Ken je dat gevoel?
Tintelingen in je nek, je nekhaartjes komen overeind te staan.
Het gevoel dat iemand naar je kijkt.
Ik draaide me naar links. Christophers diepblauwe ogen boorden zich in de mijne. Onze blikken kruisten elkaar. We keken elkaar enkele seconden aan. Ik zag zowel verbazing als schaamte op zijn gezicht. En toen was het voorbij.
Hij draaide zijn hoofd snel van me weg en ging met zijn aandacht terug naar zijn wiskundeboek.
Verbeelde ik het me nu, of zag ik hem blozen?