seven

102 11 3
                                    

Ik voel een enorme pijn wanneer ik ontwaak. Iets dat over mijn gezicht glijdt. Gemompel. Met een kloppend hart open ik mijn gesloten ogen. Harry zit voor me.

"Harry?"

"Je was in slaap gevallen, prinses," fluistert hij. Ik lig in zijn armen. Wat is dit?

"S-s-slaap? Wat doe ik hier?" vraag ik verward. Harry kijkt me verbaasd aan.

"Je bleef slapen omdat het al laat was. Je bent op de bank in slaap gevallen. Gaat het wel goed met je?" vraagt Harry. Hij aait door mijn haren.

"Maar we zijn niet meer samen?" zei ik. Wat is er gebeurd? Ik kan me niks herinneren.

"Al bijna 2,5 jaar, Dakota." Ik snap het niet.

"Je maakte het uit," zeg ik. Ik wil zo graag blijven liggen. Toch ga ik overeind zitten. Harry staat ook op en gaat tegenover me zitten, op het lage tafeltje voor de bank.

Zijn verwarde gezicht begint te veranderen. Het wordt een duivelse grijns.

"Harry?" zeg ik. Ik begin bang te worden. Plotseling grijpt hij me bij mijn keel. Ik gil. Hij knijpt mijn keel dicht. Ik krijg geen adem. Ik schop om me heen, ik probeer hem weg te slaan. Hij lijkt wel immuun.

Net op het punt waar mijn adem opraakt ontwaak ik.

Ik kom overeind en kijk om me heen. Het zweet druppelt van mijn voorhoofd. Ik snap niet wat er gebeurt. Ben ik dan dood? Ik voel pijn aan mijn arm. Ik negeer het.

Nee, ik ben niet dood. Ik gil zo hard als ik kan. Ik besef niet dat ik huil en sla mijn armen om mijn benen heen. Waarom is het hier zo donker? Nu ik me realiseer dat er niemand is zoek ik naar licht. Ik probeer op te staan, maar bots met mijn hoofd tegen het plafond.

Op mijn knieën kruip ik vooruit. Misschien is er een deur. Mijn armen grijpen om zich heen. Is dit een deur klink? Het is een deur klink. Ik draai er tientallen keren aan, niks helpt. Ik zit opgesloten. Ik sla meerdere keren tegen de deur aan terwijl ik om hulp roep. Na wat voelt als uren opent iemand de deur. Het is Noël, Harry's beste vriend.

"Kota? Wat is er gebeurd?" Hij helpt me overeind. Ik kan niks uitbrengen en blijf huilen. Noël omhelst me. Na een tijdje begint hij te praten.

"H-had iemand je opgesloten?" vraagt hij geschokt. Ik knik en laat hem voorzichtig los.

"Ik denk het... Sorry, ik bedoelde-"

"Het maakt niet uit. Ben je oké?" Ik knik langzaam. Noël haalt opgelucht adem.

"O mijn god!" roept hij opeens. Ik schrik op.

"Wat?!" antwoord ik. Zijn ogen zijn wijd opengesperd en hij staart walgend naar mijn lichaam.

"Je... Je arm. Wat heb je gedaan?" Ik trek mijn wenkbrauwen op. Pas wanneer ik mijn ogen op mijn bovenarm laat vallen valt het kwartje. Een gigantische wond. Dat was hetgene dat me straks zoveel pijn deed! Ik kijk Noël geschrokken aan. Dit was niet goed.

Ineens voelde ik mezelf wegzakken. Nooit heb ik goed tegen bloed gekund. "Hey Dakota, ik ga hulp halen. Blijf hier, wil je?" Ik knik en ga trillend op het randje van een enorme plantenbak zitten. Ik probeer mijn gedachten op iets te richten zodat ik mijn bewustzijn niet verlies. Waar kan ik mijn gedachten op richten?

Het raam. Ja, ik richt mijn aandacht op dat raam. Hopeloos bestudeer ik het raam.

"Holy fuck, Kota? Je arm!" roept opeens een bekende stem.

"Het is niks, Noë-"

"Heb je jezelf dit aangedaan? Fuck! I-Ik..." Harry loopt op me af en gaat naast me zitten. Ik huiver en voel aan mijn voorhoofd. Het doet pijn.

Je hebt het einde van de gepubliceerde delen bereikt.

⏰ Laatst bijgewerkt: Nov 29, 2015 ⏰

Voeg dit verhaal toe aan je bibliotheek om op de hoogte gebracht te worden van nieuwe delen!

purple rosesWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu