Wat ben ik blij dat er een ladder staat! Ik sta met mijn tas voor het raam, ik heb besloten naar Mark toe te gaan. Ik wil hier niet blijven, ik ga weg van het huis waar ik ben opgegroeid. Het is 1 uur s'nachts, in de verte hoor ik een auto. Ik zucht, is dit wel een goed idee? Nu niet terugkrabbelen! Je hebt je besluit al genomen! Ik klim uit het raam en ga voorzichtig met de ladder naar beneden. Ik moet uitkijken dat ik Witje geen pijn doe. Na een minuut sta ik beneden, ik ben vrij! Ik glimlach, het liefst zou ik willen juichen, maar dan wordt Kim wakker. Tuurlijk, jullie weten niet wie dat is, Kim is mijn nepmoeder. Ik loop naar mijn fiets en pak hem. Ik stap voorzichtig op, en begin te fietsen. Ik fiets in het donker, oh wat haat ik het donker! Het is gewoon te... donker, alles is zó zwart. Alleen de sterren en de maan zijn mooi, ik heb altijd zo'n idee gehad dat iemand daarboven over me waakt. Nee, ik bedoel niet de god waar mensen in geloven, gewoon, iets anders... Opeens krijg ik het vreemde gevoel bekeken te worden. Ik kijk om me heen, maar zie niets. Ik haal mijn schouders op. Het zal niet lang meer duren voor ik er ben.
Ik kom aan bij het huis van Mark. Yes, ik ben er! Opeens wordt ik van achter vastgegrepen, ik begin te gillen. "Mark! Help!!" Plots wordt er een hand voor mijn mond gehouden. "Stil!" Aan de lage stem kan ik horen dat het een man is. Ik begin in paniek te raken, en probeer me los te rukken. De grip verstevigd. Word ik nou ontvoerd of zo?! Mark komt naar buiten rennen, hij ziet er nogal slaperig uit. Hij keek naar mij, en ik zie zijn ogen groot worden. "Arianna!" Diegene die mij vast had, liet me los, en vluchtte weg. Mark rende naar me toe, en omhelsde me. "Arianna... Is alles oké? Heeft hij je pijn gedaan?" Hij lijkt nu net een broer. Hij kijkt me bezorgd aan. Ik schud mijn hoofd, met tranen in mijn ogen die ik niet meer tegen kan houden. Ik voel me veilig bij hem, dus ik laat ze stromen, alles, ook de ruzie met mijn moeder, stroomt eruit. Ik leg mijn hoofd tegen zijn borst aan, terwijl hij me over mijn haar strijkt. We staan daar nog een paar minuten, maar dan stap ik naar achteren. Ik veeg de laatste traan uit mijn oog en zucht. "Niet dat ik niet blij ben dat je hier bent, maar waarom ben je hier eigenlijk?" Ik slik even. Ondanks mijn keuze is het nog steeds lastig. "Om te vragen of ik hier mocht blijven slapen, waarschijnlijk voor altijd. Nouja, totdat ik oud genoeg ben om op mezelf te wonen..." Normaal zou ik nu tranen in mijn ogen krijgen, maar er is geen vocht meer. Mark kijkt me bezorgd in de ogen. "Wat is er gebeurd?" "Ach, het stelt niets voor. Alleen een beetje ruzie met mijn nepmoeder." Zei ik met nadruk op nep. "Hoezo 'nep'moeder?" Vraagt hij. "Ik ben een vondeling." Ik voel een steek in mijn hart nu ik het aan een ander vertel. Mark kijkt me geschokt aan. "Ja, doe maar. Scheld me maar uit. Ik heb toch niets meer op deze wereld, dus wat maakt het allemaal nog uit." Ik keer me om. "Jongens! Ik ben een vondeling! Scheld me uit, sla me in elkaar of doe wat anders!" Schreeuw ik. Boos op de wereld, boos op iedereen. Maar vooral verdrietig, dat iedereen tegen mij liegt. Mark draait mij om, en grijpt mijn polsen vast. "Arianna! Kijk me aan," Ik kijk hem recht in de ogen. Hij kijkt streng, maar toch liefdevol. "Je bent en blijft jezelf, Arianna! Of je nou een vondeling bent of niet, jij blijft jij! Ik vind je nog steeds even lief en aardig als daarvoor!" Hij is zo lief. Soms vraag ik me af waarom. "Kom, ga mee naar binnen." Hij keert zich richting zijn huis. Ik volg hem snel.
"Welterusten, Arianna." Mark heeft mij een logeerkamer aangewezen. Ik lig nu in bed. "Trusten." Mompel ik. Ik draai me om, en merk dat Mark nog steeds in de kamer staat. Hij zucht even, en keert zich dan om. Hij sluit voorzichtig de deur. Ik sluit mijn ogen en, ondanks ik het niet wil, val ik in slaap.
JE LEEST
The secret
FantasyArianna is een doodgewoon meisje van zestien, tenmiste dat denkt ze... Ze ontdekt dat ze een heks is, en dat er een tovenaar achter haar aan zit.
