Het was een vreemde, magere jongen die zijn hand naar me uitstak, zijn ogen straalde bezorgdheid uit. Voor een ogenblik kon ik me niet bewegen; ik lag als verstijfd op de grond. De wilde zee en de adembenemende horizon op de achtergrond leken me gerust te stellen. Gelukkig merkte hij mijn toestand op en wachtte geduldig enkele lange minuten.
Toen ik zijn koude handen aanraakte, voelde ik hoe stevig hij me vasthield, maar het voelde juist goed, alsof het zo hoorde te zijn. Hij veegde de druipende modder van mijn voorhoofd, en met een bezorgde blik vroeg hij, "Alles in orde? Je moet wel behoorlijk geschrokken zijn, toch?" Hij deed me sterk denken aan mijn vader, altijd zo zorgzaam. "A-alles is oké," stamelde ik met een gespannen glimlach.
Plots keek hij me vastberaden aan. "Niet waar. Ik ken dit soort meiden wel. Het gaat niet, klopt dat?" Zijn stem klonk een beetje aangeslagen. "W-wat?" stamelde ik. Het was alsof hij mijn gevoelens kon aanvoelen. Tranen stroomden weer over mijn wangen. "H-het is oké, je mag huilen hoor," zei hij, terwijl hij zijn arm om me heen sloeg. Hoewel het nog onwennig voelde, wist ik dat ik kapot was en dat ik gewoon iemand nodig had die zich om me leek te bekommeren.
Mijn hart begon sneller te kloppen, en plotseling voelde ik me weer onveilig. Ik wurmde me impulsief los en liep snel weg, huilend, "I-ik moet gaan, ik ken je niet eens." Ik zat diep in de put, ik was hopeloos .
"Wanneer breekt de tijd aan dat ik naar mijn vader kan? Wanneer breekt de tijd aan dat iemand me vraagt hoe het echt met me gaat? Wanneer breekt de tijd aan dat iemand me vastpakt en door het leven meesleept? Want ik kan het niet meer alleen aan," dacht ik.
"Stop!" schreeuwde hij met een aangrijpende stem, weer klonk hij erg emotioneel. "Wat is er met je gebeurd? Wat is je verhaal?" Ik draaide me meteen om. Misschien was er toch nog iemand in het leven die ik kon vertrouwen. Ik kon zijn woorden niet negeren; ik wilde mijn verhaal vertellen. Helaas had ik niet genoeg woorden om hem te vertellen wat ik had doorgemaakt op dat moment. Toch liep ik naar hem toe, want ik had geen andere plek om naartoe te gaan en niemand anders. Ik had niemand meer. Met tranen in mijn ogen kon ik alleen maar zeggen, "Ik wil weer leven zoals voorheen," waarna ik in tranen uitbarstte en mezelf op de koude grond liet zakken. Ik was verloren, het voelde alsof zelfs de grond onder me wegzakte, als een afgrond.
Hij ging naast me zitten en zei met een verwelkomende stem, "Kan ik iets voor je doen?" Zijn woorden sneden diep in mijn ziel, alsof hij probeerde me vertrouwen te schenken. Ik wist het even niet meer. "Geen idee," zei ik hopeloos. "Ik heb wel een idee!" zei hij, terwijl er een brede glimlach op zijn gezicht verscheen. "Wat is je naam?" "S-sylvie," stamelde ik, terwijl ik mijn tranen probeerde weg te vegen.
"Mijn naam is Raoul. En ik begrijp het. Alles wat je nu doormaakt is waarschijnlijk verschrikkelijk, maar geloof me, op een dag zul je het licht weer zien. Als je wilt, kan ik je iets moois laten zien. Maar alleen als je dat wilt." Hij was al opgestaan, dus ik voelde me bijna verplicht, hoewel ik wist dat hij iets van mijn vader in zich had, en dat ik hem kon vertrouwen. "Heb ik een keuze?" vroeg ik met een zwakke glimlach. "Heel eerlijk gezegd, niet," antwoordde hij zelfverzekerd. "Dat zou mijn vader ook hebben gezegd," vertelde ik hem zacht. Hij keek me bang in de ogen. Even viel er een doodse stilte. "I-is hij?" "Mensen komen en gaan," citeerde ik mijn vader. Een traan gleed over zijn wang. "Het is oké, je wist het niet," stelde ik hem gerust.
Die avond liep ik met een totale vreemdeling de mooiste route die ik ooit had gezien, naar plekken waarvan ik eerst alleen maar had kunnen dromen. Uiteindelijk zaten we op de duin, de plek waar mijn vader en ik altijd waren geweest. Ik vertelde hem alles, werkelijk alles. Het voelde alsof er vertrouwen groeide tussen ons. Hij gaf me iets wat ik sinds de dood van mijn vader nooit meer had gehad: vertrouwen.
Uit het niets ging mijn telefoon af, ik werd gebeld door mijn tante. Meteen schoot ik weer in de overlevingsmodus. Het is mijn tante, de enige persoon die me nog wat angst inboezemt. "Moet je niet opnemen?" vroeg Raoul, zich nog niet bewust van de stress die ze me bezorgde. Tijdens onze wandeling had ik nog niet de woorden kunnen vinden om hem over mijn tante te vertellen. "Het enige wat ik je niet heb verteld," begon ik, "is mijn tante." Hij keek me bezorgd aan. "M-moet je me iets vertellen, Sylvie?" Een traan rolde over mijn wang. Het voelde alsof alles om me heen bevroor en de tijd stilstond. "I-ik ben niet veilig thuis," fluisterde ik.
Raouls gezicht werd bleek, en ook hij begon te huilen. Hij sloeg zijn arm om me heen, en samen staarden we naar de horizon. "I-ik kan vragen of je bij ons kunt blijven slapen," stelde Raoul plotseling voor. "Voel je dat aan?" vroeg ik hem. "Je verdient beter, Sylvie." Het voelde alsof ik in de spiegel keek, alsof ik hem al maanden, misschien zelfs jaren, kende. Dit was hoe een echte band zou moeten aanvoelen; het voelde alsof ik mijn vader weer een beetje terugkreeg. Die avond heerste er nog altijd de angst dat mijn tante zou ontdekken waar ik was. Ze belde me voortdurend, en elke keer dat ze dat deed, stelde Raoul me gerust. Ondanks dat ik diep in de put zat, wist ik dat er iemand was die op mijn vader leek.
We hadden niet geslapen, en ik was al een maand niet thuis geweest. Toch voelde het alsof ik was verdoofd door alle ellende. Alsof mijn leven even op pauze stond. Ik was echter doodsbang dat iemand mijn leven weer in gang zou zetten.
Die ochtend legde ik mijn situatie uit aan Raouls moeder. Het was een grote stap, maar het voelde vertrouwd en veilig. We zaten met z'n drieën aan de keukentafel. Tijdens het gesprek kon ik de juiste woorden niet vinden, maar ik voelde me wel begrepen. "Ik zou willen dat mijn vader zou kunnen horen wat er allemaal is gebeurd in deze korte tijd." Het bleef stil. Raoul keek zijn moeder ernstig aan, en ik voelde dat ze zich zorgen over me maakte. Het voelde dubbel. Aan de ene kant voelde ik me gewaardeerd door hun zorg, maar aan de andere kant kende ik hen nauwelijks. Mijn vertrouwen was beschadigd door alles wat er was gebeurd, en dat maakte alles ingewikkeld. Het was zo stil dat je een speld kon horen vallen. Gelukkig doorbrak Raouls moeder de stilte met iets onverwachts. "Raoul, je moet het haar vertellen," zei ze, met een lichte angst in haar stem.
Raouls gezicht werd wit, spierwit. Hij begon te zweten en zwaar te ademen, dat gezicht vergeet ik nooit meer. "Hoe kun je dit zeggen, mam," vroeg hij, en rende vervolgens naar zijn kamer. "Laat hem maar even gaan," zei zijn moeder, maar ik wist dat er meer aan de hand was. Hij was achter mij aangekomen, dus ik moest moedig genoeg zijn om hem nu iets terug te geven. "Natuurlijk laat ik hem niet, het is jouw zoon, je zou beter moeten weten!" Ze werd woedend. "Je hebt geen idee wie hij is, je hebt geen idee wat hij me heeft aangedaan!" Ondanks alles rende ik snel de trap op. "Dat zou ik niet doen als ik jou was; hij kan gevaarlijk worden," waarschuwde ze me. Ik negeerde die woorden compleet; alles werd een soort waas. Ik wilde weten wat er met Raoul aan de hand was. Op het moment dat ik voor de deur stond, hoorde ik hem het uitschreeuwen van verdriet, alsof ik daar zo stond, zo verschrikkelijk breekbaar. Alles viel plotseling op zijn plek. Hij heeft hetzelfde meegemaakt, dat is waarom hij me zo goed lijkt te begrijpen. Ik ademde een laatste keer diep in en uit en deed voorzichtig de deur open. Wat ik toen zag maakte me misselijk, het voelde alsof mijn maag zich omdraaide, werkelijk walgelijk...

JE LEEST
Onschuldige ogen
Fanfiction"In jouw ogen zie ik de waarheid, jouw onschuldige ogen," zei Matthy met een warme stem om me gerust te stellen. Maar, ergens diep in mijn hart, wist ik dat niet alles goed zou komen; ik wist dat alles weer kapot zou gaan... Mijn naam is Sylvie, die...