A story to think about

14 4 0
                                    

Er was eens een man. Hij was jarig en zijn vrienden hadden de hele familie uitgenodigd. Van groot tot klein iedereen was uitgenodigd door zijn vrienden De nichtjes, de neefjes, de ooms, de tantes en zelfs zijn stokoude overgrootvader had een uitnodiging ontvangen. De man zat op de grootste stoel van de kamer, de stoel was zacht bekleed met rood fluweel. En was versierd met mooie zilveren knopen en de naden waren gestikt met puur goud. Hij was trots op zijn prachtige verjaardagsstoel. De kamer was niet zo groot, maar wel gezellig. Er stonden grote stoelen, kleine stoelen. Want er zouden veel verschillende mensen komen. En iedereen zou voor zichzelf een plekje vinden. Zijn vrienden waren al gekomen en versierden de kamer met trossen ballonnen en serpentines. Het was feest, en dat was duidelijk te zien. De vrienden verdwenen even later in de keuken en begonnen drinken en taart klaar te zetten. De deurbel ging. De man stond op van zijn verjaardagsstoel en wierp een blik op het afgerafelde kleine kussen dat in de hoek van de kamer lag. Daar mocht het kleine nichtje wel zitten, dan zou ze met taart eten zijn meubels tenminste niet vies maken. En die blauwe kruk ernaast, daar moest de stokoude grootvader maar vertoeven, hij stonk altijd naar oude mensen, dus de man wilde hem niet te dicht bij zijn verjaardagsstoel. Dat zou vast en zeker zijn dag verpesten. De man deed de deur open. Daar stond zijn oom en zijn nichtje. Ze feliciteerden de man en deden erg vriendelijk. Het nichtje gaf hem een mooie tekening en van zijn oom ontving hij een autowas-set. Altijd handig, de man wist niet wat hij er mee aan moest. Hij liet het nichtje op het vieze kussen zitten. En zei dat ze daar heel stil moest zitten. Het meisje keek betreurd, en je zag in haar ogen het verlangen naar die grote stoel. Waarom moest zij in dat hoekje? Maar de man maakte zich daar geen zorgen over. Hij was meer gestrest, want waar moest zijn oom zitten? Hij wilde hem naast zich hebben, maar niet te dichtbij want zijn oom had vieze vingers. En stel dat hij het fluweel van de verjaardagsstoel zou vuil maken. Ondertussen stond alle taart klaar. De man pakte het kleinste stukje dat er het minst lekker uit zag en kwakte het op een servetje. Hij riep het nichtje. En zei, kom het zelf maar pakken. Maar niks vies maken en dan meteen terug naar je plek. Oom had zelf een stoel uitgekozen en hij zat naast de rode fluwelen stoel op een mooie gelakte houten pianokruk. Hij zat triomfantelijk te wachten op zijn taart. Hij had ook wel zin in een glas wijn. De man liep naar de keuken. En liet 1 van de vrienden de slechte wijn open maken, die was eigenlijk als reserve bedoeld. Hij riep de man. Dat de wijn in de keuken was. De man liep vlug naar de kamer. En controleerde of zijn stoel nog schoon was. Gelukkig.. De deurbel ging. Daar was de stokoude opa. Hij reed de rolstoel naar binnen. Liet hem staan in de gang, en ging zelf weer zitten op zijn stoel. De deurbel ging weer. De oude man zat alleen in de kille gang, waar het erg tochtte. Tante stond voor de deur, ze keek beduusd door het rondje raampje. De man deed de deur open. En smeet hem toen tante binnen was voor de neus van zijn neefje weer dicht. Het kind huilde. Tante duwde grootvader naar binnen. De man wees hen een plek aan. Ga daar maar staan. Hij wilde van deze mensen al helemaal niet dat ze zijn spullen aanraakten. Hij gaf ze water in een oud papieren bekertje en een partje appel. Daarna pakte de man zijn iPad en ging vol trots in zijn grote fluwelen, met gouddraad afgewerkte verjaardagsstoel zitten. Niemand had het naar zijn zin. Niemand voelde zich goed op de plek. Toen hoorde de man een stem in zijn hoofd. De zin luidde zo: They come all from the same family. Ze komen allemaal van dezelfde familie. They are all people. Ze zijn allemaal mensen.

Naastenliefde... Jezus deed het ons voor in de bijbel. Wat houdt dat in volgens jou, je naaste liefhebben?

Hope To Live ForWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu