Deel 16

98 0 0
                                        

POV Matthy

Ik had me voorgenomen om vandaag gewoon te doen. Niks verdachts. Geen blikken, geen rare spanning, geen "oeps we hebben gisteravond gezoend" vibes. Maar mijn hoofd is een chaos, mijn hart klopt te snel, en mijn hand trilt nog steeds van dat gesprek vannacht.

Yara ging vanochtend met Robbie wandelen. Alleen. Ik weet niet wat ze heeft gezegd. Of hoe hij reageerde. Of ik me zorgen moet maken, of juist opgelucht moet zijn. Alles in mij wil haar bellen. Appen. Maar ik weet: geduld, Matthy. Geduld.

Ik zit op de bank. Been over m'n knie, koffie halfleeg in m'n hand. Koen en Milo zitten in de keuken te doen alsof ze niks weten, maar ik zie hun ogen steeds m'n kant op glijden. Raoul zegt helemaal niks. Te stil, voor zijn doen.

Dan gaat de deur open. Robbie komt binnen. Rechtop. Stil. Zijn blik speurt de kamer af — totdat hij mij vindt.

Mijn hart slaat op hol.

'Matthy,' zegt hij, en zijn stem is vlak. 'Heb je even?'

Mijn maag zakt naar m'n schoenen.

'Tuurlijk, man.' Ik probeer luchtig te klinken. Misschien zelfs nonchalant. 'Even een goedemorgen bromance-break, hè?'

Hij zegt niks. Draait zich alleen om en loopt de gang in. Ik weet: dit wordt geen bromance-break. Dit wordt verhoor, vuurpeloton, en als ik pech heb: executie.

Ik loop hem achterna. We belanden in de bijkeuken. Kleine ruimte. Wasmachine zoemt. Robbie leunt tegen de muur, armen over elkaar. Ik blijf staan, handen in m'n zakken.

Hij zegt niks.

'Dus, eh... lekker weertje, hè?' probeer ik.

Hij knippert langzaam. Nul reactie.

'Oké, oké,' zeg ik, handen omhoog. 'Luister. Als dit is waar ik denk dat het over gaat — en ik heb zo'n vaag vermoeden dat dat zo is — dan wil ik eerst iets duidelijk maken: ik heb nooit iets gepland, nooit iets opzettelijk gedaan om over een grens te gaan. Het gebeurde gewoon. En het is niet... zomaar iets. Niet voor mij.'

Robbie kijkt me strak aan. 'Hoe lang?'

'Een paar weken,' zeg ik eerlijk. 'Misschien iets langer. Maar het was... het was subtiel. Eerst. Kijken. Dan praten. Dan — ja, je weet hoe dat gaat. En ik heb geprobeerd het te negeren. Echt. Want ik wist dat jij—' ik gebaar vaag naar hem, '—hier not amused mee zou zijn.'

'Heb je haar gekust?'

Ik slik. 'Ja. Niet zoals je denkt. Het was meer... we lagen samen in bed—'

Zijn wenkbrauw schiet omhoog. Fout detail.

'Kleren aan! Gewoon praten!' roep ik snel. 'Het was laat. Ze voelde zich veilig. En ik ook. We lagen daar, zij tegen me aan, en ineens dacht ik: dit is het. Dit is wat ik wil. Niet omdat het spannend is, of verboden, of wat dan ook. Maar omdat het Yara is. En ze is niet gewoon een meisje. Ze is...' ik zoek naar woorden, '...ze is rust. Vertrouwen. Ze is zacht op plekken waar de wereld hard is. Snap je?'

Robbie zegt even niks. Hij kijkt naar de grond. Dan weer naar mij.

'Ze zei dat jij haar gelukkig maakt.'

Dat schiet binnen. Ik slik. Knijp mijn handen samen.

'Dat probeer ik ook, Rob. Echt waar. Ik ben geen speler. Niet bij haar. Niet bij iemand zoals zij. Ze verdient iemand die haar ziet, en ik—ik zie haar. Alles.'

Hij zucht diep. En dan zegt hij, zonder zijn armen te bewegen: 'Als jij haar pijn doet, Matthy... ook maar één seconde... dan is het klaar. Dan ben je niet meer m'n vriend. Dan ben je niks meer voor mij.'

Ik knik langzaam. 'Ik weet het. En dat accepteer ik. Want als ik haar ooit pijn zou doen, zou ik het zelf ook niet kunnen aanzien. Dan verdien ik het ook niet om in je buurt te zijn.'

We kijken elkaar een tijdje aan. Dan knikt hij. Langzaam. En voor het eerst zie ik iets zachts in zijn blik.

'Ik snap het wel, weet je,' mompelt hij. 'Ze is anders. En jij ook, als je bij haar bent. Serieus. Het is eng... maar ook wel... goed.'

Ik voel opluchting mijn lijf overspoelen. Alsof iemand eindelijk de touwen van m'n borstkas losmaakt.

'Dus... we're good?' vraag ik voorzichtig.

Hij haalt zijn schouders op. 'We gaan het zien. Je staat onder observatie, vriend. Onder een microscoop.'

Ik grijns. 'Telescoop. Satelliet. NASA. Wat je maar wil.'

Hij rolt met zijn ogen. 'Hou op. Ga douchen ofzo. Je stinkt naar paniek.'

Ik lach. Hardop. En hij ook, een beetje. Voor het eerst. Misschien... komt dit toch goed.

Why me?Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu