Chapter Ten

48 5 4
                                        

Scorpius kijkt angstig toe; een vuur rode brief is op de tafel gegooid door de uil van de familie Malfidus. Schorpius’ vrienden stoten hem lachend aan, hun ellebogen prikken in de zij van Scorpius.

‘Maak maar open,’ lacht een Zwadderaar gemeen. Chagrijnig maak ik hem toch open en wacht op de schreeuw van mijn vader.

‘JE BENT GESTOORD, ALLEEN VERSCHRIKKELIJKE ZWADDERAAR ZAL OOIT MET EEN GRIFFOENDOR DATEN, EN AL HELEMAAL MET DIE VERSCHRIKKELIJKE POTTER VAN JE! ZE IS OOK NOG EENS 2 JAAR JONGER, JE ZIT DIEP, DIEP, HEEEL DIEP IN DE PUREE!!’ Je hoort een vrouw sussend praten en de envelop dicht doen. Langzaam vat de rode brulbrief vlam en word het een klein hoopje as. Vlekken verschijnen in de hals van Scorpius en Scorpius’ vriendengroep lacht luid. Als de jongens wat vaker met Scorpius op hadden getrokken dan wisten ze nu dat ze hem niet boos moesten maken, als hij al heel erg boos was.

Boos staat Scorpius op en loopt met grote passen de Grote Zaal uit. De deuren piepen in de oren van Scorpius luider en zijn voetstappen lijken harder dan normaal. Scorpius loopt met grote passen naar buiten, in de richting van de Beukwilg. Snel pakt hij een tak en drukt op een dikke knoest aan de onderkant van de boom. Hij kwam hier al sinds hij voor de eerste keer gepest werd door zijn vrienden, nou, vrienden kan je het niet noemen.

‘Shit, mijn veer,’ schold Scorpius tegen zijn tas, die best wel veerloos was. Hopend op een veer van zijn vrienden keek Scorpius naar Theo Hertenhart. Theo grijnsde alleen gemeen terug.

‘Sorry Scorry, kunnen je papa en mama dat niet doen?’ Scorpius had een brief gekregen waarin stond dat ze alles voor hem zouden doen voor hem, als grapje. Maar hij had niet veracht dat iedereen zo reageerde, hij mocht ze niet heel erg, maar ze hielpen hem wel met dingen. Alleen was hij, niet zoals zijn vader, de leider van het groepje.

‘Nee, ze zijn hier niet,’ zei Scorpius als weerwoord. Iedereen lachte en wees naar hem, die wel bozer werd, natuurlijk. Rode vlekken verschenen in zijn nek, de vlekken waar hij zich zo voor schaamde.

‘Word je boos?’ Treiterend riep iedereen naar hem, behalve Sanne Eeflink, die dook weg onder haar stoel.

‘Ja, ik word boos nou goed!’ Scorpius schreeuwde het uit. Zijn brein leek te ontploffen van woede en hij wou het liefst weg duiken en in een hoekje gaan huilen. Toen professor Hortek binnenkwam namen de jongens hun kans, ze drukten Scopius hoofd in de ketel, waar Scorpius nog bezig was met zijn huiswerk. Het groene sap kwam in aanraking met de hoofdhuid kwam verschenen er verschrikkelijk veel knalrode puistjes. Geschrokken draaide Scorpius zijn hoofd richting de andere Zwadderaars die lachend toekeken. Langzaam ging het bloed van hem koken en werd hij rood in zijn gezicht. Door zijn lichte haar leek het erger, roder en lelijker. Toen professor Hortek er niks van zei piepte Scorpius dat hij even plassen ging. In plaats daarvan rende hij zo snel hij kon naar buiten. In de trappen bleef hij haken met zijn voet. Vloekend en scheldend kwam hij beneden aan de trap. Hinkelend ging hij naar de hoofduitgang, waar hij tegen professor Anderling opbotste. Stotterend probeerde hij iets uit te brengen maar aan het vriendelijke gezicht van professor Anderling te zien was ze in een goede bui.

‘Ik mocht voor Toverdranken vers gras plukken,’ stotterde hij met betraande ogen. Professor Anderling knikte goedkeurend.

‘Wat is er, Malfidus?’ vroeg ze terwijl Scorpius dacht dat ze gedachten kon lezen. Later besefte hij dat het zijn ogen waren.

‘Ge-gestruikeld,’ bracht de jonge Zwadderaar uit. Anderling knikte weer als teken dat hij verder kon lopen. Meteen stamelde hij een badankje, als of zij zijn leven had gered. Langzamer dan eerst vervolgde hij zijn tocht, naar buiten. Toen hij eenmaal de buitenlucht opsnoof kwam alles er uit. Hij wist niet wat er zo erg was aan een keer gepest worden. Blind van tranen liep hij een eindje tot hij bij de Beukwilg aankwam. Die zwiepte hard, als of hij ook boos was. Scorpius pakte een tak en gooide hem boos weg, in de richting van de Beukwilg. Het raakte een lage knoest van de boom, die verstijfde. Geschrokken bekeek Scorpius de situatie, hij kon het hol onder de boom in. Snel vluchtte hij het gat in, voor de boom weer zou gaan bewegen. Een lange tunnel leidde hem tot een krot met dicht getimmerde ramen, een beetje zoal het Krijsende Krot in Zwijnsveld. Opgelucht ging Scorpius zitten, hier kon niemand hem vinden. Een klein notitie blokje kwam tevoorschijn uit zijn tas. Dit was ook de eerste keer dat hij alles opschreef.

You've reached the end of published parts.

⏰ Last updated: Jan 22, 2014 ⏰

Add this story to your Library to get notified about new parts!

Lily Luna PotterWhere stories live. Discover now