Michael

21 1 0
                                        

Na de derde Wereldoorlog hebben mijn ouders, in het arme deel van Engeland, meteen hun eigen kledingwinkel opgericht. Ze hebben mijn tweelingbroer James en ik alles erover geleerd, zodat we met zijn allen erin kunnen werken.
De kledingwinkel van mijn ouders is bekend onder alle grote vorsten, daarom zijn mijn ouders ook vaak weg van huis naar andere delen van Engeland en soms zelfs het buitenland. Wanneer mijn ouders weg zijn onderhouden James en ik de winkel en zijn wij op dat moment eigen baas. We zorgen dan zelf voor het eten, het aanvullen van de stoffen, de klanten die langskomen en de afspraken en bestellingen.
De familie waarin ik ben opgegroeid heeft het nooit echt breed gehad, maar zijn ook geen armoedzaaiers. We hebben altijd precies genoeg inkomen om ons met zijn vieren te onderhouden. Ik mag niet klagen, veel mensen hebben het zwaarder en zijn veel armer dan wij zijn. Wanneer mijn ouders weer eens worden opgeroepen gaan James en ik ook nooit naar school. Daar hebben we geen tijd voor, maar het is het allemaal waard wanneer mijn ouders thuiskomen met veel geld en we uitgebreid gaan dineren.
Het leven in de sloppenwijken is zwaar en we moeten ons altijd goed staande weten te houden. 
James en ik wisten onszelf altijd erg goed staande te houden en nu we eenmaal 20 zijn, zijn we oud genoeg om ook zelf ons geld te verdienen. Dus doen we af en toe wat klusjes voor de mensen om ons heen.
Ik ben vastberaden om later in het rijke deel van Engeland te gaan wonen en heel mijn familie en gezin te onderhouden.

LuannaWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu