cindybrg
- Reads 617
- Votes 84
- Parts 10
Vanuit mijn ooghoeken zag ik Kay wegglippen. Vuile verrader!
Atticus had het ook zien gebeuren, maar om de een of andere reden hield hij zijn mond stijf dicht. Het zou ook niet voor het eerst zijn dat hij de hele dag zijn woede had opgespaard om het vrolijk op mij en alleen mij af te kunnen reageren. Wat had ik toch altijd een geluk!
‘Wel uhm, ik was uhm… Ik was met Kay aan het trainen?’ Voorzichtig keek ik hem vanonder mijn wenkbrauwen aan. Ik was geen verlegen meisje, maar rond bepaalde personen kon ik gewoon helemaal dichtklappen. Niet echt geweldig nieuws voor de kroonprinses.
Atticus verblikte of verbloosde niet onder mijn woorden. Echter, hem kennende kon je er niet uit opmerken of dat een goed of een slecht teken was. In zijn geval kon het namelijk nog alle kanten op gaan.
‘En sinds wanneer denk jij dat dat hier op het oefenveld getolereerd wordt?’ Nog steeds klonk zijn stem neutraal. Wat ik daarmee kon? Helemaal niets. Niente!
‘Uhm, sinds… nu?’ Hoewel mijn stem aardig onvast klonk en ook vertwijfeld, wist ik dat ik alsnog diep in de problemen zou zitten. Niet dat ik nog niet in de problemen zat doordat ik op het oefenveld doodleuk met die vervloekte hond aan het sparren was geweest. Waarom zou ik me er dus niet verder in werken door deze verrekte woorden? Dom Marah, zeer dom!
-----
Dit is het verhaal van Quamarahae - een prinses, een Warrior, een rekruut.