"Ik ben in de zee geboren.
In de nacht dat mama moest bevallen, rolden de golven als reuzen naar het strand en krijste mijn moeder als de meeuwen. Ze riep net zo lang om de zee tot mijn vader er gehoor aan gaf en haar zwoegende lichaam in zijn armen naar buiten droeg. Daar lag ze in een witte jurk op haar rug in de modder, haar benen wijd in de branding. De golven trokken me naar buiten. Voordat mijn vader me vast kon grijpen, had ik al kennis gemaakt met het zilte water."
Als Nimue en Arthur het dagboek van hun verdwenen moeder ontdekken, beginnen ze aan een zoektocht dwars door een wereld vol onverwachte gevaren.
De Stem van de Zee is sprookjesachtig en rauw tegelijk; een verhaal over moeders en dochters, broers en zussen, magie en geheimen.