Omdat we niets te vrezen hebben, verlopen de komende drie dagen soepel en snel. We maken plezier, jagen - Foxy eet gewoon gras - en trekken steeds een stukje verder naar boven, zonder haast te hebben. Ik ben me al helemaal thuis gaan voelen hier.
De rust en kalmte wordt alleen enigzins verbroken door een vreemd geluid. Ik spits mijn oren, terwijl we te voet over de rotsige hellingen lopen. Er groeit hier nog maar weinig gras, maar daar maakt het dan wel plaats voor kleine struikjes.
Het geluid komt van onderen, zo klinkt het tenminste. Ik blijf stokstijf staan, en de anderen staren me aan, alsof ik iets doe wat zij niet begrijpen.
"Wat is er, Gypta?" vraagt Foxy, met een opgetrokken wenkbrauw die bijna niet te zien is door haar donkere vacht.
Ik spits mijn oren weer. "Een geluid. Ik weet het niet."
Eric kijkt om en loopt naar me toe. Hij loopt altijd naar me toe. En soms is dat best irritant, omdat ik wil dat hij gewoon blijft staan waar hij blijft staan. Maar ik zeg er niets van, want ik wil hem op de een of andere manier niet kwetsen.
"Wat voor geluid hoor je?" vraagt hij als hij naast me staat.
Ik heb werkelijk geen idee. Het klonk te ver weg om het überhaupt te kunnen identificeren.
Ik schud mijn hoofd een paar keer. "Geen idee."
"Laten we gewoon verder gaan," zegt Bastiaan. "We moeten ons niet af laten leiden door iets, toch?"
Ik schud mijn hoofd opnieuw. "Volgens mij heb je gelijk." Ik loop vooruit, en Eric loopt achter me aan.
De rotsen verdwijnen langzamerhand, naarmate we verder lopen. Ik heb het gevoel dat we de top naderen, wat ook wel logisch moet zijn als we al drie dagen achter elkaar omhoog lopen.
Dan bedenk ik me ineens dat er boven misschien geen groen zal groeien, wat betekent dat Foxy geen eten heeft. Maar ik besluit het voor me te houden totdat we boven zijn. Ik zie het wel.
Er komen kleine pakken sneeuw tevoorschijn. Hier wordt het ook iets steiler als daaronder, en ik kijk naar beneden om te zien hoe hoog we al zijn. Vooruit zie ik dat de berg afdaalt. Heel ver onder zie ik bomen als stipjes, en daar weer onder zie ik groen grasland met wat minder bomen, dat zo ver weg is alsof het lijkt dat ik naar een heel goed schilderij kijk. Het is ongelooflijk dat zo'n hoge berg in een arena past, want het is en blijft een arena. Het is omhulst met een doorzichtig krachtveld. Hoe ver is onze maatschappij nou al? Ik heb het gevoel dat ik zelf heel ver achter loop.
De sneeuw glinstert in de zon, die nu dichterbij staat dan ik ooit heb gezien. Dat komt natuurlijk omdat we nu een paar kilometer hoger zitten.
Een koud briesje vermengt zich met de ijle lucht, en opeens heb ik het heel erg koud. Het is belachelijk, omdat ik zo'n dikke vacht heb. Opeens heb ik het gevoel dat we een foute beslissing hebben gemaakt.
"Laten we een pauze nemen." Eric is onder een uitsteeksel van een rots gaan staan. "Even bijkomen."
Ik merk nu pas dat ik hijgend aan het ademhalen ben, en dat komt waarschijnlijk door het feit dat hoe hoger je komt hoe minder zuurstof er is. Ik denk oprecht dat het heel goed is om ons niet al te veel in te spannen.
We lopen - Bastiaan vliegt - naar het uitsteeksel toe en gaan er net zoals Eric onder staan.
"En wat wil je doen tijdens de pauze?" vraagt Bastiaan. "Er is hier niet veel te doen."
Eric staart Bastiaan bijna direct aan. "We moeten alert zijn. Gevaar ligt altijd op de loer. Knoop dat goed in je oren, wil je?"
Bastiaan knikt afwezig. Hij heeft het begrepen.
JE LEEST
The wolf and the games
FantasíaDit verhaal gaat over Gypta. Ze bezit de speciale gave om in een wolf te veranderen, net zoals alle anderen in Skyland een gave bezitten. Het land beschikt over zestien districten en elk jaar worden er 2 jongens en 2 meisjes uit elk district gekozen...
