Hoofdstuk 19

628 82 0
                                        

Vogels vlogen voorbij. Geen een streek neer in mijn kleine tuintje, waar ik allemaal lekkers had liggen. Een  bakje vol vogelvoer en vetbollen aan de boom. Ze waren druk in de weer. Prattten met elkaar. Ik hield van vogels. Ze hadden nu geen eten nodig, wormen zat onder in de grond. Toch wilde ik ze voeren. Ik moest voor iets zorgen, nu ik niet meer voor Klaas kon zorgen. Hele middagen verspillde ik door te staren uit het raam. Kijkend uit het raam en voorzichtig slokjes nemend van mijn hete koffie. 

Donker BlauwWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu