Hoofdstuk 1

23 2 0
                                    

Dag Dia galoppeert door het bos met mijop zijn rug. Ik voel de wind door mijn haar. Dan zie ik het: "Eriu,Eriu! Ik zie de poort naar Albion, Kijk hier!" schreeuw ik naarachteren terwijl Dag Dia vaart mindert. Er ligt een mooi meertje voorons. Een soort magisch meertje. Het twinkelt en is diep blauw. Ditmeertje is beneemt je de adem, dit meertje is de toegang naar Albion.Ik kijk om om te kijken waar Eriu blijft. "Eriu?" vraag iknog een keer. Dan zie ik haar de hoek om komen met haar paard. Zekomen in stap naar ons toe. Eriu ziet er niet heel enthousiast uit,een beetje verdrietig zelfs. "Eriu?" vraag ik als ze bijons is komen staan. Ze kijkt op: "hm?". Ik zie dat haarogen rood zijn. "wat is er?" vraag ik voorzichtig.  Eriu kijkt snel weg: "niets hoor, maak je geen zorgen". Ik kijk terug naar de plek voor ons, het ziet er weer normaal uit; de poort is weer verdwenen. Ik kijk teleurgesteld naar het meertje. "Eriu, de poort naar Albion was daar net". Eriu kijkt me verdrietig aan; "Ik weet het Evie". We blijven nog even naar het meertje kijken. Het is nog steeds mooi, maar niet meer magisch of adembenemend. Ik voel een traan over mijn wang lopen: ik had even gehoopt dat  ik mijn moeder nog een keer zou gezien. Ik was nog steeds boos op haar dat ze er niet was terwijl ik klein was, me niet had getroost had als ik pijn of nachtmerries had. Ze was er niet geweest, en het erge was dat ze zelf had besloten om me naar aarde te sturen. Maar ze blijft mijn moeder en ze had het niet leuk gevonden om me weg te sturen. Ik mis mijn moeder. Ik mis Albion. Ik mis de mensen uit Albion, zelfs Lír. 

Albion: back in AlbionWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu