Hoofdstuk 1

35 3 0
                                    

Alith
Ik ren achter mijn maaltijd aan. Hij versnelt zijn pas. Zijn benen bewegen sneller over de grond onder ons. Op een onmenselijke tempo. Het bloed stroomt van zijn linker kuit naar beneden om uiteindelijk op de grond te vallen. Ik zie dat hij al langzamerhand last krijgt van zijn diepe wonden die ik met mijn scherpe witte tanden heb gebeten. En in zijn linker arm net onder zijn elleboog, in zijn linker kuit en linker dij. Even kon ik genieten van het bloed dat over mijn lippen stroomde en in mijn mond terecht kwam en een geweldig gevoel gaf, alleen mijn genot werd in een seconde gebroken, omdat hij op het vluchten ging. Dus deden we het maar op de moeilijke manier, vluchten. Zijn passen werden steeds langzamer en versnelde ik dus nog meer mijn pas. De duivel in me wou hem zo graag weer proeven weer het gevoel van warm bloed op mijn tong, tussen mijn tanden en slokdarm. Mijn ogen werden gelijk donker met een gloed van rode tint door de gedachten aan warm bloed. Bijna heb ik hem. Nog een meter, en ik spring. Mijn nagels drukken zich in zijn warme vlees en het bloed stroomt al als rivieren van zijn rug af tussen mijn nagels door. Ik bijt hem in zijn nek, in zijn slagader en voelde al dat zijn hartslag tekeer ging. Dat langzaam afnam. Ik genoot gelijk van het bloed die ik voel en de duivel wou meer. Hij stopt zachtjes met rennen en liep nog paar seconde waarbij hij op de grond viel. Ik boog me nog verder voorover en dronk al het bloed op. Na een halfuur was zijn lichaam zo plat en smal als een ballon zonder lucht. Met de rug van mijn hand maakte ik mijn mond ruw schoon en stond op en bekeek het dode lege lichaam. Het was een vampier, een Samator. Niet zo heel erg speciaal, je kan hun bloed beter vergelijken als die van een mens. Hun status staat ook meer als een weerwolf zonder roedel, dus een soort van Rogue, maar dan in een vampierenvorm. Ik richt het vuur dat soepel uit mijn handen kwam naar zijn dode lichaam en liet hem branden. Mijn 'kunsten' laten verdwijnen voor de onschuldigen die het dood lichaam zouden tegenkomen als ik het hier niet ter plekke cremeerde. Grijzend naar het lege lichaam bedacht ik mij hoe de reacties zouden zijn als de onschuldige mensen mijn 'kunsten' zouden zien. Het vuur zat als een deken om hem heen en verbrandde langzamerhand al zijn organen. Ik snoof het geur op van verbrandde lichaam en rook ook iets anders, alleen door het vele rook en as kon ik het niet echt bepalen wat voor iets ik rook. Alles werd gelijk alert en ik draai ik me gelijk om en keek recht in de ogen van 4 Samators met woedende blikken naar mij toegestuurd. De duivel in mij grijnsde vals en keek hun geamuseerd aan met de kille blik in mijn ogen. Hun ogen gleden van de Samator -die nog aan het branden was- naar mij. Hun ogen richtte zich weer helemaal naar mij en ik wist dat het niet snel zal zijn voordat ze mij zouden aanvallen. Door hun blikken lijkt het net of ik in een seconde zo in de grond kon worden begraven als het mij tenminste kón doden, maar wat heeft het voor nut als het toch niet kan. Daardoor keek ik hun nog geamuseerd aan en liet snel mijn ogen over hun glijden. De linker heeft kastanje bruin haar en donkere ogen die me woedend aankijken, naast hem staat een jongen met donker blond haar en blauwe ogen, naast hem staat een zwart harige jongen met gouden ogen hij lijkt mij de 'leider' van de groep. Aangezien hij veel gespierder is dan de anderen en leiderschap straalt hij uit vanuit zijn ogen en in zijn uitstraling. hij ruikt ook compleet anders dan de anderen, het is lekkerder. Het ruikt vooral naar; hout, munt en kaneel. Zijn ogen vallen het meeste op de schitteringen die ze je laten zien in de maanlicht boven ons maakt het nog prachtiger dan dat het al is. Ik wende na een tijdje mijn blik van hem af. Zonder enige schaamte dat ik langer naar hem keek. En naast hem staat een roodharige jongen met blauwe ogen die mij net zo woedend aan kijkt als alle andere inclusief de zwartharige jongen hij is veel meer dan dat. Hij zou zo mijn nek willen omdraaien en het verbranden, ik zie het in zijn ogen de eeuwige haat dat hij naar me toestuurt. Logisch, want blijkbaar is die brandende jongen een groepslid misschien ook wel familie.. Ach wat sneu. Jammer dat het mij niks boeit. Moest hij maar niet bij het jacht gebied zijn, eigen schuld. Na een tijdje heb ik in de gaten gekregen dat we veel te lang naar elkaar 'gezellig' zitten te kijken dus besloot ik maar het eerste stap te zetten.

Om gewoon me om te draaien en op een onmenselijke snelheid te rennen, met het gevoel dat ik toch sneller ben dan de Samators ik bedoel ze zijn maar Samators geen Goden ofso ik zou ze wel aan kunnen zelfs de leider. Dus wat is het probleem? Ik wist wel dat ze achter mij aanzaten dus versnelde ik mijn pas. Mijn snelheid zou je nu kunnen vergelijken als een zacht briesje dat in een seconde voor je langs gaat en je niet meer zou kunnen voelen, omdat het gewoon weg al zo snel verdwenen is alsof het er nooit was geweest. Hoe meer de snelheid in mijn pas hoe meer het leek alsof ik zweefde over de grond. Ik sprong over een boomstam die in de weg stond en keek achterom. De andere Samators zijn al gestopt met het achterna zitten, behalve eentje. De leider. Hij zat nog steeds achter mij aan. Ik kon geen snelle conclusies trekken over hoe dat überhaupt kon. Ik ben sneller dan Samators hoe kan hij nog achter mij aan zitten? Ren sneller Alith! De duivel gaf me meer kracht, moed. Abrupt zat ik met een onmogelijke snelheid te rennen. Alsof mijn voeten dansten over de grond onder ons en maakte snel een weg naar de klif die niet zo ver van hier is. Ik snoof de geur om mij heen tussen he rennen door en rook hem nog steeds, waardoor ik even kon genieten van het lekkere geur die hij gaf. In de verte zag ik al de klif. Zijn geur kwam steeds dichterbij waardoor het ook sterker werd en mijn neusgaten werden gedwongen om zijn geur nog meer te ruiken. Het liefst rook ik het wel vaker, het gaf iets speciaals. Alsof het mij veiligheid zou kunnen geven die ik niet eens nodig zou hebben. Iets vertrouwd. Door het nieuwe gevoel begon ik wat langzamer dan normaal te rennen en sprong in één van de Redwoodbomen en klom omhoog. Ik keek naar beneden om te kijken of hij nog steeds achter mij aan zat, maar dat deed hij niet. Ik zag dat hij stopte met rennen en verward om zich heen keek en naar mij zocht. Hij deed zijn handen in zijn haar en schreeuwde het uit. De duivel lachte vals in me, waardoor ik ook vals grijnsde. Hij wist niet waar ik was, mooi. "Hoe kon ik haar kwijt raken?!" Hoorde ik hem wanhopig schreeuwen. Die stem.. Ik kon het me niet echt plaatsen wat het met me deed, maar ik kreeg er rillingen van. Tot mijn verbazing prettige rillingen. Weer trok hij aan zijn haar en vloekte veel woorden die ik niet eens kende, maar hoorde het wel vaker. Verdomme. Dat ene woord dat ik zo vaak hoor wanneer ik achter ze aan ga. Ik voelde opeens een trilling onder me en keek op. Hij sloeg tegen een boom voor me. Ik zag dat alle vogels weg vlogen van de boom, bang. Ik richtte me aandacht weer op de Samator die al aan het opgeven was en tegen een boom aan zat met zijn knieën opgetrokken waar zijn gespierde armen op rusten met zijn hoofd gebogen. Heeft hij de hoop al zo snel opgegeven? Leider of niet ze blijven hetzelfde. Ik besloot maar om te gaan en mijn aandacht er niet meer aan te besteden. Maar mijn gevoel zei iets anders, ik moet hem nog een keer zien. Hem bij me hebben. Doe het niet Alith ren nu het nog kan! Ik luisterde niet, ik wou niet luisteren. Iets trok hem naar me toe. Dus sprong ik van de boom en stond voor hem. Zijn aandacht werd gelijk geplaatst naar de schaduw dat voor hem staat en hij stond als reactie op. Naar mij toe. Zijn geur overheerste nu overal. Zijn hoofd bewoog omhoog en keek recht in mijn ogen. Die prachtige gouden ogen ze schitterende in de maanlicht boven ons, als de sterren. Ik zag zelfs het kleinste detail de kleine donkere spikkels alsof er duister in zit tussen al het licht. Ik kwam weer in de realiteit en wende van zijn ogen af. Ik bekeek hem nauwkeurig van zijn mond die zo zacht lijkt dat ik mij moet inhouden of ik voel er al aan, zijn neus, zijn wenkbrauwen die in een diepe frons zitten. Hij lijkt mij ook te bestuderen. Ik zie de verwarde verbaasde gezicht. Ik kom dichter voor hem staan en boog naar hem toe en fluister bijna onhoorbaar in zijn oor. "Nooit opgeven". Ik glimlach en draai mij om en ging als de wind weg totdat ik bij de klif aan kwam waaronder een rivier met snel stromend water die je zo meesleurt en je zou kunnen doden. Op de rand draaide ik mij om door het geschreeuw achter mij. "Doe het niet! Val niet van de klif!". Ik zag nog net de Samator wanhopig mijn kant op rennen. Als hij mij heeft zal hij toch de wraak op me nemen, omdat ik de andere Samator doodde, dus waarom zou hij mij niet willen doden? Gevoel is zwakte. Alith Spring! De duivel gromde boos en liet mij daardoor opschrikken waardoor ik sprong en mijzelf liet vallen. Ik hoorde hem schreeuwen, brullen. Het voelde alsof ik vloog. Ik voelde mij voor het eerst in mijn levensjaren vrij. Ik sloot mijn ogen langzamerhand en liet mijzelf gaan. In een mum van tijd voel ik het water als een deken om mij heen en zie ik in een klap alles zwart voor mijn ogen.

Dangerous SoulWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu