We lopen een paar trappen naar boven als ik zeg: 'Jullie hebben echt een groot buik zeg!' Hij kijkt even naar me. Zijn blik, de blik waar ik net nog in wegzonk, staat nu zo hard, dat het lijkt of hij geen gevoelens heeft! Als we bovenaan de 2e trap zijn, wil ik verder lopen, maar Matt pakt mijn arm vast. Verbaast kijk ik hem aan. 'We moeten daarheem, daar is mijn kamer.' Zegt hij terwijl hij met zijn hoofd naar links wijst. Ik loop met hem mee naar een deur waar zijn kamer blijkt te zijn. Als ik naar binnen loop, staar ik naar de kamer. Dit had ik dus niet verwacht! Niet dat ik veel had verwacht ofzo, maar dit in ieder geval niet. Hij heeft een keurig opgeruimde, en erg grote kamer. Dat had mijn broer niet toen hij nog leefde. Hij is net zoals mijn ouders overleden bij het auto-ongeluk. Het is een wonder dat ik van al die verwonding ben genezen! En ook nog zo snel! Maar goed, mijn broer had een kamer waar het echt ALTIJD een rotzooi was. Ik hoor gegrinnik. 'Je mond staat open.' Zegt Matt met een grote glimlach op zijn gezicht. Ik klap snel mijn mond dicht. Hij heeft dus toch gevoelens. In ieder geval kan hij lachen. Hij loopt naar zijn bed en gebaart dat ik naast hem moet komen zitten. Ik loop naar het bee en ga ook zitten. 'Dus, zal ik maar beginnen?' Vraagt hij. Ik knik als antwoord. (Als iets schuingedrukt staat, word er een verhaal vertelt)
Ik liep dus in het bos, daar kom ik namelijk heel graag. Waarschijnlijk omdat het daar altijd zo rustig is. Ik houd namelijk niet van de drukte. Nou, ik liep daar sus, en toen hoorde ik wolven. Ik heb altijd dingen mee om me mee te verdeling dus ben ik nooit bang. Maar ik hoorde ze ergens anders heen lopen, dus ben ik zw gevolgd. Daar zag ik ze klaarstaan om aan te vallen. Ik pakte een paar stenen, en gooide ze weg bij jou. Toen ik ze naar de stenen zag rennen, rende ik snel naar jou, tilde je over mijn schouder en rende weg. Vanaf daar weet je het zelf.
'Goed. Maar ik heb nog 1 vraagje; waarom zette je me niet neer toen ik zei dat daar mijn huis was, en waarom antwoordde je niet op mijn vragen?' Vraag ik hem. 'Haha, dat zijn er eigenlijk drie. Maar ik was gewoon bang dat de wolven ons achterna kwamen.' Antwoord hij. Ik geloof hem niet helemaal, maar dat zeg ik maar niet.
