30 maart, 2024
Robbie's POV:
"Robbie, wakker worden, we moeten gaan!" Matthy's stem galmt door mijn oren. Ik open mijn ogen en laat mijn blik op Matthy vallen, die in paniek spullen uit de kast aan het halen is.
"Wat is er, Matt?" Ik gaap en wil me omdraaien, maar ik blijf hem aankijken. Hij is vast niet voor niks in paniek. Een broek en trui belanden voor mijn neus op het bed.
"We zijn de popcorn vergeten gisteravond." Popcorn? Ik kan me niet herinneren dat we popcorn hebben gegeten? "Er is niks over van de keuken." Het voelt alsof hij momenteel gewoon aan het brabbelen is. "Rob, ons huis is aan het afbranden." Deze woorden echoën door mijn hoofd. Hoe bedoelt hij ons huis is aan het afbranden? Ik weiger het te geloven. "Trek je kleren aan en pak belangrijke spullen, goed?" Ik knik snel.
"Is goed." Zodra ik uit bed ben geklommen, trek ik de kleren aan die Matthy voor me had klaargelegd, waarna ik naar de badkamer loop.
Veel belangrijke spullen heb ik niet, het enige wat ik nu zo 1, 2, 3 kan bedenken zijn mijn medicijnen. In de badkamerkastjes zoek ik naar de buisjes en het pompje zelf, maar zo te zien ligt die hier niet. Ik weet dat er eentje bij mijn ouders ligt, die ben ik daar de vorige keer vergeten, dus daar heb ik niks aan. Waar de fuck is dat klote ding?
Ik hoor hoe Matthy met 112 belt, blijkbaar is het dus wel ernstig... Angst vloeit door mijn lijf, wat als het helemaal mis gaat? Wat als ik Matt kwijtraak? Ik schud mijn hoofd om de gedachten fysiek weg te schudden.
"Twee, mijn vriend en ik." Matthy komt naast me staan en kijkt me vragend aan, alsof hij wilt vragen of ik klaar ben om weg te gaan. "Nee, we zijn nog binnen. We zijn de medicijnen voor Robbie zijn astma aan het verzamelen." Langzaam rollen er tranen over zijn wangen heen, ik veeg er eentje weg. Arme jongen is doodsbang. Ik ook, daar niet van, maar Matthy heeft mij wel eens verteld dat een brandende kamer een van zijn grootste angsten is, na hoogtes dan. "Dat snap ik, mevrouw, maar hij kan niet zonder." Samen zoeken we verder naar het pompje.
Dan raakt de realisatie me. Ik heb hem gisteravond op het aanrecht neergelegd, omdat ik hem morgenochtend bij het ontbijt zou nemen... "Matt... Volgens mij ligt mijn inhalator nog in de keuken." Ik kan mezelf momenteel wel van een ravijn af flikkeren.
"Oké, Rob jij gaat naar buiten, ik ga dat ding zoeken, goed?" 'Goed?' Tuurlijk niet 'goed,' stomme koekwaus!
"Ben je helemaal gek geworden? We gaan samen naar buiten!" Ik pak zijn arm beet en trek hem richting de trap, zodat hij wel mee moet gaan. "Dan maar zonder puffer, ik overleef wel."
Die woorden bijten me al gauw terug; nog geen vijf treden in vult de rook mijn longen, waardoor ik begin te hoesten. Een druk ontstaat op mijn borst. Vuur en rook zijn dingen die mij altijd al dwars hebben gezeten, dus dit vind ik dan ook echt vreselijk. Een duizelig gevoel vestigt zich in mijn hoofd, doordat ik vrijwel geen lucht meer krijg. "Rustig, kunnen we voorzichtig doorlopen, baby?" Mijn hoofd zegt ja, maar mijn lichaam zegt nee. Daarom schud ik mijn hoofd. Hij legt zijn arm rond mijn onderrug en forceert mij verder naar beneden. "Oké, blijf zitten." Ik zit nu op de derde traptrede. Mijn longen zijn op het punt van piepen gekomen. Als ik alleen al inadem piept alles, met hoesten al helemaal.
Ik forceer mezelf om te stoppen met hoesten en leg mijn hoofd in mijn handen, waardoor ik naar beneden kijk. "Diep in... Diep uit..." Mompel ik zacht in mezelf. De wereld draait om mij heen, hierom sluit ik mijn ogen, terwijl ik al mijn focus op mijn ademhaling leg.
Minuten gaan voorbij en Matthy komt maar niet terug. Voorzichtig open ik mijn ogen en zet ik mijn voeten goed neer op de traptrede. Ik moet naar Matthy toe. Er is iets mis, anders zou hij wel terug zijn.
Het moment dat ik op wil staan, vliegt de voordeur open. Meerdere brandweermannen lopen in hoog tempo naar binnen. Mijn hart slaat alleen maar harder hierdoor, uit angst en uit opluchting. Ze komen ons helpen. "Remeen." Een van de mannen praat tegen mij, maar ik kan niks uitmaken uit zijn woorden. "Nutk u son hroen?" De wereld draait nog steeds en ik hoor een ongekend luide piep in mijn oren.
"Matthy... Helpen." Opnieuw sta ik op, maar ik verlies mijn balans, waardoor een van de brandweermannen mij weer laat zitten. "I-Ik-" Verder kom ik niet, voordat een astma-aanval mij weer onderbreekt. Hoestend begin ik te huilen. Hoesten doet echt fucking veel pijn aan mijn keel, ik krijg weinig lucht en de hele wereld draait. Alles bij elkaar zorgt voor een gevoel van onrust, zo meteen is alles voorbij.
Ik wil niet dat alles zo eindigt, maar ik heb geen kracht in mijn lichaam om te zorgen dat ik weer lucht krijg en zonder enige vorm van lucht, wordt ademen toch aardig moeilijk. Voor ik het weet wordt het zwart voor mijn ogen en wordt de pijn steeds erger en erger.
Het wordt erger tot het ineens stopt.
Het is over.
JE LEEST
Blindelings
Fanfiction"𝘐𝘬 𝘭𝘦𝘦𝘧 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘫𝘰𝘶. 𝘐𝘬 𝘻𝘰𝘶 𝘢𝘭𝘭𝘦𝘴 𝘷𝘰𝘰𝘳 𝘫𝘦 𝘥𝘰𝘦𝘯, 𝘙𝘰𝘣. 𝘈𝘭 𝘷𝘢𝘭𝘵 𝘥𝘦 𝘩𝘦𝘮𝘦𝘭 𝘯𝘢𝘢𝘳 𝘣𝘦𝘯𝘦𝘥𝘦𝘯, 𝘢𝘭 𝘮𝘰𝘦𝘵 𝘪𝘬 𝘥𝘦 𝘥𝘪𝘦𝘱𝘴𝘵𝘦 𝘻𝘦𝘦ë𝘯 𝘥𝘰𝘰𝘳𝘻𝘸𝘦𝘮𝘮𝘦𝘯, 𝘥𝘦 𝘩𝘰𝘰𝘨𝘴𝘵𝘦 𝘣𝘦𝘳𝘨𝘦𝘯 �...
