Hoofdstuk 3

5 0 0
                                    

'Misschien was het nog te snel, te vroeg.' hoor ik en met een kreun probeer ik mijn ogen open te doen. 'Al, doe eens rustig aan.' hoor ik Max zeggen. 'Ugh..' ik duw zijn hand van me af en trek mezelf omhoog. Mijn hoofd voelt als een bom die elk moment kan ontploffen. 

'Aliva, luister en blijf liggen.' zegt Bo nu, maar ik negeer het. Ik schuif omhoog en laat mijn hoofd en rug rusten tegen de muur. Vervolgens doe ik mijn ogen openen zie dat Bo en Max terugdeinzen. 'Wat?' vraag ik ongerust. 'Wat is er?' als ik geen antwoord krijg. Ik adem in en voel de woede in mij borrelen, ik voel iets door mijn lichaam branden wat ik normaal niet voel, maar het is niet het gevoel wat ik normaal heb. Het lijkt wel of er een innerlijke strijd in wij woedt. 

'Je ogen.' zegt Tom als Bo en Max geen antwoord geven. 'Wat is er met mijn ogen?' vraagt ik. 'Het is niet alleen je ogen, maar ook je haar. Het lijkt... nou ja het lijkt alsof ze van kleuren veranderen. Het flits van de ene kleur naar de andere.' Ik zucht en wil het bed uitstappen naar de spiegel, echter voelen mijn benen als pap. 'Max breng me alsjeblieft een spiegel dan kan ik het zelf zien.' 

Max blijft lijkbleek staan en Bo rent naar mijn nachtkastje om een handspiegel te pakken. Als ze me de spiegel aanreikt durf ik bijna niet meer te kijken. Ik draai de spiegel om en schrik van mijn eigen gezicht. Het klopt, mijn ogen veranderen van kleur en dat doen ze tegelijk met het gevoel wat in mij lijkt te strijden. Ook mijn haar veranderd van kleur. Mijn ogen worden felrood en mijn haar gitzwart, vervolgens zijn mijn ogen felblauw en mijn haar krijtwit, daarna lijken mijn ogen goud en mijn haar bruin. En zo gaat het knipperen van het stoplicht een tijd door. 'Hoe kan het?' vraagt Bo. Terwijl Max haar de mond snoert, Bo en ieder ander in de kamer is stil, doodstil. Ik kijk naar mijn spiegelbeeld en voel me bekeken. Niet door de mensen die in de kamer staan, maar door iets onbekends. Iets wat in mij naar buiten wil, maar ik heb geen idee wat het is. Het voelt donker, duister en ik wordt er bang van. Mijn borstkast begint te hyperventileren en ik sluit mijn ogen in de hoop dat het minder wordt. Ik voel een oude astma aanval opkomen en Max staat direct naast me en rommelt in mijn nachtkastje opzoek naar een inhaler. Als hij hem heeft gevonden grijp ik hem beet en neem een pufje. Het krampachtige gevoel om mijn borst lijkt te verzwakken, maar de strijd inwendig gaat door. 

'Al- ga eens liggen misschien is dat beter.' ik wil er tegen in gaan, maar voel dat mijn lichaam het niet met me eens is. Ik geef toe en laat me weer onderuit glijden op het bed. 'Iedereen eruit.' weet ik uit te brengen en rol mezelf op. Ik hoor mensen weg gaan en als ik mijn ogen open doe zie ik alleen Max nog bij het bed zitten. Hij wrijft met zijn hand over mijn rug. Ik wordt kalmer en voel dat de strijd in mij minder wordt. Het lijkt alleen eeuwen te duren voordat het gevoel weg is. 'Aliva, wat er ook is. Ik blijf bij je. Hoor je me? Ik blijf bij je.' zegt Max en hij blijft over mijn rug wrijven. Na een tijdje voel ik me ontspannen genoeg om mijn ogen weer open te doen. 'Heb je ze gezien?' vraag ik als ik me weer normaal voel.

'Hoe bedoel je?' vraagt Max. Ik zucht en voel dat de strijd weer begint te borrelen. Blijkbaar zodra ik me ergens over opwind gaat mijn lichaam zichzelf opdelen. Onthoud niet druk maken, dan blijf je jezelf. Ik haal nog een keer diep adem en begin dan te vertellen wat er is gebeurd tijdens het uitgaan in Fiësta. Max onderbreekt me niet en luistert. Als ik klaar ben blijft het een tijd lang stil. Max lijkt diep in gedachten en ik ga rechtop zitten in bed. Max handen liggen op mijn benen en lijken in gedachte mijn benen te masseren. Niet verkeerd, maar toch zou ik willen weten wat hij dacht. 'Max, zeg eens iets.' Hij schrikt van mijn stem en kijkt me aan. Zijn ogen flitsen ook van kleur naar kleur. 

'Ik weet niet of ik je alles kan vertellen, maar wat ik je wel kan vertellen is dat het normaal is dat je nu mee maakt. Ik bedoel die kleuren wisseling en je haren. Ik dacht dat je het niet hoefde te doorlopen of dat je het al achter de rug had. Daarom heb ik het nooit met je besproken of althans het was ook niet mijn werk om het met je te bespreken.' hij valt stil en ik spoor hem aan om door te gaan. 'Dat je van kleuren wisselt, dat gebeurd bij Voglia en Steal alleen als je van jongvolwassene naar volwassene gaat. Ik had verwacht dat jij, omdat je uniek bent hier niet doorheen hoefde of dat je het in een lichtte mate zou doorlopen. Ik bedoel je ogen hadden tig verschillende kleuren gisteren. Ik had de gedachte om je te vertellen dat het misschien te maken had met de overgang, maar aan de andere kant leek het me onwaarschijnlijk, omdat je dan van de ene kleur naar de andere kleur hopt in plaats van alle kleuren in een keer toonbaar te stellen. Ik weet het niet, maar wat je net liet zien. Ik dacht dat je het nooit hoefde te ondergaan. Het is het zwaarste waar je doorheen moet.' ik begin te lachen, eerder te giebelen als een jong schoolmeisje en voel dat mijn lichaam weer van kleur veranderd. Mijn huid blijft gewoon hetzelfde, maar ik weet gewoon dat mijn haar van kleur veranderd. 

'Je bedoeld dat ik geen puber meer ben, dat de overgang mijn lichaam van kleur laat veranderen.' Max knikt en begint ook te lachen. 'Wat ik eigenlijk bedoel is dat je kracht en lichaam zich ontwikkelen naar het volgende niveau. Dat je waarschijnlijk onstabiel zult zijn tijdens het proces en dingen anders gaat voelen dan dat je behoort te voelen en dat je waarschijnlijk dingen ziet die er niet zijn.' ik val stil en kijk hem aan. 

'Je bedoeld dat ik het me kan hebben verbeeld dat die jongens Jermaih en Lucas mijn broers zouden zijn en mijn vader?' 

Max knikt 'Ja, dat zou kunnen. Het lijkt me onwaarschijnlijk en ik wil met Deflo en Levien praten zodra jij je goed genoeg voelt.'


Evenbeeld part II Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu