XXXIII

198 9 0
                                    

Rolf kan amper slaap vatten, die nacht. Ondanks dat het bijna vriest, slaapt hij buiten, bij Thyrza en Orsin. Die liggen lekker tegen hem aan, zodat hij het lekker warm heeft. Het is niet vanwege de kou, dat hij niet kan slapen, maar omdat hij te veel aan Selma moet denken. Maar ook over wat Hallvor allemaal zei. En een plan begint zich te vormen, dat wel eens een oplossing kon zijn. En pas als het plan helemaal in zijn kop zit, valt hij in slaap. Maar kort daarna wordt hij al weer wakker. Het is harder gaan waaien en het is ook begonnen met sneeuwen. Daardoor wordt Rolf weer wakker, en hij besluit om toch maar naar binnen te gaan. Tot zijn stomme verbazing staan Thyrza en Orsin op en volgen hem naar binnen. Nu is Thyrza wel al eens vaker naar binnen geweest, maar Orsin nog maar een keer. Hij vindt het binnen niet zo fijn, hij is niet graag opgesloten. Maar nu volgt hij Rolf vrijwillig naar binnen.

Omdat in het huis alle deuren verder open staan, laat Rolf de wolven het vrij om te gaan waar ze willen. Alleen de buitendeur is dicht. Maar Thyrza en Orsin volgen hem naar de slaapkamer, waar ze langs zijn bed gaan liggen. Daar valt Rolf oververmoeid in slaap.

Het is al bijna middag, als hij wakker wordt. Dat is nieuw voor hem, want normaal is hij altijd met zonsopgang wakker. Als hij opstaat, kijken Thyrza en Orsin hem verwachtingsvol aan. Hij omhelst de beide wolven en knuffelt ze, zeer tot hun genoegen. Rolf laat de beide wolven naar buiten, waar ze snel verdwijnen in het bos. Rolf wast zich en kleedt zich snel aan. Als hij naar buiten loopt, wordt hij begroet door zijn buren.

'Laat op, Rolf? Wist je al, dat er vanmiddag een dorpsverzameling is? Weet jij waarom dat nu moet? Het is ijskoud en het heeft gesneeuwd!'

'Ik weet het wel, maar kan er nu nog niets over zeggen, Karl. Maar het zal je snel duidelijk worden.'

'Jammer, maar niets aan te doen. Zal het lang gaan duren? Ik moet mijn schuurdeur nog maken, en daar wilde ik eigenlijk vanmiddag aan beginnen.'

'Als je hulp nodig hebt, ik help je graag! Je hebt mij immers ook heel erg geholpen!'

'Als je daar tijd voor hebt, graag! Er moeten enkele planken vervangen worden. Ik ben er deze herfst niet aan toe gekomen en nu er steeds slechter weer aan komt, moet ik het wel doen. Anders waait me straks de deur kapot!'

'Ik zal mijn spullen pakken, en dan help ik je meteen mee, Karl. Dan ben je misschien al klaar, voordat de verzameling begint!'

Karl knikt blij. Dat is een meevaller, want Rolf weet wel raad met zijn gereedschap. Rolf mag dan wel een jager zijn, maar doordat hij zijn huis grotendeels zelf gebouwd heeft, heeft hij ook verstand van timmerwerk.

Even later is Rolf, samen met Karl bezig de deur uit de schuur te halen en te repareren. Dat blijkt toch meer werk te zijn, dan ze verwacht hadden, er is meer rot dan Karl verwacht had. Maar desondanks is de deur ruimschoots op tijd klaar, voordat de dorpsverzameling begint. Rolf zegt tegen Karl: 'Nu moet ik nog iets bedenken voor Thyrza en Orsin. Afgelopen nacht was behoorlijk koud voor de tijd van het jaar, en ze zijn het al wat minder gewend om in zulke koude te slapen, en bovendien zijn ze maar met twee. Normaal houden wolven zich warm door met de hele roedel tegen elkaar te liggen, maar dat kan nu niet meer voor hun. Binnen is het wel warm genoeg, maar wolven moeten ook vrij kunnen zijn. Ze houden er niet van om ingesloten te zijn en dat is eigenlijk wel een probleem.'

Karl antwoordt: 'Jij zal dat beter weten, dan wie dan ook, Rolf. Maar als je hun vrijheid niet wilt beperken, waarom maak je dan geen luik voor ze, waardoor ze wel naar buiten kunnen? Dat moet toch niet zo moeilijk te maken zijn?'

Rolf kijkt Karl verbaasd aan. 'Dat is helemaal geen slecht idee, Karl. Maar hoe moet ik dat dan maken? Het moet ook niet klapperen in de wind.'

'Laat mij er maar eens wat op bedenken, Rolf. Jij hebt mij net geholpen en zo kan ik meteen wat terug doen.'

ÚlfrWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu