Hoofdstuk 31: Romantische boottocht... met een kater

165 17 8
                                    

Wakker worden van een kater is nooit fijn, vooral wanneer je op een gevaarlijke missie bent om een geneesmiddel te vinden voor je levensbedreigende allergie. Ik moet me even goed oriënteren waar ik nou precies ben, en hoe ik hier gekomen ben. Het lijkt wel of als de hele ruimte waar ik in ben aan het schommelen is. Ik heb barstende koppijn en ik kreun voordat ik moeizaam mijn ogen open doe.

Ik ben niet in de tent, ik ben in een kamer. Ik realiseer me nu pas dat ik op een boot zit... huh?! Ben ik gevangen genomen? Ontvoerd? Ik heb geen idee, ik kan me niks meer van gisteravond herinneren, en als ik dat probeer te doen wordt mijn hoofdpijn alleen maar erger. Ik ga langzaam rechtop zitten en ik wrijf even in mijn ogen. Mijn hemel, ik moet wel echt behoorlijk gezopen hebben om me zo beroert te voelen.

Ik sta rustig op doormiddel van mezelf op te trekken met de reling van het bed. Ik voel me raar, ja gôh... ik heb een kater. Maar ik heb vaak genoeg een kater gehad, en deze voelt anders. Het is zo verschrikkelijk raar dat ik er de woorden er niet voor kan vinden.

Dan zwaait de deur van mijn kamer opeens in één keer open. Ik word verblind door het zonlicht dat zo gelijk mijn ogen binnen schijnt. Ik val zo achterover terug mijn bed in terwijl ik iemand naar mij toe hoor lopen en volgens mij ook iets op mijn nachtkastje zet.

"Sinds wanneer ben jij een vampier geworden, Bart?" Vraagt, blijkbaar, Felice. "Vampieren bestaan niet." Stel ik vast. "Zeg nooit 'nooit'." Zegt ze daarop terug. "Ik zei ook helemaal niet 'nooit' ik zei 'niet'. Totaal wat anders, dus houdt je mond." Zeur ik. Haar irritatie-gevoel-straling is zo groot dat ik gewoon aan voel dat Felice nu haar ogen rolt, aangezien ik nu levenloos naar het plafond aan het staren ben.

"Hoe dan ook... zijn jouw katers altijd zo erg?" Vraagt ze. Ik frons, want... nee. Dat zijn ze niet. "Nee...?" Vertel ik haar een beetje onzeker. "Wat zou dan denk je een begrijpelijke reden zijn voor dat het deze keer erger is dan normaal?" Vraagt ze voorzichtig, want waarschijnlijk weet ze het antwoord erop toch al. "Nee..." Zeg ik kreunend.

Felice zucht en gaat vlak naast waar ik lig op het bed zitten. We kijken elkaar beiden aan. "Je haar zit leuk zo, wanneer het in een staart zit..." Complimenteer ik haar. "Dankjewel," Zegt ze lief, "Gisteravond gaf je ook al zulke complimentjes de hele tijd, maar die nam ik niet echt tot me toe omdat je dus dronken was..." Verteld ze erbij.

"Gisteravond-? Oh, natuurlijk... we... we zitten toch op een boot nu omdat we naar een casino wilde-" Ik haal een hand door mijn haar, raar genoeg hopend dat het mijn hoofdpijn zal verlichten, maar nee hoor. "Ga anders eerst even rechtop zitten, ik heb een paracetamol en glas water voor je meegenomen." Stelt ze voor en ze reikt haar hand naar me uit. Ik pak haar hand vast en ze trekt me in één keer zo overeind. "Bedankt," Zeg ik terwijl ik het glas water en de paracetamol aanpak van haar. Ik stop de paracetamol in mijn mond en slik hem door met behulp van het het water.

Felice staat weer op, "Ik ga kijken hoe het met de rest is." Zegt ze terwijl ze naar de deur loopt, "Roep me wanneer je me nodig hebt." Zegt Felice nog voordat ze de kamer verlaat. Ik kijk om me heen; er staan vier bedden in de kamer, en de kamer is erg groot. In een hoek staat er nog een tafel met aan beide kanten van de tafel een houten bankje. Er staan ook wat verschillende soorten kasten tegen de muur aan; kledingkasten, boekenkasten en ladekasten. Ik sta op en kijk of er iets in zit. Ik doe een kast open en zie alleen onze spullen en wat kleding van Maan en mij. Blijkbaar hebben ze alles voor hunzelf en mij al ingericht. Ik pak mijn tas die ook in de kast stond, pak de kaart ervan uit en ga op een bankje zitten aan de tafel.

De hele tijd voel ik al een rare tintelling in mijn handen. Ik schuif de kaart aan de kant, wrijf mijn handen wat over elkaar en hoopt dat de tintelling weg gaat, maar dat gaat 'ie niet. Ik frons en bestudeer mijn handen geconcentreerd, wat is er aan de hand? Opeens komt er een vlam uit mijn handen, en binnen een mum van tijd staan mijn handen in de fik. Ik schrik me dood en sta op,

"FELICE!!" Schreeuw ik wanhopig en bang. Snel wordt de deur al opengedaan, "Bart wat is er- OH MIJN HEMEL! HOE KOMT DAT?!" Gilt ze geschrokken. "IK WEET HET NIET!" Schreeuw ik terug, "Wa-wat moet ik doen?!" Felice rent naar mij toe en doet een hand voor mijn ogen zodat ik niks meer zie. "Probeer rustig te blijven, ik begeleid je ergens toe, stribbel alsjeblieft niet tegen! Op een schaal van één tot tien, hoeveel doet het pijn?" Probeert ze kalmerend te zeggen, maar alsnog kan je horen dat zij ook in paniek is. "Zes!" Zeg ik terug terwijl ik geblind naar buiten wordt begeleidt, wat ik kan voelen aangezien het buiten iets kouder is en het daar natuurlijk waait.

De vlammen doen niet zoveel pijn als je zou denken, maar het prikt wel. Erg raar en ook eng. "Heb je niet ergens een teil met water?!" Vraag ik half-schreeuwend. "S-soort van!" Zegt ze terug. Ik frons, "Wat bedoel je?" Vraag ik. Felice's hand die voor mijn ogen wordt gehouden is aan het trillen. "Sorry!" Zegt ze. "Wat-" Ik snap er helemaal niks van en opeens wordt de hand van mijn ogen weg gehaald. Ik wordt in één beuk naar achter geduwd en val zo over de reling in het water.

She Came BackWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu