V

4 0 0
                                    

"We zijn er." Ik schrik wakker en kijk verwilderd om me heen.
"Huh? Wat? Ik bedoel..." Mijn wangen kleuren rood. "Hoelang heb ik geslapen?"
Hij haalt zijn schouders op.
"Een uurtje of twee." Twee?!
"En waar zijn we nu?" Zeg ik, in een poging mijn schaamte te verbergen.
"We zijn bij het strand. Deze plek zal het verhaal verduidelijken." Hij stapt uit. "Kom." Ik aarzel, maar besef dat ik mijn gedrag van daarnet nog moet goedmaken. Langzaam stap ik de felrode auto uit en volg Olivier richting het warme zand. Het is begin juli, bijna zomervakantie, en een zacht zeebriesje maakt het tot een prettige zomertemperatuur. Ik trek mijn schoenen uit en voel het zand tussen mijn tenen door rollen. Olivier loopt nog verder richting een paar platte stenen, die zo zijn neergelegd dat er een kring ontstaat. In het midden ligt een hoopje zwartgeblakerd brandhout. Hij gaat zitten op één van de stenen en klopt op de steen naast hem. "Zit."
"Woef." Mompel ik afwezig en neem plaats. Niet bepaald comfortabel dit.
"Kijk om je heen. Wat zie je?"
"Uhm... de zee, zand, de lucht, de zon... zoiets?" Olivier negeert mijn vraag om bevestiging en vervolgt: "Wat hoor je?" Achter me hoor ik hoe een paar vogels hun favoriete melodie laten horen en ik glimlach.
"Ik hoor de vogels kwetteren, ik hoor hoe de golven op de klippen slaan en ik hoor de wind die door de bomen waait."
"En als laatste.. Wat voel je?" Wat voel ik?
"Ik voel me... thuis." Afwezig knikt hij en staat op. Ik zie hem in de bosjes verdwijnen en een paar seconden later weer verschijnen met een stokje in zijn handen. Hij knielt neer in het zand en ik loop naar hem toe. Zonder aandacht aan mij te besteden begint hij te tekenen. Het stokje gaat rond en rond, tot er een grote spiraal is ontstaan.
"Zo ziet de aquamarijn eruit. Toen we hier aankwamen, heb ik hem gelijk verstopt en jij, als Viatorem, kan hem voelen. De aquamarijn is, bij wijze van spreken, je thuishaven." Ik hap naar adem. Ik wist het al, dat ik er ook één ben, maar zoveel onrealistische informatie tegelijk kan mijn hoofd niet aan. Ik staar naar de zee.
'Kate...'
Met een ruk kijk ik op.
"Zei jij dat?" Verward kijkt Olivier me aan.
"Wat?"
"Ik hoorde gefluister."
"Ik hoor niets."
'Kate...'
"Weer. Ik hoor het weer. Wie zegt dat?" Paniekerig draai ik in het rond, op zoek naar de spreker.
"Kate, er is niemand."
'Kate...'
"Nee, alsjeblieft, laat me met rust, LAAT ME MET RUST!" Ik laat me vallen in het zand en leg mijn hoofd in mijn handen.
"Kate? Gaat het wel?" Ik schud mijn hoofd en haal mijn neus op.
'Kate...' Ik spring op en ren richting de bosjes, waar het geluid vandaan komt. Wanhopig klauw ik de aarde weg en opeens zie ik een glinstering.
"Olivier?" Binnen een paar seconden staat hij naast me. "Ja?"
"Is dit de aquamarijn die we zoeken?"

Later in de auto kijk ik nog steeds verwonderd naar het blauwe stukje glasachtig steen in mijn handen. Ik ken inmiddels alle groeven en gaten uit mijn hoofd. De spiraalachtige vorm werkt bijna hypnotiserend. Gefascineerd volg ik voor de zoveelste keer de spiraal met mijn vinger tot ik bij het midden ben, waar ik de spiraal weer terugvolg tot aan de buitenste rand.
"Dus hiermee kan ik... tijdreizen?" Olivier  draait zijn hoofd naar me toe.
"Hm-hm."
"En- en hoe werkt dat dan?"
"Ik weet het niet precies. Ik ken uiteraard alleen de theorie." Hij richt zijn blik weer op de weg.
"Volgens mij is het heel simpel. Je houdt de steen vast en je denkt, nee wílt naar die plek in de geschiedenis toe." Opgewonden houd ik de steen stevig vast en bedenk waar ik heen wil.
"Nee, niet doen!" Verbaasd verslap ik mijn greep op de steen.
"Waarom niet?"
"Weet je wel niet hoe gevaarlijk dat is? Straks gaat er wat mis, je moet eerst getraind worden. Bovendien, naast je eigen veiligheid, als je ook maar één klein dingetje verandert in het verleden, kan dat enorme gevolgen hebben. Soms zelfs tot het verdwijnen van mensen. Die zijn dan nooit geboren."
"Maar wat moet ik dan allemaal leren?"
"Zoveel. Talen, zelfverdediging, geschiedenis."
"Ugh. Geschiedenis. Moet dat echt?"
"Ja natuurlijk. Je moet toch een beetje op de hoogte zijn van alles wat gaande is in de tijd dat je terechtkomt."
Verveeld kijk ik voor me uit. Ik heb echt een hekel aan geschiedenis.
"Een hinderlaag!" Geschrokken geeft Olivier een ruk aan het stuur en voorkomt zo dat we van de weg afraken. "Verstop de steen, snel!" De auto draait nog een paar rondjes en komt uiteindelijk met piepende banden tot stilstand. Verdwaasd leg ik mijn hand tegen mijn voorhoofd.
"Au."
"Kate?" Ik kijk naar links en kijk hoe Olivier er aan toe is. Geschrokken kijk ik naar een enorme wond op zijn voorhoofd. Het bloed gutst eruit.
"Olivier? Olivier?" Wanhopig druk ik de wond met beide handen dicht. "Olivier?" Met tranen in mijn ogen kijk ik om me heen en begin te roepen om hulp.
"Help! Iemand? Alsjeblieft?" Mijn stem hapert als ik iemand dichterbij zie komen. Eigenlijk wil ik roepen, maar mijn instinct houdt me tegen. De manier waarop de persoon loopt is dreigend. Heel even zit ik stokstijf in de stoel, heel even, te lang. In de verte zie ik meer gedaantes opdoemen die steeds dichterbij komen.
"Nee! Blijf uit mijn buurt! Laat me los! Laat me los!" Een iemand had mijn arm gepakt, die ik nu verwoed los probeer te krijgen. Ik hoor mijn ontvoerder geërgerd grommen.
"Ze werkt tegen." Zijn handen zitten als ketenen om mijn polsen heen.
"Doe er dan wat aan." Nog steeds probeer ik hem met man en macht van me af te slaan, maar wanneer ik het doekje steeds dichterbij zie komen, weet ik dat het geen nut meer heeft en langzaam zak ik in een diepe slaap.

Lost in Time (Dutch//Nederlands)Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu