[pov Onbekende]
Wie ben ik? Ik ben een moordenaar en moord indirect alles wat deze aarde kapot maakt of slecht is. Mensen denken dat ze slim zijn, maar erachter komen wie ik ben lukt ze niet. Het enige wat mensen doen is elkaar het leven zuur maken, elkaar in de weg zitten, elkaar vermoorden. Ik heb nooit gesnapt waarom we het elkaar niet makkelijk maken in plaats van alles wat er nu gebeurd. Ik krijg ook nooit antwoord en daarom neem ik wraak, maakt me niet uit op wie, niemand verdient het. Vooral politieagent Naut niet. Hij werkt aan de zaak om mij te vinden en hij kwam laatst te dichtbij vind ik. Pas maar op als ik jou was, denk ik allemaal terwijl ik onder de douche sta. Onder het douchen is altijd mijn nadenkmomentje en daar wil het ook het best. Meestal vergeet ik ook de tijd en sta ik er al veel te lang onder, net zoals deze keer. Snel stap ik onder de douche weg en sta ik in een niet al te grote badkamer. Er staat een douche in de hoek, omringd met muren en een open opening. In de andere hoek staat een badkuip, waar ik trouwens ook graag inzit, alleen niet deze keer want ik moet nog wat anders doen. Bij de gedachte wat al moet ik heel hard lachen. Snel droog ik me af en trek m'n kleren aan die ik op de grond heb gegooid voordat ik ging douchen. 'Ik leg het één keer uit', zeg ik streng tegen Ines die langzaam knikt. 'Je krijgt een armbandje om, daarmee kan ik horen wat je zegt en als je buiten een straal van 2 kilometer van de school komt krijg je een schok. Dus probeer maar niet iemand te vragen om de politie te bellen en probeer vooral niet te ontsnappen. Ik heb de wapens al verstopt in een bosje bij de school, ik breng je er geblinddoekt heen en na tien tellen mag je hem afdoen en plant je de bommen in school en laat je ze daarna afgaan. Dat was het, begrepen?', ratel ik aan één stuk door. 'Ja, begrepen', verlaat haar mond. 'Mooi, kom maar mee dan', zeg ik terwijl ik een kom-maar-hier gebaar maak. Ze sloft naar me toe en als ze dichtbij genoeg is blinddoek ik haar en doe ik het armbandje om.
[pov Ines]
'Zijn we er al een keer?', vraag ik en ik krijg geen reactie. 'HEY! Zijn. we. er. al? Wat snap je daar niet aan?', roep ik geïrriteerd en ik schrok er zelf van dat ik dat zomaar op zo'n toon durfde te zeggen. Opeens voel ik dat ik struikel over iemand anders benen, waarschijnlijk die van The Killermachine. 'Wat zei je daar?', vraagt The Killermachine boos. 'Sorr... sorry', verlaat stotterend nog net m'n mond. 'Mooi, kom op weer staan', zegt The Killermachine commanderend en ik doe gelijk wat die zegt. 'We zijn er', zegt The Killermachine na een tijdje en drukt me dan naar de grond. 'Tel tot tien en dan doe je wat je moet doen', zegt The Killermachine en ik hoor aan voetstappen dat die wegrent. 'Negen... tien', tel ik hardop. 'Wie niet weg is, is gezien', zeg ik ook hardop en moet er zelf best hard om lachen, terwijl dit helemaal geen leuke situatie is.
Met de bommen loop ik de school in en dan herken ik direct de school, dit is een school in Gramsbergen. Zuchtend loop ik verder en leg ik overal de bommen neer. Ik leg ze snel neer, want ik wil er niet zoveel bij nadenken en ik wil niet dat iemand mij ziet, dat helaas mislukt bij de laatste bom die ik ergens moest neerleggen. Een jongen staat verstijfd voor me, zijn ogen gevestigd op mijn bom. Snel maak ik met mijn handen een bel-beweging bij mijn oor en hij snapte mijn hint. Hij belt de politie en begint er tegen te praten, helemaal vergeten dat The Killermachine kan mee luisteren. 'Wie belt de politie?!', vraagt The Killermachine schreeuwend door de armband en de jongen tegenover me schrok heel erg. Ik antwoord niet op The Killermachine en wacht gewoon totdat die zelf weer wat zegt. 'Oke dan, ik kom je wel halen en dan loopt het niet zo goed meer met je af', zegt The Killermachine. 'Bedankt, ik hoop dat de politie eerder komt', zeg ik tegen die jongen die ik zomaar een knuffel begin te geven omdat het me nu al heel erg oplucht. Wat nou als de politie me eerder vind en meeneemt, dan ben ik vrij en heb ik wel een probleem denk ik. Opeens herinner ik me dat ik hier met een bom in mijn handen sta en dat de politie dat vast ook opmerkt. Snel wil ik de bom lozen, maar ik ben te laat. Ik zie politiemannen de trap op rennen. 'Politie! Leg die bom weg en handen omhoog!', schreeuwen ze en ik leg zo snel ik kan de bom op de grond en doe mijn handen omhoog. Ik zie de politiemannen hard op me afrennen en me hardhandig op de grond leggen en handboeien om doen. 'Wacht!', roep ik als ze me de auto in willen doen. 'Haal eerst deze armband van mijn pols af, die ontvoerder die jullie zoeken heeft die mij omgedaan en als ik 2 kilometer van deze school afkom krijg ik schokken'. Oke, we vertrouwen erop dat je de waarheid spreekt en we laten even iemand komen met een grote schaar, zodat we de armband eraf kunnen knippen', zegt de politieman en ik knik dankbaar. Na een tijdje word mijn armband eraf geknipt en word ik meegenomen naar het politiebureau.
[pov Jarno]
Als ik van de keuken naar de schuur wil lopen zie ik opeens een schaduw achter me.... Twee handen grijpen mij vast bij m'n schouders en sleuren mij mee. Ik kan niet zien wie het is, want diegene heeft me goed vast in een soort greep. Ik zie dat we in de gang zijn en dan hoor ik opeens de voordeur open gaan. 'Hallo we zijn thuis', hoor ik een bekende stem zeggen. 'MAM!', schreeuw ik heel hard en ik hoor mijn ma heel hard gillen. 'Laat hem los!', roept mijn ma die ik langs me zie rennen naar de keuken. Net op het moment dat ik me afvraag wat ze daar deed zie ik haar terugkomen met een mobiel in haar hand en een mes in de andere hand.

JE LEEST
The Killermachine (Dutch)
Mystère / Thriller'Ik ben er klaar mee, klaar met de mensheid. Ze maken te veel fouten, ze zullen boeten voor de fouten. Allemaal ook al moet ik er persoonlijk voor zorgen. Ik heb er al één en dat zal zeker niet de laatste zijn. Ik speel een spelletje met de mensheid...