Hoofdstuk 6

12 3 1
                                        

Ik loop eropaf en pak de roos voorzichtig uit het glas. Ik bekijk hem van alle kanten maar dat hou ik niet lang vol. Ik word bijna misselijk van de walmende geur die eromheen hangt. Alle doornen zijn er netjes afgeslepen, ik kan de sporen van het mesje nog zien. Normaal zou ik aan zoiets kleins geen tijd verspillen maar ik vind het vreemd dat hij hier in zijn eentje staat. Het past niet bij de rest van de badkamer. Ik raak lichtjes een van de bloemblaadjes aan. Het voelt heel zacht en een vreemde rust neemt bezit van me. Maar als ik mijn vingertop omhoog houd zie ik dat er een vreemde vlek opzit. Hij heeft precies dezelfde bloedkleur als de roos. Onwillekeurig huiver ik en wissel een blik uit met Eleanor en Nina. Zij staan rustig toe te kijken. Aan hun strakke gezichten zie ik dat ze me iets duidelijk proberen te maken maar ik heb geen idee wat. Ik besluit de roos bij me te houden. Als we rechtsomkeerts maken naar de gang scheur ik vlug een stukje toiletpapier af. Voorzichtig wikkel ik dat om de bloem, bang om iets te beschadigen.

Jetty heeft niets gemerkt en kan niet wachten tot we de stylisten en de voorbereidingsteams ontmoeten. Volgens haar hebben we geen tijd meer om ze uit te laten slapen dus klopt ze zachtjes op de eerste deur. 'Joehoe Danny! Ben je daar?' Roept ze halfluid. 'Word eens wakker! Onze tributen zijn er!' Eleanor hoort het sceptisch aan. Als er geen reactie komt duwt ze Jetty vriendelijk opzij. 'Het spijt me, tante. Dit heeft niet veel zin. Ik zal eens laten zien hoe het moet.' Beduusd maakt Jetty plaats voor haar. Ik doe mijn best om niet hardop te lachen. Eleanor trekt zich zo te zien niet veel aan van de enthousiaste Capitooldame. Ze begint hard op de deur te bonzen maar dat is niet het enige. Ze begint te schreeuwen en als reactie daar op krimp ik in elkaar. Dit geluid is mij maar al te bekend! Beelden van vroeger schieten aan mijn ogen voorbij. Ik dacht dat ik inmiddels wel over mijn trauma heen was! Mijn maag keert zich om van angst en met twee handen hou ik me aan de muur vast. De ruimte begint te draaien en ik voel hoe wankel ik op mijn benen sta. Nina krijgt het net op tijd in de gaten en voordat ik flauwval heeft ze me al stevig vast.

Het laatste wat ik denk is wat een vernedering het is dat uitgerekend zij me op moet vangen.

Ik word wakker op een bed. Ik denk tenminste dat het een bed is omdat ik heel zacht lig. Nog even hou ik mijn ogen dicht maar als ik bekende stemmen om me heen hoor vind ik dat ik me als een man moet gedragen. Ik open mijn ogen en zie dat ik niet op bed lig maar op een bank. Een paar mensen komen in beweging. Jetty buigt zich over me heen en vraagt iets. Ik probeer het te verstaan maar haar stem klinkt heel dof. Ik frons mijn wenkbrauwen en schud mijn hoofd. Mijn tong voelt zwaar en rubberachtig aan dus praten lukt me ook niet. Ik ontspan me terwijl ik zie hoe Jetty, Eleanor en een paar onbekenden beginnen te overleggen. Na een paar minuten verlaten ze de kamer. Ik ben alleen en sluit mijn ogen opnieuw. Ik zou graag nog wat willen slapen maar het wil niet meer. Dat komt ook doordat die stinkende roos me wakker houdt. Ik wil hem net uit mijn zak pakken om hem weg te gooien als ik voel dat mijn gehoor terugkomt. Ik hou mijn adem in terwijl ik luister. Langzaam maar zeker worden de geluiden om me heen scherper. Ook mijn tong begint los te komen en ik beweeg er voorzichtig mee.

Als ik me weer een stuk helderder voel kom ik rustig overeind en ga staan. Een golf van duizeligheid overvalt me en ik grijp me vlug vast aan de bank. Even ben ik bang dat ik echt ziek ben geworden maar die gedachte blijkt al snel onnodig. De duizeligheid trekt even snel weg als hij gekomen is en opgelucht loop ik naar de deur. Ik open hem en steek mijn hoofd om de hoek. Beide kanten van de gang zijn stil en verlaten. Een beetje ongemakkelijk ga ik naar links. Waar ben ik eigenlijk?

Ik dwaal een tijdje door het complex. Net als ik zeker weet dat ik verdwaald ben loop ik langs een groot raam. Mijn mond valt open van verbazing. Ik zit op de begane grond! Vlug keer ik om en ga terug. Als ik me niet vergis was ik ergens een lift tegengekomen.

Ik ben bijna terug bij de kamer waarin ik wakker ben geworden. Gelukkig zie ik daar inderdaad een lift. Ik druk op de knop en stap vlug naar binnen. Ik voel hoe de lift in beweging komt en trek een benauwd gezicht. Ik begrijp dat er nu niet veel voor nodig is om me misselijk te maken. Weemoedig denk ik aan mijn bed. Het is nu uitgesloten dat ik daar nog als een gek rondjes in ga draaien. De lift arriveert op de derde verdieping en ik slaak een zucht van verlichting als ik weet waar ik ben. Ik hoor stemmen uit de eetzaal komen en doelbewust loop ik eropaf. Als ik in de deuropening verschijn word ik meteen opgemerkt. Ze zitten met zijn allen aan tafel maar het lijkt er niet op dat ze eten. De tafel is leeg en hun gezichten staan ernstig. Totdat ze mij zien. Nina is de eerste die me in de gaten krijgt. Tot mijn verbazing begint ze te stralen en stoot ze opgelucht de anderen aan. Ze keren zich allemaal om en begroeten me enthousiast. Ik neem meteen een stoere houding aan en wandel met een brutale uitdrukking naar ze toe. 'Raymond!' Zegt Jetty blij. 'Je hebt ons flink laten schrikken, jongeman.'

Ik haal mijn schouders op. 'Ach, het was niets. Het kwam vast door de vermoeidheid.'

Iedereen neemt met die verklaring genoegen. Iedereen behalve Eleanor. Ze vangt mijn blik en trekt vragend haar wenkbrauwen op. Ik klem mijn kaken op elkaar en staar boos terug. Als zij niet was gaan schreeuwen en die herinneringen aan vroeger had los gemaakt was ik niet flauwgevallen. Dat kan ze best weten. Na een paar seconden wendt ze ineens beschaamd haar blik af en ik neem aan dat ze de hint snapt.

Al snel wordt de lunch geserveerd. Ik voel mijn maag rommelen en gretig bekijk ik het gerecht dat ik voorgeschoteld krijg. Heerlijke vleesspiesjes met salade. Maar voordat we beginnen te eten wil Jetty ons eerst nog iets mededelen. Ze staat op uit haar stoel en loopt naar het hoofd van de tafel. Ze wenkt een man die ik nog niet eerder gezien heb en hij komt naast haar staan. Nou ja, man? Het is eerder een jongetje. Hij is heel klein en schriel. Uit zijn mond steken twee hazetanden en op zijn neus zit een grote ronde bril. Zijn blauwe haar zit hopeloos door de war en als ik goed kijk zie ik dat hij sommige plukken in elkaar gevlecht heeft. Bij elkaar opgeteld is het dus een lachwekkend kereltje. Ik leun dan ook achterover en probeer mijn spottende grijns niet te verbergen. Maar mijn hoop op een glorieuze Hongerspelen stort meteen in elkaar als Jetty haar "mededeling" doet.

'Raymond, mag ik je voorstellen aan Richard. Vanaf nu je persoonlijke stylist.'

   

Just a gameWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu