Hoofdstuk 4

18 1 0
                                    

Ethan 

Met mijn hoofd zat ik nog steeds bij het meisje, op de achtergrond van mijn droom waar ze in voorkwam zag ik een reuzenrad. Ook zag ik dat ze vlak bij een pier fietste. Ik kraakte mijn hersenen om te raden waar ze zou kunnen zijn, Florida misschien? Of zou het Miami zijn. Ik sloeg met mijn hand tegen mijn voorhoofd en begon hardop tegen mezelf te praten. ''Slim Ethan, het was misschien handig geweest als je had opgelet tijdens aardrijkskunde...'' Ik kwam tot de conclusie dat ik hier niet langer kan blijven, uit mijn kast haalde ik een grote weekendtas en propte er wat kleding in. Daarna liep ik ermee naar de keuken en gooide er koekjes, brood, snoep en een paar flessen water bij. De tas zat al aardig vol toen ik uiteindelijk mijn portemonnee en telefoon erbovenop legde. Voor de laatste keer checkte ik of ik genoeg mee had. Snel liep ik nog even naar de kamer van mijn ouders, nog steeds stond de klok op 21:48.  Ik gaf mijn moeder een zoen op haar voorhoofd, Ik zou ze gaan missen. Toen ik beneden mijn tas wilde pakken besloot ik nog snel een briefje te schrijven, voor als alles weer normaal zou worden en ik weg zou zijn. Ik pakte mijn jack en de overvolle weekendtas en liep naar buiten. Ik had een eigen auto, maar ik wist niet waar ik heen zou gaan dus besloot ik de grote jeep van mijn vader mee te nemen. De sleutels zaten er nog in dus kon ik hem makkelijk starten. Ik moest de lichten van de jeep aandoen want nog steeds was het even donker als toen ik wakker werd. Soepel reed ik even later de weg op. Terwijl ik door de stad reed, zigzagde ik tussen tientallen stilstaande auto's. Bij elk van de auto's zat er een bestuurder bevroren achter het stuur. Zou iedereen zo zijn, zou de wereld er nu zo uitzien, met mij (waarschijnlijk) de enige die kon bewegen. Mijn gedachten dwaalden af naar het meisje, zou ze kunnen bewegen, zou ze mij ook gezien hebben. En wat betekende 'twee maanden'? Zoveel vragen, zo weinig antwoorden. Het enige wat ik wist was dat ik haar moest vinden, waarom wist ik ook niet maar mijn gevoel zei dat ik het moest doen. 

Ik reed nu al langer dan een uur, waarheen wist ik niet. Ook wist ik nog niet waar ze was, het leek niet op een grote stad. Het enige waar ik zeker van was, was dat het aan zee lag. De beste mogelijkheid zou dan Florida zijn, dacht ik. Het probleem was dat ik niet wist hoe ik er heen zou gaan. Ik kon varen , alleen zou dat veel te lang duren. Ik moest nameljk eerst helemaal om Australië heen. Ik kon beter eerst naar de andere kant van het eiland rijden, daar zou ik in de haven een boot kunnen zoeken en verder gaan met mijn reis. Langzaam reed ik Sydney uit, een hobbelig weggetje op, richting de bergen. Hoe moe ik ook was, ik besloot om door te rijden. Af en toe stopte ik om wat te eten en te drinken, maar verder bleef ik hard door rijden. 

Destiny - DutchWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu