Openingsceremonie

149 9 16
                                        

Bo's P.O.V.

Ik doe mijn best niet achterover te vallen als de kar in beweging komt. Zodra we de zaal in rijden, als allerlaatste, word ik verblind door een fel licht. Ik kan mijn hand niet voor mijn ogen houden doordat de kar zo trilt, dus laat ik mijn ogen er langzaam aan wennen. Ik zie mensen in tribunes. Overal gegil en geschreeuw. Ze wijzen naar ons. Naar mij en Kaj. De eerste keer dat het Capitool meedoet, daar moest ik van Loïs gebruik van maken. Ik zwaai voorzichtig naar de tribunes. Het lijkt alsof ik met dat gebaar een bom heb laten ontploffen. De mensen beginnen nog harder te schreeuwen. Eigenlijk wil ik achteruit deinzen, maar ik raap mezelf bij elkaar en glimlach naar ze. Kaj port me zacht in mijn zij en wijst naar een scherm boven ons.

Ben ik dat? Zijn wij dat? Op het scherm zie ik twee bronnen van licht in een mensenlichaam. De felle lampen weerkaatsen in onze kristallen outfits, waardoor we een wit-blauw licht met ons meedragen. Nu snap ik waarom we zo weinig make-up nodig hadden, het licht maakt onze huid melkwit. Niet zo'n wit als van iemand die nooit buiten komt, maar Capitool wit: volmaakt wit. Door mijn huid, de kristallen en de bombastische muziek van de ceremonie voel ik me net een of andere ijsprinses. Kaj en ik zitten net op het randje van adembenemend en eng; we lijken op iets onmenselijks, niet mooi, niet vreemd, maar iets van de toekomst wat in de verkeerde tijd is belandt.

Mijn zelfvertrouwen groeit, en ik wuif nu uitbundiger naar de mensen, lach naar ze, vang rozen die ons worden toegeworpen. De kar rijdt nog een laatste rondje om een platform waar Snow zijn toespraak zal houden. Dan stopt hij, met zijn neus naar het platform toe, net als de andere karren. We staan in een cirkel opgesteld, wachtend op Snow. In die seconden, die voelen als uren, is het publiek muisstil.

Dan verschijnt hij, compleet met rolstoel en al. Alle jaren plastische chirurgie hebben het er niet beter op gemaakt. De duivel hemzelf. Snow. Niemand weet hoe oud hij nu eigenlijk is, maar iedereen kan zien dat hij een leeftijd heeft bereikt waar alle Capitoolbedienden hun uiterste best moeten doen hem in leven te houden.
Hij kan niet meer zelfstandig lopen, en ik geloof dat er ook iets mis is met zijn nekwervels vanwege de rare knik in zijn hals. Met behulp van twee vredesbewakers wordt hij naar het midden van het platform gerold. Hij geeft een speech waar ik me niet op kan focussen omdat ik me afvraag hoeveel botox behandelingen deze man op zijn geweten heeft. Ik maak een sprongetje van schrik als hij plotseling in een hoestbui beland. De microfoon piept ervan, en ik probeer zo onopvallend mogelijk mijn vingers tegen mijn horen te drukken. Ik zie dat hij een witte doek tegen zijn mond drukt, en wanneer hij die teruggeeft aan een van zijn bediendes merk ik wat roods op. Bloed? Voor ik me nog meer kan afvragen klinken alweer de eerste tonen van het volkslied en rijden de karren nog een laatste rondje om het platform, waarna ze langs de tribunes de zaal uit rijden.

AllthesehungergamezVerhalen om door geobsedeerd te raken. Ontdek het nu