Die nacht kan ik de slaap niet vatten in het hoge beschutte gras. Eric ligt tegen me aan en ademt in mijn gezicht. Maar dat is niet het probleem. Mijn stress is vermindert en ook is mijn maag gevuld met een grote wapiti. En ik voel me schuldig, dit keer wel omdat ik tegen Bastiaan en Foxy heb staan schreeuwen. Ik maak me zorgen om hen.
Het gras kietelt onder mijn buik als ik mijn lichaam in een andere stand leg. De grond eronder is vrij hard en droog en ik merk dat ik binnenkort ook water nodig zal hebben. Maar eerst moet ik uitrusten.
Tijdens het jagen waren Eric en ik te druk bezig om aan andere dingen te denken. Het duurde ook een hele tijd voordat we iets vonden waarop we überhaupt konden jagen. Het hoge gras biedt duidelijk genoeg bescherming, zo goed dat wij zelfs bijna geen dieren konden spotten. Hoewel het er stikt van de beesten.
Ik leg mijn hoofd op mijn voorpoten en staar omhoog naar de onbewolkte hemel. De sterren zijn goed zichtbaar en er staat een grote volle maan. Als ik iets beter kijk zie ik de noordpoolster, de grootste en meest felle ster die er is, voor onze ogen dan. Ik word er op de een of andere manier rustig van als ik ernaar kijk.
Eric draait zich om, zodat hij met zijn volle gewicht boven op mij komt te liggen. Ik laat het begaan. Het kan me even helemaal niets schelen wat hij doet, wat íémand überhaupt doet. Ik moet steeds denken aan het feit dat we in levensgevaar zijn, hoewel het hier vrij rustig is. Maar mijn spierwitte vacht zal er toch voor zorgen dat we ooit een keer ontdekt zullen worden, maakt niet uit waar en wanneer. Ik weet dat het gewoon zal komen.
Mijn hoofd wordt moe en al snel verslappen mijn spieren, die nu ook de slaap beginnen te vatten. Terwijl ik naar de sterrenhemel kijk val ik in slaap.
"Gypta, opstaan." Eric maakt me wakker met zijn zachte stem.
Ik kom overeind. Mijn hoofd doet pijn doordat ik zo diep heb geslapen en de zon staat al hoog aan de hemel.
"Goedemorgen," zegt Eric als ik rechtop sta. Hij glimlacht naar me.
"Hoi," zeg ik droog.
Eric krabt even achter zijn oor met zijn voorpoot. "Lekker geslapen vannacht?"
Ik grijns. Hier heb ik eigenlijk geen antwoord op. Ik weet het niet.
Maar Eric heeft die veelbetekenende blik op z'n gezicht. Een blik die zegt dat hij zich niet op zijn gemak voelt. Helemaal niet zelfs.
Ik zal het moeten vragen.
"Eric?" vraag ik.
"Ja?" antwoordt hij, terwijl hij zijn blik naar me toe wendt.
"Voel je je... wel op je gemak?"
Eric staart me aan. "Nou ik, eh..." Hij kijkt naar de grond. "Eigenlijk maak ik me gewoon zorgen om Foxy en Bastiaan. We hebben ze daar achtergelaten, en ze zijn nou ook weer geen perfecte overlevers. Maar ja, dat gewoon. Je weet wel."
Ik knik. Dat gevoel drukt nu al op mijn lichaam sinds gisteravond. We hadden ze nooit achter mogen laten.
"Moeten we ze gaan zoeken?" vraagt hij.
Ik haal mijn schouders op. "Ze zullen vast wel ergens anders heen vertrokken zijn." Ik haal mijn schouders nog een keer op. "Die vinden we nooit."
Hij kijkt weer naar de grond. "Maar als we nou heel goed zoeken?"
Zelfs als we goed zoeken is de kans klein dat we ze vinden. En de kans is zelfs nog kleiner dat we ze in levende lijve vinden, aangezien ze totaal geen ervaring hebben met overleven.
"Dan weet ik het nog niet," antwoord ik.
En dan schiet het me te binnen dat we wel andere zorgen aan ons hoofd hebben. Drinkwater, bijvoorbeeld. Maar ook het omringende gevaar.
"Maar laten we dat even achterwege laten," zeg ik. "We moeten eerst water vinden, en ons richten op het mogelijke gevaar."
Eric knikt. "Dat is wel even belangrijker ja."
"Zullen we het hogerop zoeken dan? Daar vind je meestal wel water."
Hij knikt weer.
En dus lopen we weer bergopwaarts. Des te hoger je komt, des te meer neerslag er zal vallen. En dus des te meer water er te vinden valt. Al snel vinden een bron met vers, helder water. Waarschijnlijk zitten er geen ziektekiemen in.
Als we onze dorst gelest hebben vraagt Eric: "En hoe moet het nu met Foxy en Bastiaan?"
Ik weet niet hoe ik dit ga overleven. "Ik weet het niet. We kunnen ze moeilijk gaan zoeken. Dan zijn we voor niets naar boven gelopen."
Eric kijkt me doordringend aan. "Dat is niet helemaal waar. We zijn naar boven gelopen voor water, toch? En je weet ten slotte helemaal niet wat daarboven is."
"Maar dat is ook het probleem, Eric." Ik zucht. "Ik wil gewoon weten wat daarboven is."
"En stel nou dat het een hinderlaag is?"
"Dan is dat maar zo, toch? Het kan me eigenlijk niet zoveel schelen."
Nadat ik Foxy en Bastiaan achter heb gelaten kan me helemaal niets meer schelen. Mijn gedachten dwalen steeds af naar hen. Maar ook naar de manier waarop ik moet overleven. Ik weet het allemaal even niet meer. En soms voel ik dat het me allemaal te veel wordt.
"Jij wilt ze toch net zo graag terug vinden als ik dat wil?" vraagt Eric zacht. "We moeten ze vinden, anders zullen we altijd met de gedachten rondlopen van waar ze nou zijn."
Ik knik. "Dat is wel zo. Konden we nou maar zien wie er allemaal dood is gegaan."
Eric grijnst. "Ik weet wel hoe dat kan."
Ik kijk direct op. "Echt waar?! Hoe?"
Eric draait zich om, naar de weg naar beneden. Hij wenkt dat ik moet komen.
"Kom maar mee," zegt hij.
En ik loop achter hem aan.
_______________________________________________
Sorry voor zo'n kort hoofdstuk, maar ik heb op dit moment weinig inspiratie. Ook heb ik het een beetje druk met de geitjes en huiswerk.
Ik zou het heel fijn vinden als iedereen zijn/haar ideeën wil inzenden, daar kan ik wat mee doen :) En ten slotte leer ik er ook alleen maar van! :)
JE LEEST
The wolf and the games
FantasyDit verhaal gaat over Gypta. Ze bezit de speciale gave om in een wolf te veranderen, net zoals alle anderen in Skyland een gave bezitten. Het land beschikt over zestien districten en elk jaar worden er 2 jongens en 2 meisjes uit elk district gekozen...
