Het was geen liefde, maar iets wat erop had kunnen lijken - misschien. Het was de augustus van een mislukte zomer en jouw armen gaven mij meer warmte dan de zon. Misschien was het daarom dat ik bleef. De zon kon mij altijd bekoren, zelfs wanneer haar warmte me verschroeide - al ging ik dan na onbepaalde tijd wel van haar weg. Jij verschroeide me én hield me vast. Ik was een vogeltje in een gouden kooi. Jóuw vogeltje - en jouw armen waren de kooi. Ik was Clytie, jij Apollo. Mijn Apollo. -> I. Een zonnebloem --- Dit en meer.
More details