11

28 3 0
                                    

~Willow~
Een sluipmoordenaar. Cheryl was een sluipmoordenaar. Steeds maar bleef deze gedachte door mijn hoofd spoken. Sluipmoordenaar. Ze had mensen vermoord. Veel mensen waarschijnlijk. Oooh God. Ze was één van hen. Één van de goddeloze mensen die mijn broertje hadden vermoord. Ik wist dat ze geen vreedzaam type was maar de mededeling dat ze in opdracht mensen doodde, had me erg verrast.
We hadden geen woord meer tegen elkaar gesproken sinds die ene nacht. We reden, aten en sliepen samen maar leefden als zombies om elkaar heen. De voorzichtige band en het vertrouwen dat we hadden opgebouwd in de nacht dat ze me had gered, waren als sneeuw voor de zon verdwenen. Weg. Helemaal weg. We waren twee lege omhulsels die ieder hun eigen pad volgde. Een erg moeizaam en lang pad.

Slof, slof, slof. Hoefje voor hoefje sleepte mijn paard zich voort over het zanderige pad. Zucht. Wat hadden we er weer zin in vandaag. Cheryl reed zwijgend een paar meter voor me. Zo ging het nou al een paar dagen. Haar donkerbruine haren waren gevlochten in een sierlijke vlecht die vrolijk op en neer bewoog. Ondanks de aangename warmte was ze gekleed in een strakke zwarte broek en een strak zwart topje. Boven het topje piepte net een klein stukje van haar tattoo uit. Ze zag er adembenemend gevaarlijk uit. Ik genoot intens van het lekkere weer. De temperatuur was perfect en het was hier lang niet zo broeierig als in de bloesemhoven. De zon scheen warm en aangenaam op mijn bleke huid. Het pad waar we over reden was zanderig en stoffig en strekte zich eindeloos lang uit. Maar de omgeving was prachtig. De berken waren vele meters hoog en hun basten leken wel gemaakt van zilver. In de berm bloeide prachtige lentebloemen met allerlei kleuren. De bloemen verspreidden een heerlijke geur die ik diep inademde. Heerlijk. Ik voelde me sinds een hele tijd weer goed. Toen stond Cheryl abrupt stil. Ze vloekte hardgrondig. Mijn paard botste met haar neus pal tegen Nives aan. Ze hinnikte verontwaardigd. Nives dribbelde nerveus op en neer op zijn plaats.
"Verdomme Nives niet alweer. Kom" ze klikte met haar tong "Kom. Loop door!"
Ze schopte ongeduldig in zijn zij maar hij zette geen stap meer verder. Mijn paard leek echter nergens last van te hebben. Integendeel. Ze stond rustig van het gras in de berm te knabbelen, blij dat ze niet meer door hoefde te lopen. Lui beest. Nives leek steeds onrustiger te worden. Ik hoorde dat vreselijke beest onrustig snuiven en zijn spieren waren strak gespannen. Zijn oren waren naar voren gespitst. Waar had dat beest last van?
"Komt er nog wat van? Mijn paard valt zo wat om" sneerde ik naar Cheryl.
Langzaam draaide ze zich om en maakte een obsceen gebaar. Als blikken konden doden, was ik hier ter plekke dood neergevallen. Niet slim. Toch kon ik een glimlach niet onderdrukken.
Mijn paard was ondertussen gestopt met gras eten en had zijn oortjes nieuwsgierig naar voren gericht. Vrolijk begon ze te hinniken.
"Mungo, wat doe je nou" kreunde ik.
Ze trappelde opgewonden op en neer. Ze was net een blije puppy die op het punt stond een koekje te krijgen.
Toen hoorde ik het. Een geluid dat klonk als zachte donderslagen. Het geluid van denderende paardenhoeven op het harde zandpad. Ik tuurde in de verte. Oh oh. Een stofwolk kwam geleidelijk aan onze kant op.
"Shit, shit, shit!" Cheryl vloekte nog eens hartgrondig. "Wegwezen hier"
Ze tikte Nives op zijn kont en gaf hem de sporen maar hij bleef nog steeds stokstijf stilstaan.
"Nives!" Haar stem trilde en haar ogen schoten onrustig heen en weer.
Ik durfde geen stap te verzetten. Cheryl's dreigementen was ik niet vergeten. Ik wilde geen enkel risico lopen. Ik eindigde nog steeds niet graag met een mes in mijn rug. Mijn goede humeur was op slag verdwenen.
Het geluid van paardenhoeven klonk steeds harder en de stofwolk kwam steeds dichterbij. Ik hoorde de paarden al hinniken en briesen. Mungo hinnikte vrolijk terug. Ik was echter niet zo vrolijk als mijn paardje.
"Cheryl" piepte ik angstig "Wie zijn dat?"
Cheryl rukte nog steeds wanhopig aan de teugels.
"Ik weet het niet. Maar het zullen geen vrienden van ons zijn." zei ze overduidelijk in paniek. "Nives, kom op! Alsjeblieft!"
Haar gesmeek hielp helemaal niks. Ze had totaal geen controle. Mooi was dat. Door die lamlendige ezel waren we een uiterst gemakkelijke prooi. De dreigende stofwolk was nu nog maar een paar meter van ons vandaan.
"Kunnen we niet nog rennen en de rijdieren hier achterlaten?? Please Cheryl?!"
"Ik zal Nives nooit of te nimmer achterlaten, dom wicht!" Schreeuwde ze me woedend toe.
Daar ging mijn laatste redding. Nives weigerde nog steeds om ook maar een stap te zetten.
De stofwolk had ons inmiddels bereikt. Ik bad wanhopig dat alles goed zou komen. Uit de stofwolk kwamen een stuk of dertig ruiters te paard tevoorschijn die vlak voor onze neus stopte. Ze zagen er duister uit met hun zwarte capes, die diep over hun gezicht getrokken waren. Hun messen flikkerden in het felle zonlicht. Shit. Wachters. Gelukkig waren ze niet bewapend met de gifstokken maar de messen zagen er niet veelbelovend uit. We zaten weer eens zwaar in de problemen.
Dreigend kwam de groep ruiters onze kant op. In hun donkere kleding vormde ze een duister geheel. Alsof het duister op het punt stond om ons op te slokken..De voorste ruiter op een prachtige zwarte hengst maakte zich los van de groep en kwam op ons af gereden. Zijn sabel lag glinsterend in zijn hand.
"Cheryl, doe iets!!" Schreeuwde ik benauwd.
Cheryl had haar ogen tot spleetjes geknepen en ze had een vernietigende blik in haar ogen.
"Dat zal niet nodig zijn" antwoordde ze De ruiter voor ons trok zijn kap van zijn gezicht af. Mijn adem stokte. Voor me stond de knapste man die ik ooit had gezien. Hij was jong, lang en gespierd. Zijn donkerbruine krullen kwamen tot net boven zijn schouders en zijn zeeblauwe ogen keken avontuurlijk de wereld in. Zonder zijn zwarte capuchon leek hij helemaal niet meer zo duister. Wel ruig, maar meer op een avontuurlijke manier. Ik was zo verbaasd door de verschijning van de man dat ik niet had gemerkt dat Cheryl van Nives was afgesprongen. De ongelooflijk knappe man keek geamuseerd op haar neer.
"Cheryl, wat een aangenaam genoegen om jouw hier tegen het lijf te lopen" zijn stem was diep en donker en ongelooflijk sexy. Deze man liet mijn hart absoluut sneller kloppen. Langzaam stond Cheryl op.
"Noël" Cheryl klonk niet al te enthousiast.
Mijn mond viel open van verbazing. Cheryl kende die man??
Who the hell was hij? Ik wilde hem absoluut beter leren kennen.
"Nieuw baantje?" Vroeg Cheryl spottend wijzend naar zijn donkere cape. "Het oude pak stond je toch beter"
Noël lachte. Het klonk alsof er duizenden belletjes rinkelde.
"Ik werd ziek van het bloed van onschuldigen aan mijn handen. Jij duidelijk niet" schamperde hij.
Cheryl wierp hem een spottende blik toe. "Dus in plaats daarvan werk je als wachter voor die klootzakken? Onschuldige mensen opsluiten lijkt me niet echt een goed alternatief"
"Verdient een stuk beter" zei hij met een knipoog.
Cheryl rolde overdreven met haar ogen.
"Maar wat moeten jullie hier? Ik neem aan dat je op weg bent voor een opdracht" hij sprak het woord opdracht nadrukkelijk uit. Ik had al zo'n vermoeden wat hij daar mee bedoelde. Ik hoopte maar dat ik geen getuige zou zijn van 'de opdracht'.
'Laten we het zo zeggen: de grote baas is nog niet op me uitgekeken. Bij jou is dat duidelijk wel het geval' Cheryl stond met haar armen over elkaar geslagen. Ze wipte ongeduldig van het ene been naar het andere been. Ik begon me ondertussen behoorlijk ongemakkelijk te voelen. Ik zat als een zoutzak op mijn paard en mijn been hing slapjes langs het zadel. De pijn was door het lange reizen flink toegenomen. Cheryl en Noël staarde elkaar alleen maar aan. Als een soort machtsstrijd zonder woorden. Ik kon er niks tegen doen dat mijn ogen meteen naar Noël werden getrokken. Er lag een geamuseerde blik in zijn ogen. Plotseling keek hij mij recht aan, alsof hij aanvoelde dat ik hem net aan het aanstaren was. Ik voelde het bloed naar mijn hoofd stijgen. Hij lachte zijn witte tanden bloot. Ik wendde meteen mijn ogen af. Hij was echt niet normaal knap.
"Cheryl, dit valt me toch van je tegen. Je hebt je nieuwe vriendin nog helemaal niet aan me voorgesteld." Weer die pretlichtjes in zijn ogen.
"Noël, dit is Willow. Willow, dit is Noël een oude vriend van mij." De manier waarop ze het woord vriend uitsprak maakte me duidelijk dat ze dat totaal niet waren.
Noël liet zijn blik over me heen glijden. Het voelde alsof zijn ogen elk deel van mijn lichaam aanraakte. Ik kreeg het er zo mogelijk nog warmer van. Ten slotte boorden zijn zeeblauwe ogen zich in de mijne. Ik glimlachte voorzichtig naar hem. Niet in staat iets te zeggen. Hij beantwoorde mijn glimlach met een vette knipoog.
"Maar ik en mijn 'vriendin' gaan er weer vandoor als je het niet erg vind. We hebben nog een lange reis voor de boeg" zei Cheryl ongeduldig. Ze was er duidelijk helemaal klaar mee.
"Wie zegt dat ik jullie erdoor ga laten? Ik blijf een grenswacht vergeet dat niet. Ik moet mijn plicht doen." Noël keek ons opeens woedend aan. Zijn hand klemde zich om zijn sabel.
De spanning was meteen om te snijden. De ernst van de zaak drong meteen weer tot me door. De verdoving die ik had gevoeld door de verschijning van Noël was onmiddellijk uitgewerkt. Ik zag het bloed uit Cheryl's gezicht wegtrekken. Ze keek nerveus naar het leger van ruiters achter Noël. We zouden het nooit van ze winnen, al twijfelde ik niet aan Cheryl's talenten. Ze waren gewoon met te veel. Ik zag al meteen weer verschrikkelijke beelden voor me. Ik had misselijkmakende verhalen gehoord over concentratiekampen in de hoogste bergen van het hof van de Dennen. De geruchten gingen dat iedereen die werd opgepakt door grenswachten daar naartoe werd gevoerd.
Plots begon Noël bulderend te lachen. Verbaasd staarde ik hem aan.
"Tuurlijk pakken we jullie niet op. Alles voor een oude vriendin, niet waar?" weer gaf hij een vette knipoog. "Reis toch een eindje met ons mee! Gezellig weer eens bijkletsen en je nieuwe vriendin wat beter leren kennen." Zijn laatste woorden lieten mijn hart duizend keer sneller kloppen.
"Nee dank je." antwoordde Cheryl snel. "We moeten de andere kant op naar het hof van de Esdoorn"
"Dat is geen probleem hoor. Wij dwalen hier ook maar een beetje rond terwijl we er voor betaald krijgen. We reizen gezellig met jullie mee toch mannen?" Hij gebaarde naar de stoet ruiters achter hem. Tot nu toe hadden ze nog niks gezegd maar ze knikten instemmend.
"Mooi. Dat is dan geregeld. Kom op laten we gaan. Voordat het donker wordt. We willen geen schurken tegen het lijf lopen hé mannen." Het legioen begon zachtjes te grinniken. Cheryl kreeg geen kans om er iets tegen in te brengen. Noël was al weggereden.
Hij gebaarde zijn mannen mee te komen. Cheryl en ik sloten ons maar achter in de groep aan. Cheryl's gezicht stond op onweer maar ik daarentegen voelde me behoorlijk opgewonden. Ik had er totaal geen problemen mee om wat meer tijd met Noël mee te brengen. Mijn smile ging van oor tot oor.
"Het lachen zal je snel vergaan" siste Cheryl in mijn oor. Ik schrok me kapot. Ik had helemaal niet gemerkt dat ze naast me was komen rijden. Ze keek me ernstig aan.
"Je hebt er geen idee van in welke problemen we net terecht zijn gekomen."

Cherry Blossom sagaWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu