1

27 4 0
                                    

POV. JENNIFER

Rustig kijk ik naar Amber. Wat moet ik schrijven? Er komt geen enkel idee in me op, maar Amber heeft er juist te veel. 'Amber? Ik weet niet wat ik moet schrijven.' Meteen zie ik een rare blik in haar ogen komen. Het komt niet vaak voor dat ik geen inspiratie heb, maar ik wil niet dat ze zich zorgen maakt. 'Is er iets?' vraagt ze. De verwachte vraag, ik wil niet dat ze zich zorgen maakt. Dan zie ik hem. Een grote, zwarte vogel kijkt door het dakraam naar binnen. 'Nee, natuurlijk niet. Ik heb al een idee.' Amber kijkt me nog een keer aan en is dan weer verdiept in haar eigen verhaal. Ik kijk weer naar het raam, maar de vogel is weg.

Weer kijk ik naar Amber. Een rond, lief gezocht, haar volle, donkere haar, haar knal groene ogen. En er komt een woord in me op: Woudkind. Daarna begin ik te schrijven, steeds sneller en ik krijg steeds meer ideeën.

"Snel rennen ze door het bos. Het meisje en de wolven. Bang voor wat hun achterna zit. Een van de wolven jankt, een bergwand. Geen enkele uitweg. Het meisje draait zich angstig om als een afgrijselijke kreet klinkt en een groot..."

'Jennifer?' Ik draai me om. 'Zorg je dat we het wel kunnen lezen?' Amber kijkt me streng aan, en wijst daarna naar mijn schrift. Mijn handschrift is bijna niet meer te lezen. Ik lach naar haar, en Amber lacht terug. 'Je bent gek.' Zegt ze. Daarna draait ze zich om en gaat de kamer uit. Mij alleen latend, terug naar haar eigen huis. Ik voel me alleen. Zo alleen. 'Ik wens...' zeg ik maar ik weet niet wat ik moet wensen. Dan zie ik hoe ik mijn sap over mijn verhaal heb heen gegooid. 'Mijn verhaal...' zeg ik stamelend, maar het valt mee. Er is niets aan de hand. Ik ben veilig.

Het verhaal van het verhaalWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu