ik uit elkaar knal." Zeg ik met grote ogen. "Nee. Ik wilde alleen zeggen: richt al je woede en frustratie op de Jenavanen. Maak ze kapot. Sloop ze." Verteld ze en ik glimlach kort voordat ik snel mijn pijlenkoker op mijn rug doe, mijn boog en zwaard pak en er vandoor ren.
Ik sprint de rest van de soldaten voorbij en kom na een tijdje aan bij de grote muur. Door mijn goede conditie ben ik niet moe door het sprinten en ik kijk naar de andere kant van het niemandsland. Daar staat de muur van de Jenavaanse grens met hun grote leger. Ik krijg een brok in mijn keel, vele keren hebben we van hun al een nederlaag ondergaan. Ik kijk naar mijn twee grootste aartsvijanden en we kijken elkaar recht in de ogen aan ondanks we zo ver uit elkaar staan. De wind op deze hoogvlakte maakt mijn haar nog warriger dan het al van nature is en er hangt een grimmige sfeer. Er is een ijzige stilte en het Kantaanse leger staat naast me op de muur. Op dit niemandsland tussen de twee muren zijn er vele levens verloren gegaan en liggen nog steeds botten en rottende lichamen van mensen die nooit een graf zullen krijgen.
Deze plek is de zwartste vlek van onze landkaart. Een zwart gat waar duistere dingen gebeuren.

JE LEEST
She Came Back
AventuraChief Bart van Kanta Tribo heeft een wand van Ragftagar gekregen, daar zou hij toch echt heel blij moeten zijn? Verkeerd gedacht. Bart is welliswaar allergisch voor de energie van de wand en heeft tot nu toe alles er aan gedaan om hemzelf daar een...