Hij begon breed te grijnzen naar mij, een huiverende blik en twee vurige ogen, pakte mijn wangen vast tussen zijn twee grote handen en keek me recht aan: ''Je kan niemand vertrouwen. Zelfs je eigen niet.'' Hij duwde me ruw opzij, en liep zonder verder nog iets te zeggen weg. -''Indrid!'' riep ik nog na, maar hij was al weg. ''Je moet stoppen met weglopen van je problemen!'' Wat is er toch met jou? Dat is exact wat ik mij af vraag. Maar ik moet kalm blijven, want ik zal daar achter komen. Ik weet nog niet hoe, maar op een dag ontmasker ik zijn grote geheim.