Na een auto-ongeluk onderweg naar Schiphol verliest de 19-jarige Nina haar ouders. Zelf overleeft ze het ongeluk, maar brengt ze weken door in het ziekenhuis, getekend door trauma en verlies. Haar broer Robbie, die samenwoont met de Bankzitters - Raoul, Koen, Milo en Matthy - vangt haar na haar ontslag op. Nina komt in een huis terecht dat vol leven is, maar waar ze zich in het begin verloren en schuldig voelt om haar bestaan.
Langzaam ontstaat er ruimte. Milo wordt haar veilige haven en beste vriend; Robbie en Nina groeien opnieuw naar elkaar toe als broer en zus. Het meest ingewikkeld is haar band met Matthy. Hun contact wordt gekenmerkt door ruzies, stiltes en misverstanden. Beiden dragen hun eigen pijn: Nina worstelt met rouw en schuldgevoel, Matthy met depressie en diep wantrouwen na een destructieve relatie. Juist daardoor voelen ze zich tot elkaar aangetrokken, maar durven ze dat niet toe te laten.
Door gesprekken, confrontaties en momenten van eerlijkheid leren ze niet weg te lopen. Ze kiezen niet voor snelle oplossingen of grote beloften, maar voor blijven, luisteren en tijd nemen. Het huis wordt langzaam een plek waar verdriet en warmte naast elkaar mogen bestaan.
Het verhaal eindigt zonder perfecte antwoorden, maar met een nieuw begrip van "thuis": niet als een plek zonder pijn, maar als een plek waar je niet alleen hoeft te zijn.
Todos os Direitos Reservados