Just a game

90 6 3
                                        

PROLOOG

14 jaar oud ben ik nu. Dat betekent dat dit mijn derde keer is. Steeds als het voorbij is ben ik teleurgesteld dat ik weer een jaar minder moet. Als vandaag achter de rug is moet ik nog vier keer. Gelukkig moet ik  nog meer dan de helft. Al moet ik zeggen dat de kans dat ze mij trekken wel klein is. Mijn zus heeft tenslotte drie jaar geleden ook al meegedaan. Ik schud mijn hoofd als ik daaraan denk. Natuurlijk was ze er niet levend uit gekomen. Ze was een meisje en ook nog eens een hele domme. Zo een die de hele dag met vriendinnen aan het giechelen is. Die 's ochtends maar blijft twijfelen wat ze aantrekken zal. Ik heb haar meer dan eens gewaarschuwd maar nu is het te laat. Op haar zestiende was ze aan de beurt. Ze redde het niet eens tot na het bloedbad bij de Hoorn. Simpele ziel.

Ik ben een ander verhaal. Al zo lang ik me kan herinneren oefen ik voor de Hongerspelen. Toen ik klein was, was ik al altijd buiten. Samen met mijn vriendje Robbin speelde ik de hele dag. 's Morgens vroeg kwam hij me ophalen als de rest van de bewoners van district 3 nog lag te slapen. Dan deden we altijd een wedstrijdje wie als eerst de stad uit was. In de stad konden we namelijk niet oefenen. Wat wij nodig hadden was een woest gebied met veel natuurlijke obstakels. Bij de rand van de stad aangekomen zochten we allebei zo snel mogelijk een mooie rechte stok. Hij mocht niet krom zijn want kromme stokken hebben een slechtere balans. Als een van ons een goede stok gevonden had en de ander niet had diegene pech. Bij de echte Hongerspelen wachten ze tenslotte ook niet op je. We zijn regelmatig allebei met blauwe plekken en schrammen thuis gekomen. Toch kregen we nooit ruzie, we waren er trots op dat we al zo goed konden vechten. 

Ook mijn vader was trots op me. Vroeger, toen ik met Robbin speelde, deden we gewoon wat we leuk vonden en probeerden we vooral de tributen na te doen. Maar toen ik ouder werd ging mijn vader me coachen. Dat was op de leeftijd van 9 jaar. Ieder weekend trok ik er met mijn vader op uit, meestal kampeerden we in het bos. Daar kreeg ik les in allerlei onderdelen zoals zwaardvechten, messen werpen, boogschieten en worstelen. Ik denk dat dat de beste tijd uit mijn leven was. Eens heb ik mijn vader gevraagd of ik ook niet praktische dingen moest leren zoals knopen leggen, boom klimmen, vissen, slachten en camouflage. Maar toen keek hij me minachtend aan en schudde zijn hoofd. 'Jij hebt genoeg aan je spierkracht en je vechtkunsten. Laat de zwakkelingen maar survivallen, jij moet de naam van de Fosters hooghouden.' 

Dat is namelijk mijn naam; Raymond Foster. Nu ik ouder ben weet ik dat mijn vader gelijk heeft. Ik ben een echte kerel, ik heb spieren en ik weet hoe ik ze moet gebruiken. Ik ben een meester in zwaardvechten, worstelen en messen werpen. Met mijn vaardigheden kan ik al het spul bij de Hoorn des Overvloeds bemachtigen zonder veel moeite.

Ik zucht en kijk eens om me heen. Ik zie veel gezichten van andere jongens en meiden, sommigen ken ik maar ook een paar niet. Ik leun verveeld tegen het hek. De toespraken van Jetty Stones duren altijd veel te lang. Ik sta te popelen om de trekking te zien. Ik ga overeind staan en maak mezelf zo lang mogelijk. Meteen wens ik dat ik dat niet gedaan had want ik kijk recht in het strakke gezicht van mijn moeder.

Zij is ook zo'n apart geval. Waar mijn vader trots op is, verafschuwt mijn moeder. Ze haat de Hongerspelen en alles wat daar mee te maken heeft. Dat komt niet alleen door de dood van mijn zus. Mijn moeder is in district 12 geboren en opgegroeid. Daar is haar met de paplepel ingegoten dat de Hongerspelen slecht zijn. Onzin natuurlijk, al die mensen zijn gewoon jaloers dat zij te zwak zijn om te winnen van een Beroepstribuut als ik. Mijn vader had ook nooit met haar moeten trouwen.

Ik scheur mijn blik los van mijn moeder en zoek oogcontact met Robbin. Hij grijnst als hij me in de gaten krijgt. Hij trekt uitdagend zijn wenkbrauwen op. Al een paar weken voeren we constant discussies over wie van ons twee naar de Spelen mag. Ik grinnik bij mezelf en richt mijn aandacht weer op het podium. Jetty Stones is eindelijk bezig haar speech af te ronden. Nadat ze ons een fijne Spelen heeft toegewenst loopt ze op haar belachelijke klik-klak hakken naar de bol van de meisjes en begint erin te graven. Ze haalt na wat een uur lijkt te duren haar hand er weer uit en loopt op dezelfde manier terug naar de microfoon. Ze opent het briefje en zendt ons met haar felrode mond nog een laatste glimlach toe.

'Nina Willson!' Roept ze dan met haar hoge stem.

Onbewust sla ik een zucht van verlichting. Het is zwak van mezelf maar ik vind het toch prettiger als ik mijn tegenstanders niet ken. Dat maakt het nog makkelijker om ze uit de weg te ruimen.

Ondertussen klinkt er een luide juichkreet niet zo ver van mij vandaan. Ik draai me in de richting van het geluid. Ik bekijk kritisch het meisje dat zich tussen de andere kinderen naar voren dringt. Het eerste wat me opvalt is de grote glimlach op haar katachtige gezicht. Haar groene ogen stralen en haar bruine korte haar springt vrolijk op en neer. Ze is niet lelijk maar zeker ook niet mooi. Maar dat is niet waar ik in de eerste plaats naar kijk. Ik let vooral op haar lichaamsbouw en haar armen. Ze is redelijk klein maar dat stelt me niet gerust. Iets in haar loopje zegt me dat ze best taai is. Haar armspieren zijn niet erg opvallend maar haar schouders wel behoorlijk breed. Ze lijkt me ondanks haar lengte toch een stuk ouder dan ik.

Dan is ze te ver om haar nog goed te kunnen beoordelen. Trots loopt ze het podium op en gaat met haar handen in haar zij naast Jetty staan. Jetty knikt haar enthousiast toe met haar rode glimlach en geeft haar een schouderklopje. Dan loopt ze naar de bol van de jongens toe. Ik hou onwillekeurig mijn adem in. Het lijkt nu zelfs nog langer te duren voordat ze een briefje heeft dan bij de meisjes. Maar uiteindelijk heeft ze dan toch haar keuze gemaakt en loopt op die ergerlijke hakken terug naar de microfoon. Ze vouwt het open en laat haar zwaar opgemaakte ogen over ons heen glijden.

'Robbin Baker!' Zegt ze met haar enthousiaste stemgeluid.

Mijn mond valt open en als vanzelf kijk ik naar mijn beste vriend en oefenpartner. Zijn ongelovige gezicht verandert al snel in een uitdrukking van grote blijdschap. Hij buigt door zijn knieën en springt dan heel hoog de lucht in terwijl hij zijn vuist de lucht in zwaait. Dan slaakt hij een oerkreet waar we met zijn tweeën vaak op geoefend hebben om tegenstanders bang te maken. Hij werpt even een vlugge blik op mij terwijl een triomfantelijke grijns over zijn gezicht heen glijdt. Dan loopt hij naar voren.

Ik klem mijn kaken op elkaar en staar naar zijn rug terwijl boosheid zich van me meester maakt. Ik zou er nog mee kunnen leven als ik niet gekozen werd, dan had ik nog altijd vier jaar voor me. Maar wat ik niet kan hebben is dat Robbin dan in mijn plaats gaat. Wij staan zo dicht bij elkaar, zo dicht als het maar kan. Al ons hele leven trekken we samen met elkaar op en samen hebben we al jaren geoefend voor de Hongerspelen. Ieder jaar gaan we naar de trekking en hopen we allebei vurig dat onze naam wordt geloot. En steeds is het niet zo en gaan we de rest van het jaar samen weer verder met oefenen. Ik besef dat dat deel van mijn leven in één keer weg is. Maar wat ik nog veel beter besef is dat Robbin er niet rouwig om lijkt te zijn.

Een vreemd gevoel maakt zich plotseling van me meester. Ik weet dat het haat is. Haat voor mijn beste vriend. Wat ik ook weet is dat het me niets uit maakt. Het enige wat ik nu kan doen is strak naar Robbin blijven kijken die het trapje naar het podium beklimt. Wat zou ik toch graag in zijn plaats zijn daar.

Maar ineens gebeurt er iets raars. Iets dat mijn ogen niet kunnen geloven en waar mijn verstand even geen grip op heeft. Robbin wil net op de volgende tree stappen als zijn voet er achter blijft haken. Hij zwaait nog even met zijn armen om zijn evenwicht te bewaren maar het heeft geen zin. Meteen daarop valt hij plat voorover. Zijn lichaam komt met een donderende klap op de overgebleven treedes terecht. Daar blijft hij stil liggen.  

Een paar seconden verroert niemand zich. Dan komen er vanachter het podium een paar bewakers vandaan die vlug op Robbin toelopen. In een schok komt de werkelijkheid bij mij naar binnen. Sneller dan mijn hoofd bij kan houden hebben mijn benen het besluit al genomen. Zo hard als ik kan sprint ik naar voren en duw de kinderen die in de weg staan opzij. Zonder het trapje te gebruiken pak ik het podium bij de rand en hijs me eraan op. Maar niet om mijn beste vriend te gaan helpen. Wat ik wil is mijn beste vriend vervangen. Ik klim op het podium en loop vlug naar de onthutste Jetty Stones.

'Ik vervang hem.' Zeg ik hijgend. 'Ik wil in zijn plaats.' Jetty kijkt me met wijd open ogen en mond aan en werpt dan een verbouwereerde blik op Robbin. Eén van de bewakers die hem op een brancard probeert te leggen schudt zijn hoofd naar haar.

'Drie gebroken ribben.' Zegt hij ernstig. Dan richt hij zich weer op zijn taak. Jetty herstelt zich en strijkt even met haar hand door haar pikzwarte krullen.

'Goed.' Begint ze met trillende stem. 'Dan hebben we hier de twee tributen van district 3. Geef ze een groot applaus!'

Meteen begint de menigte te joelen en te klappen. Ik voel me beter dan ooit. Aan Robbin denk ik helemaal niet meer.  

Just a gameWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu