< jacob>
'hoe zou jij je voelen als je bijna opgegeten bent door wolven?' dat hoorde ik Hannelore nog juist zeggen. toen schoot me iets te binnen. de wolven. Er was iets mis met ze! Normale wolven liepen altijd met een grote boog om mij heen. Het was al niet normaal dat ze naar mij toe kwamen en het was zeker niet normaal dat ze me aanvielen! en die rode ogen dan! Dat was zeker niet normaal! Maar als het geen gewone wolven waren, wat waren het dan? Weerwolven konden het niet zijn, die waren al lang uitgestorven. Gedaanteverwisselaars konden het ook al niet zijn. Die behouden de kleur van hun ogen als ze veranderen. Dan was er nog maar één mogelijkheid. Magie. Het was de heks. Ze probeerde ons tegen te houden. Maar dat ging haar niet lukken. daar zou ik wel voor zorgen. Ik moest ervoor zorgen dat de heks ons niet gevangen kon nemen. Ergens tussen mijn bepeinzingen door, hoorde ik Hannelore zeggen dat ze ging slapen. Ik zuchtte en besloot ook te gaan slapen. Ik kroop op een iets hogere tak en sloot mijn ogen. Ik zou Hannelore morgen wel zeggen dat het geen normale wolven waren daarbeneden. Met die gedachte viel ik in slaap.
< Hannelore>
Ik schoot recht. Het duurde even voordat ik besefte waar ik was. Ik wreef mijn ogen uit en ging wat gemakkelijker tegen de boom aan zitten. Voorzichtig keek ik naar beneden. Gelukkig hing ik nog vast met het touw. anders was ik zeker naar beneden gevallen! In het donker had het minder hoog geleken. Een voordeel was wel dat de wolven weg waren. Toen schoot me iets tebinnen. waar was Jacob? Hij zou toch niet uit de boom gevallen zijn? Net toen ik me naar beneden wou laten zakken, hoorde ik een slaperige stem 'Morgen Hannelore' zeggen. Ik zuchtte opgelucht. 'Jacob! ik dacht wel dat je uit de boom gevallen was hé!' Hij lachte.'Nee hoor, ik ben er nog en ik heb verschrikkelijke honger.' 'Laten we naar beneden gaan. daar is vast wel iets te eten. Samen klommen we naar beneden. toen we op de grond stonden (tot mijn opluchting), gingen we op zoek naar eten. veel was er niet te vinden. Jacob vond een paar appels en ik vond een paar noten. Al stappend aten we het weinige eten op. Toen zag ik iets glinsteren in een struik. Ik liep er nieuwsgierig heen. Bij het bosje aangekomen, zag ik op de grond een soort rood kristal liggen. Ik raapte het op en wou het bekijken. maar toen mijn vingers het kristal aanraakten, werd ik weggezogen uit het bos. Vaag hoorde ik Jacob mijn naam roepen. Toen stond ik opeens in een ander bos. Ik eerst zag ik alles wazig. Zoals een tv die verkeerd is afgesteld. Na een tijdje begon ik beter te zien. Ik zag dat de bomen veel dichter op elkaar stonden dan in het ander bos. Ook was er veel meer mos en in de lucht hing een geur die erg veel weg had van rotte eieren en andere bedorven dingen. Ik besefte dat er niet zo ver hiervandaan een moeras moest zijn. Als je goed keek, zag je het een beetje Door de bomen heen. Toen ik verder keek, zag ik nog iets anders staan. Tot mijn schrik besefte ik dat het niet iets maar íemand was. Hij of zij liep naar me toe. Toen hij of zij nog maar een paar meter van me vandaan was, zag ik wie het was. Nee! Dat kon niet waar zijn!!
Heey lezertjes,
Sorry dat ik (alweer niet heb geüpdatet zaterdag. Ik heb gwn te veel werk voor school. Ik hoop dat ik het goed heb gemaakt met dit hoofdstukje .
Xxx Fiepien

JE LEEST
De Wolf
FantastikIk ben een wolf. Wen er dus maar aan. Dit is mijn verhaal. Geloof het of niet. Ik ga op weg met maar 1 doel. Zal ik het halen of niet? Lees mijn verhaal en je krijgt antwoord op al je vragen.