Lang, lang geleden was er geen aarde, geen heelal. De enige wereld die er was was de wereld Rinâsu. Het was een groot land, met uitgestrekte bossen, weiden, woestijnen, rivieren en bergen. In Rinâsu heerste koning noch keizer. De belangrijkste figuur was de Nâs zelf, naar wie Rinâsu vernoemd was. De Nâs had geen vorm of lichaam, was niet zichtbaar voor een sterfelijke ziel. Men wist ook niet welk geslacht het had, maar er werd over een 'hij' gesproken. Ook al had Hij geen lichaam, Hij heerste over Rinâsu. Hij was als een God boven alle goden, een kracht die iedereen aanbad. Hij had Rinâsu geschapen en waakte over Zijn creatie. De Nâs hield steeds een oogje op Rinâsu en het voelde soms zelfs alsof je hem aan de hemel kon zien en zijn gedachten kon horen in de wind. Er was maar één Nâs, heilig en uniek. Hij had niet alleen Rinâsu zelf gevormd maar ook alle levende wezens erin. Er leefden geen mensen in Rinâsu. Wel waren er eenhoorns, de Pegasus, wölven, Aïlys, florts, Thliis, trollen en bürgen. Een van die eenhoorns, Acy genaamd, zou dé keuze moeten maken. Maar de keuze werd vóór hem gemaakt en niets was nog zeker. Iedereen vreesde het onverwachte, maar het was het onmogelijke dat werkelijkheid werd.
Genesis en Duvall zijn meegenomen door heer Griffin en worden gevangen gehouden in zijn zwaarbewaakt fort. Maar er klopt iets niet. Griffins gedrag is vreemd en hij lijkt Genesis niet uitzonderlijk wreed te behandelen, terwijl hij dat wel met zijn broer doet.
Duvall wordt gemarteld en balanceert op het randje van de dood, maar Genesis krijgt alles wat ze wil en wordt door de kille man behandeld met liefde en een verrassende tederheid.
Ondertussen is Pax onderweg naar Terra met het grootste geheim dat hij ooit mee heeft moeten torsen op zijn schouders.
En als iemand erachter komt, staat de toekomst van Terra voor altijd op het spel.
Cover by @RachelS8766