Kaj's P.O.V.
Mijn mond zakt open en ik moet mijn hoofd in mijn nek te leggen om de top van het gebouw te kunnen zien. De zon schijnt fel in mijn ogen, maar ik blijf naar boven staren. Ik heb veel gezien in het Capitool, maar de grootsheid van dit gebouw overtreft alles. Het Gerechtsgebouw. Het straalt de macht die het heeft bijna uit. Ik merk dat Bo naar me zit te grijnzen. Zij is dat natuurlijk al gewend, ze woont haar hele leven al in het Capitool. Maar Ward lijkt ook even van zijn stuk gebracht, in District 2 zijn de gebouwen vast niet zo groot als hier.
Ik merk nu pas hoe snel de trein eigenlijk ging, ik ben duizelig en moet even wennen om op een stilstaande grond te lopen. Maar het lukt me Ward te volgen door de gigantische ingang en kijk mijn ogen uit. De gang waar we nu lopen is verlicht met kristallen kroonluchters, en de pilaren die het gebouw ondersteunen zijn gedecoreerd met witte, glanzende parels. Tussen de pilaren staan beelden van kleine, dikke baby's met vleugels. Als kind keek mijn moeder me altijd gekwetst aan als ik om zulke kunst moest lachen. Ze zei dat het 'engelen' waren. Ik weet nu nog steeds niet precies wat dat zijn, maar uit respect voor mijn moeder lach ik er niet meer om.
Aan het einde van de gang staat een vredesbewaker, die ons zonder een woord te zeggen naar ons tijdelijke verblijf brengt. Onze voetstappen galmen door het gebouw. Volgens Ward zullen we niet al te lang in het Gerechtsgebouw blijven. Alleen om kennis te maken met ons voorbereidingsteam en door te nemen wat ons sterke en zwakke punten zijn als we straks de arena in gaan. De vredesbewaker opent de deur van ons tijdelijke vertrek, en opnieuw sta ik versteld van het indrukwekkende werk van het Capitool. De binnenkant is nog overweldigender dan de buitenkant. Hoe ik deze mensen ook veracht, ze hebben wel smaak. Alles is zo ruim, en zo luxueus. Ik vraag me af of ieders huis er zo uitziet in het Capitool, maar iets in de ongelovige blik in Bo's ogen zegt me van niet.
Ik verken het appartement, en bij elke kamer die ik binnenstap baal ik er meer van dat ik hier alleen een etentje zal houden en een nacht zal slapen. Ik had hier wel langer willen verblijven. Ik laat me op een groot, tweepersoons bed ploffen en zink weg in het zachte matras. Voor me hangt een televisie die de hele muur in beslag neemt, en aan de andere kant van de kamer staat een kledingkast die tot het plafond reikt. Elke slaapkamer heeft een eigen badkamer. Ik zou uren met alle knopjes kunnen spelen die in de douche geïnstalleerd zijn, hoe kinderachtig het ook mag klinken. Hiervoor waste ik me in een bad met een simpel vod om mijn huid te schrobben, hier heb je zeker meer dan 100 verschillende keuze's in zeep, shampoo, body lotion etc. Je kan zelfs kiezen van wat voor stof je een washandje wilt.
Behalve de kippenbouten in de ochtend heb ik nog niks gegeten, dus het is ook geen verrassing voor me als mijn maag het geluid maakt van een straaljager. Ik hoop maar dat dat voorbereidingsteam snel komt zodat we kunnen eten. Het lijkt wel of ze mijn gedachten kunnen horen, want nog geen vijf minuten later hoor ik een deur open gaan en een paar luidruchtige stemmen door elkaar praten. Ik sluip snel terug naar de woonkamer en ik loer om de hoek om vast een eerste indruk op te vangen van mijn team. Het lijken me nogal flamboyante figuren, hoe ze zo opvallend gekleed zijn, maar dat is mode in het Capitool en ik mag van mezelf geen vooroordelen over hun hebben.
Het team bestaat uit een man met een felgroen geverfde kuif, met een soort ringen in zijn oor, langs zijn wenkbrauw en zelfs een aan zijn neus. Ik geloof dat ze zoiets 'piercings' noemen. Ik vraag me af of hij dat met opzet heeft laten doen, ik kan me niet voorstellen dat ze hier in het Capitool ijzer in hun gezicht laten zetten als decoratie. Verder zit er een vrouw in met een lange, lichtpaarse pruik en zulke dik opgebrachte oog make-up dat ze me aan een panda doet denken. En de laatste in mijn voorbereidingsteam is ook een vrouw, en zodra ik haar herken - wat even duurde aangezien ze elke dag een andere pruik op heeft en andere make-up gebruikt - hoor ik mezelf naar adem happen.
Ward's P.O.V.
Het is nu aan mij de beurt om mezelf in de badkamer op te sluiten. Hij is wel mooi moet ik zeggen, met een gouden douchekop en zwarte, glanzende tegels waar mijn gespannen gezichtsuitdrukking in weerspiegelt. Met mijn vingertoppen masseer ik mijn slapen om al mijn gedachten weer op een rijtje te zetten. We bevinden ons nu in het Gerechtsgebouw, straks komt het voorbereidingsteam en morgenochtend vertrekken we samen met hun naar het Correctie centrum waar we de twee stylisten ontmoeten en alle tributen worden opgemaakt voor de openingsceremonie. Het gaat allemaal zo snel. Elk jaar is het telkens weer een marteling om jonge, onschuldige kinderen te moeten trainen en soms zelfs een hechte band mee op te bouwen, om ze vervolgens met eigen ogen een wrede dood te zien sterven. Ik dacht dat het over was. Ik dacht dat nadat eindelijk iemand uit District 2 de hongerspelen had gewonnen, ik vervangen zou worden door een nieuwe mentor. Maar nu mag ik weer exact hetzelfde werk verrichten, maar dan in het Capitool.
Ik laat mijn handen weer zakken en leun op de wasbak. Ik vang in de spiegel voor me een blik op van mezelf. Een jongvolwassene met wild haar, een ongeruste blik in zijn ogen en korte nagels van het nagelbijten. Ik bedenk me dat ik me nog behoorlijk heb ingehouden in de trein. Ik hoop dat ik kalm en zelfverzekerd op Bo en Kaj overkwam, ik ben immers hun mentor. Ik staar nog een tijdje naar mijn spiegelbeeld en schrik op van het geluid van een openslaande deur gevolgd door schelle stemmen met een sterk Capitool accent. Snel was ik mijn gezicht en probeer weer iets van mijn haar te maken terwijl ik de weg terug naar de woonkamer probeer te vinden.
Er staan drie figuren in de woonkamer die me nog het meest doen denken aan pauwen met jurken waarvan de kragen hoger dan hun kin komen en hun felgekleurde haren. Elk jaar weet het Capitool weer iets nieuws te verzinnen wat ze hier 'mode' noemen. Ik laat mijn meest sympathieke glimlach zien al vind ik het vreselijk irritant dat ze alles in de woonkamer willen bekijken en aanraken. Het is dan wel niet mijn eigen huis, toch mogen ze van mij hun handen thuis houden. Ik steek mijn hand uit en de drie vliegen erop af als wespen op een pot honing. Ze schudden hem enthousiast en slaken kreten als: "Ooh wat leuk!", "Jij moet Ward zijn!" en " Wat gezellig!" Ik mompel instemmend en kijk of Bo en Kaj al gekomen zijn om me van hun greep te verlossen. Ik hoor dat Bo al aan komt hollen, maar Kaj is nergens te bekennen. Het team begroet Bo net zo opgewonden als bij mij. Ze lijkt het net als ik een beetje ongemakkelijk te vinden, maar daar trekt ons team zich niks van aan.
Ik zie rechts van me plotseling een gestalte verschijnen. Het is Kaj die er staat, waarom komt hij niet gewoon naar ons toe? Ik loop maar hem toe en trek hem zacht aan zijn pols mee de woonkamer in. Ik trek een wenkbrauw naar hem op als hij tegen lijkt te stribbelen. Nu pas zie ik dat zijn gezicht wit is weggetrokken en hij met open gesperde ogen naar iets achter me staart. Ik draai me om, maar zie echter niks wat hem zou kunnen laten afschrikken. Ik geef hem nog een zachte duw verder de woonkamer in.
Abrupt stopt een van de leden van het voorbereidingsteam met praten zodra ze Kaj in de gaten krijgt. Het wordt stil in de kamer. Ze knijpt haar ogen tot spleetjes en slaat haar armen arrogant over elkaar. Even blijft ze hem zo aanstaren, tot ze een brede glimlach laat zien en haar hand naar hem uitsteekt. "Volgens mij zullen wij het prima met elkaar gaan vinden."
JE LEEST
Allthesehungergamez
FanfictionFanfiction over het gamekanaal Allthesegamez en het boek/de film The Hunger Games. Sam en Ward van ProjectMinecraftia en Kaj van Itzkaj komen er ook in voor. :) De 100ste hongerspelen komen eraan, wat betekent dat er wel een heel speciale editie wo...
