Hoofdstuk 3

79 10 2
                                        

Lief dagboek,

Het is alweer een paar maanden geleden dat ik verhuisd ben. Abba vond het beter dat we ergens anders opnieuw begonnen. Ik zit dus ook op een nieuwe school. En nog een verrassinkje; ik ben toch over naar de vijfde klas! Wonder boven wonder stond ik voor wiskunde toch een voldoende op mijn rapport. Verder is alles wel leuk en aardig behalve die drie Marokkaanse meisjes. Vanaf het moment dat ze me zagen mochten ze me niet. Ben ik dan zo aanstootgevend dat het mijn aanwezigheid ondraagbaar maakt? Ik heb hier ook niet voor gekozen. Ik heb ook niet gekozen voor het feit dat mijn leven zo drastisch veranderde dat ik zelfs moest verhuizen.
Fatima, duidelijk de mooiste van de drie, kon me al helemaal niet luchten. Dit, terwijl ik haar niets heb aangedaan. De rest van mijn klasgenoten doen wel normaal tegen me. Ik word wel lastiggevallen door een ene Ajoub en z'n schaduw, die zich van zijn vrienden moet voorstellen, maar dat terzijde.
Met Hafsa ga ik het meest om. Soms ben ik jaloers op haar typische Marokkaanse gelaatstrekken met haar zwarte volle krullen en haar bruine pretoogjes. Ze is echt een mooi en lief meisje. Helaas heb ik soms geen les met haar aangezien we niet hetzelfde profiel delen. Als Hafsa les heeft in haar profielvakken, heb ik vaak een tussenuur. Uit verveling spendeer ik mijn tijd in de kantine, maar onlangs ontdekte ik de schoolbibliotheek, waar ik het bestaan van niet durfde te dromen. Zoveel boeken die ik nog moet lezen en zo'n heerlijke stilte. Elke donderdagochtend en soms na schooltijd bevind ik me daar.
Toen ik vandaag een boek zocht in de schoolbibliotheek, barstte ik spontaan in zingen uit, wegens het feit dat er niemand om me heen was om me te storen. En daarmee doel ik op die vervelende jongens van de school die volgens Hafsa blij zijn om 'een verse maagd' te zien. Mijn god, dat mens is dolkomisch in haar taalgebruik.
Helaas ontdekte ik vandaag een jongen in de bieb die me al weken achterna loopt. Begrijpt hij de hint niet ofzo? Meteen voelde ik me ongemakkelijk en verplaatste ik me geïrriteerd naar een andere tafel om hem te ontwijken. Plotseling hoorde ik iemand keihard lachen. Ik keek op naar de plek waar het geluid vandaan kwam en ontdekte tot mijn verbazing nog een andere persoon. Een jongen. Ik moest er vreemd van opkijken toen ik geen boek in zijn handen zag, dat hem mogelijk tot het hard gelach dwongen.
Hij zat te ver bij me vandaan om hem helemaal te kunnen analyseren. Ik merkte alleen op dat hij een verzorgd uiterlijk had, goedgekleed was en zijn haar halflang was. Dit detail specifiek, omdat de meeste jongens op deze school stekeltjes of kort haar hebben. Ik had hem niet eerder gezien op deze school, maar dat hij in de schoolbibliotheek zat, kenmerkte dat hij wel een leerling van de school moest zijn.
Verder schonk ik die twee jongens niet veel aandacht. Ik probeerde me op mijn boek te concentreren, maar ik moest weer aan het gebeurde denken. Het verdriet kwam altijd zonder waarschuwing. Ik verbood mezelf er aandacht aan te besteden en de bel voorkwam dat ik mijn tranen de vrije loop liet.
Toen ik vanmiddag thuis kwam, probeerde ik bezig te blijven om het niet onder ogen te hoeven zien. Maar dat lukte toch niet. Zelfs nu ontsnappen mij enkele tranen. Niets kan mijn verdriet verzachten. Niets kan de brandende pijn verzachten die mij elke nacht in slaap wiegt. Het gemis is zo levendig, dat ik zelfs in mijn dromen word geteisterd door de affectieve blik die hij me altijd schonk, maar nu nooit meer kan schenken. Het is alsof iemand mijn hart keer op keer uit mijn borstkas rukt, benzine eroverheen giet, in brand steekt en het vervolgens weer in mijn borstkas plaatst. Ya Rabbi, verzacht de pijn waarvan ik weet dat mijn hart die niet aankan...


Je hebt het einde van de gepubliceerde delen bereikt.

⏰ Laatst bijgewerkt: Jan 12, 2016 ⏰

Voeg dit verhaal toe aan je bibliotheek om op de hoogte gebracht te worden van nieuwe delen!

Just hold meWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu