2: Zilveren ogen

416 20 15
                                    

2: Zilveren ogen 

"Over wat heb je het in Vampirus naam? Waarom zouden er hier in de buurt vampieren zijn gespot?" vraag ik geschokt aan Lucas. Dit is de Vallei van de Wind, vampieren horen hier niet.

"Iedereen heeft het erover! Blijkbaar heeft een boer van een naburig dorp ze gisterenavond gezien." Lucas kijkt me wanhopig aan, hopend dat ik hem zou geloven, maar ik kan dit niet geloven. 

Vampieren blijven in hun gebied, in de Vallei van de Nacht of in het Dal der Levens waar mens en vampier naast elkaar leeft. Ik wil luidop lachen en zeggen dat hij moet stoppen met me zo te plagen, maar de reactie van iedereen om ons heen bevestigd mijn angst. Lucas spreekt de waarheid.

"Het klopt wat de jongen zegt," de stem behoort toe aan Harold bij wie het gesprek ook was stilgevallen door Lucas zijn uitroep. "Er is inderdaad een groep van een zestal vampieren gespot. Ik was deze ochtend in dat zogenaamde dorp en men sprak over niets anders. Ze zeggen dat ze een kamp hebben opgebouwd enkele uren hiervandaan. Of ik dat laatste geloof, is nog een ander verhaal."

Nu mengt mijn vader zich in het gesprek en vraagt de vraag die op iedereen zijn lippen brand: "Maar wat doen ze hier?" De stilte die volgt is het enige antwoord. Een stilte die me ongemakkelijk maakt. 

Ik weet dat een aanval van vampieren ontzettend onwaarschijnlijk is, we leven al 134 jaar in vrede, maar wie weet is het een bende die zich van die vrede niet veel aantrekt. Wie weet is het een groep van verkenners om te zien hoe goed we voorbereid zijn op een mogelijke aanval. Het antwoord is niet goed. Wie weet zijn het...

Mijn gedachten worden onderbroken door Lucas die mijn wriemelende handen vastneemt. "Maak je geen zorgen Elise, het is waarschijnlijk gewoon een rondtrekkende groep die eens komt kijken wat de Vallei van de Wind te bieden heeft." Ik kijk hem nog wat onzeker aan, maar na één van Lucas zijn beroemde glimlachen, kan ik niet anders dan opgelucht te knikken. Hij heeft waarschijnlijk gelijk. Waarom zou een groep vampieren zich moeien met ons mensen? 

***

Enthousiast zwaai ik naar Lucas terwijl de kar het dorp uit rijdt en roep hem toe: "Wees morgen op tijd! Die appelen plukken zichzelf niet!" 

Als reactie roept Lucas: "Wacht maar! Ik ben de beste appelplukker van de hele vallei!"

"Dat wil ik nog zien!" maar ik ben niet zeker of Lucas me nog hoort met de afstand die er zich tussen ons bevind. 

Met een zucht draai ik me naar voor en voor ik het weet worden we opgeslokt door het bos. Door de bomen heen schijnt de late zon. Op marktdagen gaat de tijd altijd sneller vooruit en is de sfeer naar huis opgelaten door het net verdiende geld, maar vandaag is de sfeer bedrukt. Mijn vader en ik denken beide aan nieuw verworven informatie. 

Ik heb nog nooit een vampier gezien en mijn ouders ook niet. Alleen mijn opa langs moederskant zou ze hebben gezien. Toen hij nog leefde vertelde hij er vaak over. Als jonge man was hij met zijn vader, mijn overgrootvader dus, naar Mavelia gegaan om een lading appelen te brengen. Er was een festival en een familievriend had hen gevraagd om ze te brengen. 

In opa's verhalen legde hij altijd de nadruk op hoe verbaasd hij was door hun ogen. Blijkbaar zouden vampieren andere oogkleuren hebben. Dit is later bevestigd geweest in mijn korte tijd die ik heb doorgebracht op school. Een half vampier zou zilveren ogen hebben en een volledige vampier rode ogen. 

Wat opa niet wist, maar de leerkracht wel, is dat vampieren kunnen ontstaat uit mensen. Die gedachte vond ik toen en nog steeds eng. Ik zou dus zo maar een vampier kunnen worden. Dat zou natuurlijk alleen maar kunnen gebeuren onder dwang, maar toch, de mogelijkheid blijft bestaan. 

Van Boerenmeisje naar PrinsesWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu