Bedolven - Hoofdstuk 5

0 5 5
                                        

Mijn liefde voor hem kende geen definieerbare grenzen. Het was een holistisch, overweldigend liefhebben dat me emotioneel en fysiek raakte, elk zintuig, elke synaps. Als ik beweerde dat ik mij nooit zo gevoeld had, zou ik misschien liegen. Hoewel mijn huwelijk in elk opzicht voorbij was, moest ik toegeven dat ik enorm veel van Louis gehouden had en dat nog steeds deed. Wellicht zou hij altijd zijn plekje in mijn hart behouden. We hadden samen vier prachtige kinderen, vier geweldige individuen die we samen gemaakt hadden, die ons altijd, op de ene of de andere manier, met elkaar zouden verbinden. Ik kende meerdere koppels die zo spraken toen ze uit elkaar gingen en die snel daarna niets meer te zeggen hadden tegenover elkaar. Het verschil met mijn eigen situatie, echter, was dat Louis en ik het slaande-deuren-scenario nooit doorlopen hadden. Hij en ik waren door de jaren heen gewoon uit elkaar gegroeid in wat we wilden met het heden en met de toekomst. Over onze opvoedingsmethoden waren we het gelukkig wel altijd eens gebleven. Op die manier waren praktische regelingen het zwaarste van de hele situatie geweest. Wat hielp, was dat we beiden onze kinderen op nummer één zetten en dat we op die manier weinig discussies gehad hadden.

Als ik beweerde dat ik mij in geen jaren gevoeld had zoals ik mij bij Eric voelde, zou ik een meer accurate realiteit representeren, als ik het bedwingen van die gevoelens achterwege liet. Iedere dag voelde ik hoe mijn lijf en gedachten protesteerden terwijl ik mijn gevoelens voor hem en het beste van mezelf opzij zette, omdat het niet hoorde om mij zo te voelen, en omdat er gewoon geen mogelijkheid was dat hij hetzelfde voelde voor mij. Ik kon simpelweg niet geloven dat twee mensen die elkaar op dezelfde intense manier liefhadden, wederzijds, niet automatisch, zoals magneten, naar elkaar toegetrokken werden ongeacht hoe zeer ze probeerden het magnetisme te onderdrukken.

Mijn onbuigzaamheid in die gedachtegang brak wat enkele dagen nadat ik hem thuisgebracht had, toen zijn auto het 's ochtends opgegeven had, toen mijn oog op Erics rechterhand viel... en ik opmerkte dat hij zijn trouwring niet om had. 

De realisatie zorgde voor enorme tumult in mijn binnenste. Ik kon een zekere vorm van hoop niet onderdrukken, en een schuldgevoel net omdat ik die voelde. Tegelijkertijd maakte ik mij zorgen, om hem, en voelde ik mij in bochten verwrongen omdat er blijkbaar zoiets ingrijpend in zijn leven was gebeurd waar ik niets van wist. En het duiveltje dat de laatste tijd vaak in mijn oor fluisterde, probeerde me schijnbaar te overtuigen dat het toeval was dat hij zijn ring niet meer droeg, al kon ik geen potentiële verklaring vinden. Iets in mij schreeuwde mij toe dat ik hem op de man af moest vragen hoe de vork in de steel zat en dat dit de beste en de snelste manier was om de knoop in mijn maag op te lossen. En dan sprak dat verdomde duiveltje weer, en werd ik weer geconfronteerd met hoe onze relatie en communicatie veranderd was, sinds we in die verdomde tunnel terechtgekomen waren en de dood misschien net iets te dichtbij geweest was. Vroeger zou ik hem over die dingen kunnen aanspreken hebben, maar kon ik dat nog steeds?

De beslissing werd genomen nog voor ik voor mezelf een antwoord had kunnen formuleren. Ik voelde hoe Eric verminderde in snelheid en hoe de auto stopte. Toen ik opkeek, keek ik recht naar de man waar ik zo van hield. Ik zag hoe de emotie speelde in zijn donkere irissen, alsof er mini-tornado's in zijn ogen flikkerden. Er leek een soort van elektriciteit van hem naar mij en weer terug te kaatsen. Een klein hoofdgebaar van hem naar mij gaf aan dat hij verwachtte dat ik zijn voorbeeld zou volgen, net voor hij zijn veiligheidsgordel losmaakte en aanstalten maakte om uit de anonieme wagen te stappen. Ik slikte, draaide de volumeknop open van de radio-dispatching zodat we het zelfs buiten de auto zouden horen en volgde zijn voorbeeld.

Pas toen ik de deur achter me dichtsloeg, merkte ik dat hij ons een landweggetje ingestuurd leek te hebben, waar hoge loofbomen de felste zon tegenhielden en tegelijkertijd een soort van privacy gaven. Ik keek toe hoe Eric tegen de koffer leunde en hoe hij eerst zijn armen kruiste en ze dan alsnog naast zich liet vallen. Toen hij opkeek, was ik gedwongen om de krop in mijn keel door te slikken. De intensiteit in zijn blik deed niks om het tumult in mijn binnenste op te lossen. In tegendeel, ik voelde bijna hoe de figuurlijke vlinders in mijn buik zich een weg uit hun kot baanden om eens zo hard te fladderen en weigerden zich weer te laten ketenen.

Ik kon zijn blik niet verdragen. Ik voelde mezelf breken, en net toen ik de eerste van meerdere snakken naar adem inslikte, voelde ik zijn hand op de mijne, die licht trilde. Onze werelden leken zich te verenigen en vanuit het niets weer in dezelfde baan rond het melkwegstelsel te kunnen bewegen. Ik voelde het magnetisme tussen ons. Tijd leek te stoppen en geluid leek in een vacuüm gezogen. Ik hoorde mijn hartslag in mijn oren, alsof ik net een marathon gelopen had naar dat specifieke moment. Kleur en grijswaarden vermengden zich in mijn starende blik. Ik voelde mij duizelig en tegelijkertijd onverwoestbaar, en het gras onder mijn voeten leek duivelsstrik geworden te zijn, leek de zwaartekracht te vermenigvuldigen.

"Ze heeft nooit echt met de onregelmatige uren om gekund," begon hij. "Ik heb mij jarenlang afgevraagd of we niet te veel verschilden, maar zij stelde mij keer op keer gerust. En nu wist ze me te zeggen dat ze al een paar maanden een affaire heeft met een collega."

"Eric..." bracht ik uit. Ik had geen woorden. Ik voelde zekere woede, dat iemand dat gedaan had met hem.

Hij schudde zijn hoofd voor ik tot mijn zinnen kon komen om iets nuttiger te zeggen. "Ik kan na tien jaar niet zeggen dat het mij niks doet dat ze mij bedrogen heeft, maar ik kan het wel perspectief geven, door u, en ik denk dat ik het in mijn onderbewustzijn misschien al ergens wist."

"Eh, maar door mij?" herhaalde ik verbaasd.

"Ja," bevestigde hij. "Ik zou haar nooit bedrogen hebben, maar mijn hart hoort eigenlijk al vrij lang niet meer bij mijn, euh, halve trouwboek," besloot hij. Hij leek het moeilijk te hebben met 'vrouw', en ik begreep dat. Ik wist echter nog steeds niet op welke manier ik hem perspectief gegeven had, toen hij vervolgde, "Ik dacht echt dat ik u kwijt was na ons avontuur, in die tunnel, en van het idee zelf werd ik bijna compleet... tja, zot. Ik heb mijzelf heel schuldig gevoeld omdat ik u in gevaar had gebracht, terwijl ik er juist ben om wat voor u uit te kijken, alleszins tijdens ons werk. Ik heb daar zo van afgezien dat dit eigenlijk niks is in vergelijking."

Ditmaal schudde ik mijn hoofd. Ik hoorde mijzelf in zijn woorden, zijn gevoelens, zijn gedachten, en ik wist dat hij en ik op dezelfde lijn zaten in dit verhaal. "Eric," begon ik. "Ik zie—" En net dan doorbrak een robotachtige stem vanuit de auto het intieme moment. De realiteit werd ons door de strot geduwd voor ik hem had kunnen zeggen dat ik van hem hield en de hoop had durven opbrengen om dezelfde woorden van hem te horen. Ik kneep in zijn hand, die nog steeds de mijne omhelst had. "Straks," besloot ik, smeekte ik. "Straks hebben we het er nog verder over."

"Straks," herhaalde hij.

BedolvenWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu