'Hier moet het zijn.', zei Arend. Met zijn drieën keken ze in een diep zwart gat. Het leek oneindig door te lopen. Lieze had niet veel meer zin in dit avontuur. Ze wreef ongemakkelijk met de ring om haar vinger. 'Hoe kom je aan die ring?', vroeg Arend.
'Gevonden in het gezonken schip toen die haai me aanviel.', antwoordde Lieze.
'Er was helemaal geen schip?'
'Jawel, daar kwam die haai vandaan.'
'Ik vrees dat je hallucineert. Zoiets gebeurd wel vaker als je het orakel bezocht hebt of van plan was het te bezoeken. Pas maar op met die ring. Hij bezit oftewel duistere krachten oftewel goede. Hij kan je schade toebrengen of je leven redden. Hangt er vanaf wat de vrouw in je toekomst zag. Ga je op het verkeerde pad terechtkomen, dan zal ze daar een stokje voor steken. Door je met andere woorden te vermoorden. Maar ben je goed, dan zal ze je helpen.', zei Arend.
Lieze kreeg rillingen. De ring was duidelijk voor haar bedoeld, maar ze was er niet als te blij mee. Of misschien wel. Dat hing af van de goedheid van het kleine ding. Ze probeerde het ding eraf te schuiven maar hij leek samengesmolten met haar vinger.
'Je krijgt hem er niet meer af', zei Arend.
'Dat had ik duidelijk niet door', grapte ze.
'Leuk dat jullie het fijn vinden, maar we staan op het punt in een diep gat te kruipen', zei Lucas ernstig. Of misschien was hij een tikkeltje jaloers?
Arend maakte aanstalten om in de lege ruimte te kruipen. Spijtig dat zaklantaarns onderwater niet werkten. Maar tot zijn verbazing was er beneden geen water. Net zoals het orakel vertelde. Rustig ademde hij terug lucht in. Nu volgden ook Lieze en Lucas. Toen Arend een stap naar voor zette, sprongen verschillende toortsen aan. Een hele lange gang werd verlicht. Het was inderdaad een doolhof en waarschijnlijk groter dan ze dachten. Lieze nam haar kaart tevoorschijn. Ze was het orakel eeuwig dankbaar. Want wat als ze hier in verdwaald waren geraakt? Ze wilde het gewoon niet in beelden. Maar over die ring had ze toch nog wat twijfels. Terwijl ze verder wandelden merkten ze dat in de hal vijf deuren waren. Ook op de kaart stond dit aangeduid. Het leek net op een spelletje op de achterkant van een cornflakesdoos. In het midden van de kaart was de schat aangeduid. Of met andere woorden de Malinde. Uiteindelijk kozen ze voor de laatste deur. Een grote draak versierde de deur en keek hun nauwlettend aan. Zachtjes opende ze de deur. Een licht gekraak gaf Lieze rillingen. Achter de deur lag een smalle gang. Arend besloot weer voorop te gaan. Voor de zekerheid had hij een toorts meegenomen. Je wist nooit wat je hier kon tegenkomen. Telkens als Arend een pas zette, keek hij wantrouwend rond. Elke val, zou hun laatste kunnen zijn. Wanneer hij weer stopte, werd Lieze haar angst groter. Op haar schouders voelde ze Lucas zijn zachte handen. Een gloed van warmte schoot door haar lichaam. Telkens als hij dat deed, werd ze weer even kalm en vergat ze de wereld rond haar. Het liefst zou ze zich ronddraaien en hem willen kussen tot ze geen adem meer kreeg. Maar de gangen waren wat te smal. Ze naderden stilletjes aan het midden van de doolhof. Hoe dichter ze kwamen, hoe smaller de gangen werden. Plots stopte Arend weer. Lieze probeerde over zijn schouder heen te kijken, maar het enige wat ze zag was een fel licht. Wanneer hij de grote zaal binnenwandelde, merkte Lieze waar het licht vandaan kwam. Op een sokkel stond een kleine toverstok gemaakt uit hout. Er waren minuscule tijgers ingehouwen. Aan het uiteinde van de stok zat een kleine diamant die wat leek op de ketting die ze rond haar nek droeg. Lieze maakte aanstalten om op het ding af te rennen, maar net op tijd hield Lucas haar tegen. Langs haar rechterkant vlogen kleine stekels in de lucht. Het scheelde een haar of Lieze haar avontuur was hier geëindigd. 'Wat doe je nou!', fluisterde Arend kwaad. Achter haar stond Lucas verward te kijken. Hij leek niet echt te begrijpen wat er net gebeurd was. 'Had je gedacht dat het zo gemakkelijk ging gaan?', zei Arend. Hij duwde haar lichtjes opzij en kroop laag over de grond. Uit zijn broekzak haalde hij het zakje waarin de beschermingsstof had gezeten. Hij haalde zachtjes de staf van de sokkel en verving die door het zakje. Zo snel mogelijk rende hij terug en overhandigde het ding. 'Ik ben geweldig! Voila, ik heb het weer opgelost voor...', zei hij. Maar voor hij die woorden uitgesproken had, trilden de muren naast hen. Dit kon nooit goed zijn. Verbaasd keken ze naar de bakstenen die zich begonnen op te stapelen. Tot hun verbazing veranderden de stenen in een groot bakstenen monster. Hij had geen ogen, maar twee lege holtes. Een derde holte moest zijn mond voor stellen. Zijn armen waren stevige rotsblokken net zoals zijn benen. Hij keek haastig rond zich en snoof diep in. 'Maak zo weinig mogelijk geluid. Hij is blind en probeert af te gaan op geur en geluid', zei Arend ernstig.
'Zo te zien had je het toch niet zo goed opgelost', grinnikte Lucas.
'Ik denk niet dat het nu tijd is voor grapjes', zei Lieze.
Maar dat laatste zei Lieze net iets te luid. Het hoofd van het beest richtte zich in hun richting. Dit was het einde...
De maan stond hoog en gaf een enge schijn aan de bungalows. Thijs zocht haastig naar bungalow nummer honderd. Elke seconde telde. 'Ik heb hem gevonden!', riep Sophia. Maar Thijs gaf geen kik. Hij liep met gerechte schouders op hen af. Hij rammelde met de deurklink maar het huisje leek op slot te zijn. Zonder te twijfelen schopte hij met zijn voet de deur in. Maar tot hun verbazing was het huisje angstaanjagend donker. Thomas zocht de lichtschakelaar en er knipte een klein lichtje aan. Een paar oude meubelen zorgden voor de inrichting van de kamer. 'Er is niemand. Hoe kan dat?', vroeg Thomas. Hij rommelde wat tussen de keukenspullen. Sofia plaatste zich in de oude zetel terwijl de jongens onderzoek deden. Thijs draaide zich om en zag de zielige blik van Sophia. Twijfelend plofte hij zich naast haar in het oude ding. 'Het spijt me dat ik je zo negeerde', zei Thijs die haar niet durfde aankijken.
'Nee, het spijt mij. Ik had moeten luisteren en naar huis gaan', antwoordde Sophia triest.
Thijs sloeg een arm rond haar schouder en trok haar naar zich toe. Hij kuste zachtjes haar voorhoofd. Ze legde haar hoofd tegen zijn schouder. Nog even en ze zou in slaap kunnen vallen. 'Jongens! Ik heb een aanwijzing gevonden!', riep Thomas trots. Thijs kroop uit de zetel en keek aandachtig naar de oude kookpot op het aanrecht. Er zaten restjes in van oude en groene stof. Waarschijnlijk wilde iemand een stof creëeren waarmee je onder water kon ademen. Thijs gleed met zijn vinger in de kookpot en rook aan de restjes stof. 'Ik denk dat ze het water in zijn gegaan. Maar ik heb geen idee waarom', zei Thijs.
Maar toen hij terug naar Sophia wilde gaan, hoorde hij een hevig gekraak. Hij keek naar de deuropening, maar er was niets. Weer klonk er een gekraak, maar dit keer erger. Met zijn drieën bleven ze naar de deur staren. Achter hun klonk er het geluid van rinkelend glas. Thijs greep zijn dolk en keek schichtig rond. Ook Thomas stond al klaar met zijn zwaard. Sophia bleef in shock op de sofa zitten. De ramen waren kapotgeslagen. 'Jullie denken Sirene te ontmaskeren?', zei een zoete stem. Maar er was niemand te bespeuren. De kamer was leeg. 'Dat zal jullie nooit lukken. Theodor en Sirene zullen zegevieren. Alle uitverkorenen die zich aansluiten zullen overleven bij de overname van de aarde. Na de aarde zullen we het hele heelal in handen hebben!', schreeuwde de vrouwenstem.
'Zeg op, wie ben je?', schreeuwde Thomas kwaad.
Een kleine schim in de hoek van de kamer verscheen. Zara had onzichtbaarheidsstof gebruikt. Haar blauwe kleed gleed over de vloer. Ze haalde haar handen omhoog en de kraan achter Thomas begon hevig te trillen. 'Duiken!', riep hij. Iedereen buiten Zara gooide zichzelf tegen de grond. Net op tijd want een hele boel water verspreidde zich met volle kracht over de kamer. Het water klotste tegen de grond en bevroor meteen. Iedereen zijn handen en benen waren bevroren tegen de vloer. Erger kon het niet.
'Zara. Ik wil je iets vertellen', zei Thijs ernstig.
'Wat kun jij me bieden jongeling?'
'Je denkt dat de uitverkorenen zullen overleven, maar Theodor is iets anders van plan. Nadat hij alle uitverkorenen vermoord, grijpt hij het rode boek en heerst alleen over de aarde. Ik vrees ook dat Sirene niet zal overleven'
'Leugenaar! Je wilt me gewoon afleiden!'
'Luister toch naar me Zara! De waarheid is hard, maar wel de waarheid'
'Nooit!'
Thijs kon in haar ogen het vuur zien brandden. Wie had haar zo kunnen hypnotiseren?

JE LEEST
Felidi 2: de terugkomst van Theodor
FantasyNa het verslaan van de drakenkoning Theodor, heeft Lieze het moeilijk. Ze krijgt haar leven niet op orde en heeft de opleiding nog steeds niet afgerond. Maar dat is niet het ergste. Ze heeft het gevoel dat iedereen tegen haar liegt. Inclusief Lucas...