5. Wie?

255 15 2
                                    

Nog één hoofdstuk te gaan, ik zat hier nu al vijf uur, gelukkig kon je hier overheerlijke spaghetti eten en waren de cola's met veel ijs geserveerd. De eigenaar stuurde me niet weg, waarschijnlijk omdat mijn rekening maar bleef oplopen. De deur ging piepend open. Er kwam een groep jongens binnen, ze waren volledig nat. Ik keek door het raam, het regende pijpenstelen. Super, ik had natuurlijk geen jas meegenomen. Ik focusde me weer op mijn boek, de groep kwam juist aan het tafeltje naast mij zitten. Ook al waren bijna alle andere tafels vrij. Ik moest maar proberen om ze buiten te sluiten. Nog enkele pagina's te gaan en dan zou ik weer uit deze fantasiewereld kunnen ontsnappen. Waarom kon je nou niet in een boek opgaan? Begrijp me niet verkeerd, ik was blij met mijn leven, ik was gelukkig, maar kom op, het zou toch superfantastisch zijn als je zou kunnen leven in een boekwereld. Eindelijk zou ik die langverwachte brief van Zweinstein krijgen. Ik lachte in mezelf, Harry Potter zou iedereen moeten lezen.

Nog 3 pagina's, en net op dat moment kwam er iemand bij me zitten. Ik hoorde een stoel achteruitschuiven. Ik keek op, één van die jongens kwam voor me zitten. 'Iets verloren?', vroeg ik. 'Nou, herken je me niet?' Ik stak mijn vinger in de lucht. 'Stt, wacht even, nog even dit boek uitlezen.' De pagina's waren te snel uitgelezen. Ik sloeg mijn boek dicht en keek weer op. 'Vanwaar zou ik je moeten kennen?' Normale mensen zouden waarschijnlijk moeite hebben om met zo'n knappe jongen te praten, maar iets aan hem stelde me op gemak. Maar ik zou mijn beschermende muren niet snel naar beneden halen. 'Meen je dat nou?' Hij grinnikte. 'Dus je herkent me echt niet?' Ik keek verbaasd. Ik probeerde na te denken vanwaar ik hem zou kunnen kennnen. 'Het spijt me, ik herken je echt niet.' Hij ademde opgelucht uit. 'Gelukkig maar, ik ben James.' Hij stak zijn hand naar me uit, hij had een ring rond zijn middelvinger. Ik schudde zijn hand, die zacht aanvoelde. 'Olive.' Hij keek me onderzoekend aan. 'Je bent niet van hier, ik hoor het aan je accent, vanwaar ben je?' Natuurlijk kon hij het horen aan mijn accent. 'Ik kom uit België, ik ben hier twee maanden op vakantie.' 'Cool.' Hij keek in mijn ogen, ik keek terug. Hij had prachtige azuurblauwe ogen, en vuilblond haar. Hij was zeer aantrekkelijk.

Ik herinnerde me iets. 'Vanwaar zou ik je eigenlijk moeten herkennen.' Hij keek me niet begrijpend aan, ik besefte dat ik de vraag in het Nederlands had gezegd, snel vertaalde ik het in het Engels. Hij glimlachte. 'Omdat de meeste meisjes beginnen te tieren als ze mij zien.' Nu was het mijn beurt om hem niet begrijpend aan te kijken. Hij lachte, keek naar zijn schoot en schudde zijn hoofd. Was het zo vanzelfsprekend? 'Als je het niet wil zeggen, dan spijt het me dat ik het niet weet. Ik kan er ook niets aan doen dat ik je niet herken.' Hij keek geschokt. 'Nee, dat is het niet. Ik ben gewoon nog geen meisje tegenkomen die me niet herkent.' Ik keek hem afwachtend aan. 'Ken je toevallig de band Everyday?' Everyday, everyday, nee het deed geen belletje rinkelen, dus schudde ik mijn hoofd. 'Merkwaardig'. Hij keek naar me of hij nog nooit een meisje gezien had. 'Ik ben namelijk lid van die band. De zanger, mocht je het je afvragen.' Ik keek hem met open mond aan, daarom verwachtte hij dus dat ik hem zou moeten kennen, hij was een beroemdheid, die ik natuurlijk niet kende. 'Het spijt me.' Ik zei het op een voorzichtige toon, alsof hij me zou aanvliegen als ik nog iets verkeerd zou zeggen. 'Het is niet jouw schuld, het doet zelf eens goed dat er iemand is die me niet kent, het zorgt wel voor een kleine deuk in mijn ego, maar mensen zoals jij zorgen dat ik met mijn voeten op de grond.' Als hij het zo zag. 'Graag gedaan dan.' Ik maakte hem aan het lachen.

'Hey James.' Ik keek met een ruk opzij, de rest van de jongens waren opgestaan. Een van hen liep naar de toonbank, met geld in zijn handen. 'Ga je mee?' Een jongen met zwart haar en donkere ogen, die er redelijk duister uitzag keek James vragend aan. 'Nee, ik blijf noch even bij deze jongedame, Nicholas.' Hij wierp een vluchtige blik op mij, waardoor hij zag dat ik bloosde. 'Ik zie jullie morgen.' Nicholas haalde zijn schouders op, alsof dit al zo vaak was gebeurd. Er was ook een grote kans dat dat zo was, ik ben waarschijnlijk niet het eerste meisje die door James aangesproken wordt. Ze liepen naar buiten, zich beschermend tegen de regen. Drie hoogst uitzonderlijk knappe jongens, die vrij gelaten werden in een wereld, waar ze beroemder waren dan ik had gedacht. 'Dat is de rest of Everyday, of niet?' Ik richte mijn blik weer op James en tot mijn verbazing was hij me al aan het bestuderen. Hij wierp zijn wimpers omhoog, zodat hij mij verleidelijk aankeek. Ik moest voorzichtig zijn. Hij was iemand die veel meer ervaring had dan ik. Hij leek zo iemand die graag kreeg wat hij wilde. 'Ja, dat waren Nicholas, Frank en Mitch.' De namen sloeg ik permanent op in mijn geheugen.

'Mag ik eens iets zeggen, James van Everyday?' Hij keek me verbaasd en behoudzaam aan. 'Natuurlijk mag dat.' Ik zocht even naar de juiste woorden. 'Ik ben waarschijnlijk het zoveelste meisje die je aanspreekt in een café.' Hij deed zijn mond open om iets te zeggen, maar ik stak mijn hand op om hem tot stilte te manen. 'Dat is niet erg, maar voor mij is het wel de eerste keer, dus wees niet gefrustreerd als ik zeg dat jij wel heel aantrekkelijk bent.' Ik glimlachte. Ik ben zeker dat hij dat laatste stuk niet had verwacht, misschien dacht hij wel dat ik hem zou afschepen, maar mocht hij het willen weten dat was ik totaal niet van plan. Hij was een kans die ik met beide handen moest grijpen, ik moest gewoon oppassen dat ik me niet zou verbranden. 'Van onverwachte complimenten gesproken, wil ik ook zeggen dat jij de aantrekkelijkste bent van die zovele meisjes.' Ik voelde dat ik bloosde, maar dat was geen garantie dat hij gelijk had. De serveerster kwam vragen of we nog iets moesten hebben om te drinken, ik merkte op dat ze een extra knoopje van haar bloesje open had gezet, het was overduidelijk dat zij Everyday wel kende. 'Een koffie alstublieft, en nog een cola voor de dame.' Ik trok mijn wenkbrauwen op. 'Hoe wist je dat?'. 'Wat?' vroeg hij met een speelse glimlach. O, hij wist wat ik bedoelde. Ik kantelde mijn hoofd en bleef hem aankijken. 'Oke, ik wist het soort van omdat er nog een leeg glas voor je staat en dat er nog een restje van een bruine vloeistof in zat, ik vermoedde dat het cola was.'Het antwoord klonk zo logisch dat ik het onnozel vond dat ik het gevraagd had. Ik kon jammergenoeg niet terug in de tijd. 'O'. Toen de serveerster kwam met ons drinken schonk hij geen aandacht aan haar, hij bleef naar me kijken. 'Stop het. Stop met naar me te kijken, praat eens over iets.' En dat deed hij ook en ik deed me. Zo zaten we nog eventjes te kletsen, het ging verontrustend gemakkelijk om met hem te praten. Ik was dan ook teleurgesteld toen ik zag dat het bijna vijf uur was. 'Het spijt me, maar ik moet vertrekken.' Jammergenoeg zag ik dat het nog altijd regende. Ik stond op en liep naar de toonbank.

Zoals verwacht was het bedrag die op de rekening stond redelijk hoog. Ik haalde mijn portefeuille uit en zocht achter het gepaste geld, toen er een hand op mijn handen werd gelegd. 'Laat mij maar.' James nam een pakketje met veel biljetten en smeet het op de toonbank. 'Dat moet volstaan, de rest is een fooi.' Waarom betaalde hij voor mij, een meisje die hij net had ontmoet? Hij liep samen met mij naar buiten. 'Heb je geen jas mee?' Ik schudde mijn hoofd. 'Hier je mag de mijn hebben.' Hij deed zijn zwarte leren jack uit en gaf die aan mij. 'Een echte gentleman.' Ik deed het jasje aan, ik zag dat hij nu alleen maar een witte t-shirt droeg, die al doorschijnend begon te worden door de regen. Binnenkort zou het uitzicht wel verbeteren. 'Langswaar moet je?' Ik wees in de richting van de drukke shoppingstraat. 'Dan zal ik nog maar eens een gentleman zijn en je naar huis brengen.' Een zonnebril en een bandana werden uit zijn broekzak gehaald. Hij deed ze beiden aan. Juist, hij was een beroemdheid, vermommingen hoorden er dus bij. We zwegen tijdens de lange weg naar de winkel, op een gegeven moment liet hij zijn hand in de mijne glijden. Het voelde geruststellend. Een stemmetje diep in mij riep dat ik mijn hand moest terugtrekken, maar dat stemmetje onderdrukte ik.

Te snel naar mijn zin was de wandeling gedaan en stonden we aan 'Miss M.'. Ik gaf hem zijn jasje terug. 'Aangenaam kennis te maken, meneer James.' Hij lachte om mijn beleefd taalgebruik, ik lachte mee. Zijn lach was aanstekelijk. 'Het was me een genoegen, miss Olive.' Verwijsend naar de naam van de winkel. Hij gaf me een kus op mijn wang en gaf me een kaartje. 'Bel me, als je wilt.' Ik keek omlaag naar het kaartje in mijn hand, toen ik weer opkeek was hij verder gelopen, met in zijn ene hand zijn telefoon. Hij belde waarschijnlijk een taxi. Met een strallende glimlach op mijn gezicht deed ik de winkeldeur open. Dit kon niet de werkelijkheid zijn, maar toen ik in mijn arm kneep werd ik niet wakker. Was dit dan toch geen droom?

New YorkWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu