pov yara:
Het is laat. Iedereen slaapt — behalve Matthy en ik. We liggen dicht tegen elkaar aan onder zijn dekens, de kamer donker, alleen het zwakke licht van de straatlantaarn valt door het gordijn naar binnen. Ik voel zijn adem tegen mijn haar terwijl ik met mijn vingers over zijn borst strijk.
Hij heeft me net verteld over het gesprek met Robbie. Over de waarschuwing. De woede. En hoe hij zich zorgen maakt. Niet alleen om zichzelf, maar om ons.
Mijn hart bonkt.
'Roos...' zegt hij zacht, mijn bijnaam op een fluistertoon. 'Ik weet niet wat jij precies voelt, maar ik—ik denk dat ik... ik denk dat ik echt verliefd op je aan het worden ben.'
Ik kijk op, onze ogen ontmoeten elkaar. Er zit iets in zijn blik wat ik niet vaak zie bij hem — kwetsbaarheid.
'Ik ben al verliefd,' fluister ik terug. 'Op jou.'
Zijn ogen worden groter, en ik voel hoe hij mijn hand steviger vastpakt.
'Ik voel me veilig bij jou, Matthy. Echt veilig. Alsof alles ineens klopt. Maar... ik wil niet dat jij je vriendschap met Robbie verliest door mij. Ik wil niet dat hij jou haat.'
Matthy zucht diep en knikt. 'Dan moeten we slim zijn. Voorzichtig. Misschien... moet jij het hem vertellen. Als hij het van jou hoort, wordt hij minder boos. Jij bent zijn zusje. Hij wil alleen het beste voor je, toch?'
Ik knik, maar er knaagt iets in mijn maag. De gedachte aan Robbie's blik als hij boos is — fel, koud. Maar ook... beschermend. Misschien is dat het. Misschien moet ik hem gewoon laten zien dat dit goed voelt. Eerlijk zijn.
'Dan doe ik het morgenochtend,' zeg ik vastberaden. 'Ik neem hem mee naar het bos. Daar is het rustig.'
Matthy kust zacht mijn voorhoofd. 'Wat er ook gebeurt, ik ben hier. Oké?'
Ik knik, en sluit mijn ogen.
De volgende ochtend
Het is doodstil in huis. Alsof iedereen voelt dat er iets boven ons hoofd hangt. Matthy zit in de keuken met een kop koffie. Onze blikken kruisen even kort. Hij knikt.
Het is tijd.
Ik loop naar de woonkamer waar Robbie net zijn schoenen aan het aantrekken is.
'Rob? Heb je tijd om even met me te wandelen?' vraag ik, zo neutraal mogelijk.
Hij kijkt me aan, verrast. 'Ja, tuurlijk. Is er iets?'
'Kom maar gewoon mee,' zeg ik, en pak mijn jas.
We lopen in stilte richting het bos. Het is nog vroeg, de zon hangt laag en de vogels fluiten alsof ze alles beter weten. Pas als we bij het meertje aankomen, ga ik zitten op een bankje. Robbie volgt, en kijkt uit over het water.
Er valt een lange stilte. De wind ritselt door de bomen. Mijn hart bonkt in mijn keel.
'Robbie?' vraag ik zacht.
'Ja?' zegt hij, zonder me aan te kijken.
Ik slik. 'Ik ben verliefd.'
Hij kijkt op. Een glimlach vormt zich op zijn gezicht. 'Echt? Op wie?'
Ik kijk naar het water. 'Ik wil eerst iets zeggen... voor ik zeg wie het is.'
Zijn glimlach dooft langzaam, alsof hij de bui voelt hangen.
'Ik wil niet dat je boos wordt. Ik wil niet dat je de vriendschap verbreekt. Maar ik wilde eerlijk zijn. Hij maakt me gelukkig, Rob. Ik voel me veilig bij hem. Het voelt vertrouwd. En... het is nog niet lang gaande, echt niet. We hebben nog niks officieels. Maar ik wil niks achterhouden. Je bent mijn broer. En ik hou van je. Maar ik ben bang. Bang dat je boos wordt. Op hem. Of op mij.'
Het blijft stil. Robbie's blik is strak op het water gericht. Zijn kaken bewegen, alsof hij iets probeert weg te slikken. Mijn handen trillen in mijn schoot.
'Maakt hij je gelukkig?' vraagt hij dan, zonder me aan te kijken.
Ik knik meteen. 'Ja. Echt waar.'
Hij draait zijn hoofd langzaam naar me toe. 'Wie is het, Yaar?'
Ik adem diep in. Mijn stem is nauwelijks hoorbaar als ik antwoord: 'Matthy.'
Hij knikt. Geen woede, geen explosie — gewoon een knik. Maar zijn gezicht blijft strak. Zijn ogen nadenkend.
De stilte wordt ondraaglijk.
'Rob... zeg alsjeblieft iets,' fluister ik met tranen in mijn ogen.
Hij zucht diep en draait zich naar me toe. 'Ik ben niet boos, Yaar. Echt niet. Ik ben blij dat je gelukkig bent. Dat je het me eerlijk vertelt. Maar—' zijn ogen worden feller, '—als Matthy ook maar één keer jouw vertrouwen breekt, als hij je pijn doet... dan heb ik geen enkele moeite om hem uit mijn leven te gooien.'
Ik slik. Knijp mijn lippen op elkaar.
'Maar zolang jij lacht,' vervolgt hij zachter, 'en zolang jij je goed voelt... ben ik blij voor je.'
Ik glimlach, voorzichtig. Tranen prikken achter mijn ogen, maar van opluchting deze keer.
We staan samen op en lopen in stilte terug naar huis. Geen woorden meer nodig. Alleen het ritselen van de bladeren onder onze voeten, en de gedachte dat alles — voorlopig — goed is.
JE LEEST
Why me?
FanfictionYara vd graaf, ook wel bekend als het zusje van Robbie. Ze woont nog thuis maar haar ouders zijn vaak weg en Yara vind het maar niks om alleen te zijn. Daarom is ze vaak bij de Robbie in casa del huts (CDH) Ze kan goed opschieten met de jongens, beh...
