8. Het Groene woud

61 6 1
                                    

Mijn redder heet dus Ezra. En het is geen vogel, maar een grifioen. Je weet wel, half vogel, half leeuw. Hij is helemaal zwart en heeft gifgroene ogen. En je raadt het misschien al, Ezra is ook vervloekt. Het lijstje van vervloekten wordt steeds langer. Mara is de enige waarvan de vloek al verbroken is. Nu de twaalf wolfen, mijn ouders en Ezra nog. Wie weet wie er allemaal nog bijkomen...

We lopen weer met z'n allen naar het Groene woud, waar hopelijk genoeg voedsel en water te vinden. Nog ongeveer een half uur lopen, zei Castor. Ezra en ik lopen achteraan. "Ezra?" vraag ik. "Ja?" "Hoe zag je eruit voordat je...veranderde?" Ezra begint langzamer te lopen en ik zie nu hoe hij er eigenlijk uitziet: een grote, arends kop met een grote snavel. Gifgroene ogen, die de waarheid van zijn eigenlijke emotie onthullen: wraak. Wil hij wraak nemen op Kara? "Nou ja, dat is al een paar jaar geleden, maar ik had donkerblonde krullen en groene ogen. Ik was denk ik net zo lang als jij." antwoordt hij. Ik probeer hem me voor te stellen en een vorm van vergelijking met wat hij nu is, is er niet echt. Behalve de groene ogen dan. We lopen verder en ik merk dat er blaren op mijn voeten komen. "Hoelang nog?" vraagt Mara, die het lopen ook blijkbaar zat is. "Niet ver meer, nog maar een paar minuten. Als we over die heuvel zijn moet het Groene woud te zien zijn." antwoordt Castor. Hij klinkt doodop. Wij allemaal eigenlijk. Mijn hele haar is een gigantische puinzooi en hetzelfde is er waarschijnlijk over mijn gezicht te vertellen. Een beetje slaap, eten en drinken en nog een paar lagen foundation zou me goed doen. Een bad trouwens ook.

We lopen over de heuvel, die nog best wel groot is. Het lijkt dan ook een eeuwigheid te duren voordat we boven zijn, maar dan zijn we er ook. Eindelijk. We staan op de top van de heuvel, de zon verdwijnt in het Groene woud en ik voel alle pijn en ellende even niet meer. Ik geniet. "Kom!" roep ik en ik begin stevig te lopen richting het bos. De groep volgt me en de wolven beginnen zelfs te rennen. Ik ren mee, maar ik en Mara houden het niet meer bij en beginnen weer te lopen. Ezra heeft het door en gaat voor ons liggen. Mara en ik kijken elkaar aan en snappen er niks van. "Waar wacht je op? Spring er op!" Mara en ik gaan aarzelend op Ezra's rug zitten en hij begint te rennen. De wolven zijn al bij de rand van het bos, wij moeten nog zeker tweehonderd meter. Ezra begint harder te rennen en ik voel dat hij opstijgt. We vliegen! "Woehoe!" schreewt Mara. Ik joel keihard mee. "Dit is fantastisch!" ik voel me ontzettend blij opeens. Alsof de wereld een cadeautje aan ons heeft gegeven nadat we meer dan fijftig kilometer moesten lopen. Ezra heeft de wolven al ingehaald en hij landt op een open plek in het bos, niet ver van de bosrand. De wolven, met Castor voorop, komen ook aan bij de open plek en ik en Mara stappen van Ezra af. We kijken eens goed om ons heen. Alle bomen zitten vol met fruit en heel veel prachtige, groene blaadjes. Ik ben echt heel erg blij en ik merk nu pas hoeveel honger ik eigenlijk heb. Eén van de wolven rent opeens een eekhoorn achterna, oja, wolven houden niet van fruit. Ik loop naar een dikke appelboom en vis er een paar knalrode appels uit. Ik geef er een aan Mara en bijt dan de eerste hap. Heerlijk. "Ezra, wat eet jij eigenlijk?" vraag ik en ik zie al dat hij wegvliegt om een dikke duif te vangen. "Oh, laat maar, haha." "Smakelijk eten, allemaal!" Roept Mara keihard door het bos heen. Ja, smakelijk eten.

Eva, Het Wolvenmeisje (on hold)Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu