Het onvoorspelbare orakel

91 10 1
                                    

Hoe verder Lieze zwom, hoe donkerder de zee leek te worden. Ze hadden een hele reis achter de rug en ze was doodmoe. Lucas en Arend leken maar niet moe te worden. Telkens als ze vroeg om even te stoppen kreeg ze een boze blik. Ze wist het, elke seconde telde, maar ze was gewoon op. In de verte leek ze een pleintje te herkennen. Het leek een beetje op een orakel. Ze bleef verbaasd kijken tot een plots geschreeuw haar deed verstijven. Dus hier kwam dit vreselijke geschreeuw vandaan. Ze legde haar handen op haar oren en wachtte tot het voorbij was. Zoals verwacht, was het meteen voorbij. Ze zwom vlug verder en ze begreep meteen dat het een echt orakel was, maar onder water. Het was omringd door rotsen met handboeien. Verschillende zeemeerminnen waren vastgeketend. Een rilling kroop over Lieze haar rug. De plek was beangstigend donker en overal leek ze schimmen te zien. Lucas legde zijn hand op haar rug om haar gerust te stellen. Maar het werkte niet. Ze zwommen onder een boog door en kwamen op het pleintje terecht. In de tegels herkende ze zeewier en schelpen. In het midden van het plein stond er een sokkel met een vrouw erop. Haar gezicht was bedekt met een mantel en haar staart was zo zwart als een kraai. Lucas duwde haar zachtjes voorruit en knikte. Lieze zwom bang naar voor. Zij was de jongste, zij moest dit doen. De vrouw hief haar hoofd op en Lieze merkte dat ze geen pupillen of irissen had. Geschrokken zwom ze achteruit. 'Wees niet bang, uitverkorene.', zei ze de vrouw, 'ik wist dat je zou komen.'
'Mevrouw, ik zou graag weten waar de Malinde zich bevindt.', zei Lieze met een bibberende stem.
'Dan zal je een raadsel moeten oplossen, maar de gevolgen zijn zwaar als je fout antwoord.'
'Dan zal ik mijn krachten verliezen...'
'Wat, Lieze? Dit ga je toch niet proberen?', zei Lucas verontwaardigd.
'Ik kan niet anders. Het lot van het heelal ligt in mijn handen.'
Lucas wilde net naar haar toe zwemmen en haar wegtrekken maar een onzichtbare koepel hield hem tegen. Hij klopte er nog een keer tegen om zeker te weten dat het er echt was. De vrouw keek hem doordringend aan en zachtjes zwom hij weer achteruit.
'De keuze ligt bij jou meisje.', zei de vrouw.
'Ik heb niet echt een keuze, dus ja.'
De vrouw draaide met haar handen en Lieze dacht dat ze ging kokhalzen. Een rode gloed verdween uit haar mond en stroomde zachtjes in de handen van de vrouw. Ze draaide de stof in het rond tot een bol.
'Ik heb je krachten afgenomen. Als je juist antwoord, krijg je ze terug, antwoord je fout dan houd ik ze bij voor altijd. Dan zul je voor altijd normaal blijven en nooit meer in een tijger kunnen veranderen.', zei de vrouw met een gemene lach, 'mijn raadsel luid: wat loopt eerst op vier poten, daarna op twee en als laatste op drie?'
Lieze dacht diep na. Welk beest zou zoveel poten hebben in zijn leven? Ze keek even achter zich en Lucas leek het antwoord te zeggen. Maar ze hoorde niets en was volledig van hun afgesloten. Ze voelde dat ze het warm kreeg en de druk was ongelofelijk zwaar. Ze keek naar beneden en zag de tegels met de figuren. Mensen dansten tussen de zeemeerminnen. Nu wist ze het antwoord.
'Het is een mens!', antwoordde ze enthousiast.
'Maar dat kan niet! Dat is onmogelijk!', antwoordde de zeeheks. Ze boog voorover, 'nog nooit heeft iemand dit kunnen beantwoorden. Ik vertel je met alle eer de plek van de Malinde. Maar je moet nog iets weten uitverkorene.'
'Zegt u maar.'
'De Malinde is te vinden aan het meer van de zeeheksen. Het meer is geen meer maar een kuil in de grond. Je kan er ademen. Maar pas op, het is een labyrint zo groot dat je er jaren in kunt rondlopen. Ik heb een kaart voor je. Maar nog iets anders. Je hoorde waarschijnlijk het schreeuw van de zeemeerminnen op de rotsen. Dit is een vloek Lieze, maar niet de mijne. Vertrouw Sirene voor geen haar.'
'Wil je zeggen dat Sirene haar eigen volk vervloekt heeft?'
'Dat kan ik niet zeggen. Iemand heeft het me verboden het te vertellen. Alleen door het praten in raadsel kan ik geheimen verklappen.', zei de vrouw die zich omdraaide en rommelde tussen wat boeken. Ze opende een boek en scheurde er een pagina uit. Ze overhandigde het papier en ging terug op de sokkel zitten. 'Ik zie in je toekomst dat er een grote overwinning zal zijn. Een volk zal gelukkig worden.', glimlachte de zeeheks. Lieze glimlachte. Ze begreep dat de vrouw haar wilde misleiden. Ze wilde haar valse hoop geven. Er waren twee volken en beiden konden gelukkig worden. Ze draaide zich om naar Lucas en de koepel leek verdwenen te zijn. 'Ik heb alles gehoord.', zei Lucas. Hij nam de kaart van haar over en bestudeerde hem. Arend kwam naast hem staan. 'Ik weet waar die kuil is.', zei Arend. Iedereen keek in zijn richting. 'Ik ben er eens geweest toen ik klein was. Maar het is onbekend terrein. Noch zeewezens noch anderen weten wat het inhoudt.'
'We kunnen niet anders.', zei Lieze. Ze beet pijnlijk op haar lip. Iedereen verwachtte dat zij de oorlog zou beëindigen, maar of het zou lukken? Dat was een ander verhaal...

De vergaderzaal was leeg ingericht. Een vierkante tafel en wat stoelen stonden klaar voor Thijs en Thomas. Ze namen plaats op de eerste beste stoelen. Sirene was al gaan zitten en bladerde door wat papieren. Thijs wachtte ongemakkelijk tot Sirene zou beginnen maar ze zei niets. 'Mevrouw, wilt u niet weten wat we u te vertellen hebben?', vroeg hij. Sirene keek even op en legde haar boek opzij. Ze leek het bezoek niet zo fijn te vinden.
'Waarom kwamen jullie nu ook alweer langs?', vroeg ze geïrriteerd.
'We hebben Theodor gezien in Felidi. Hij wist ons belangrijke informatie te geven.', zei Thijs terwijl hij slikte. Naast hem zat Thomas hevig te bibberen. Ook Sophia voelde zich niet op haar gemak. Ze was zonder goede reden meegegaan. Maar gelukkig had ze nog geen preek gekregen van Thijs. Hij wilde haar waarschijnlijk niet kwetsen. Maar toch zat het haar dwars. Hij had nog geen woord tegen haar gezegd sinds hun aankomst.
'Hoe bedoel je?', zei Sirene die plots heel nieuwsgierig klonk.
'Hij wilde de aarde weer overnemen. Daarna was hij verdwenen.'
'Oh, nou dan stuur ik wat wachters.', zei Sirene die zuchtte, 'ik veronderstel dat jullie hier nog wat willen blijven? Ik kan jullie een lekker visbuffet aanbieden?'
'Jazeker mevrouw.', zei Thijs plechtig. Hij wist dat Sirene hen wilde tegenhouden. Ze wilde geen risico's nemen en probeerde iedereen die onderzoek deed, tegen te houden. Als het geheim aan het licht zou komen, dan zou dit de start van een oorlog kunnen zijn. Sirene klapte zachtjes in haar handen en twee bedienden wandelden formeel binnen. Thijs en Thomas stonden automatisch recht en liepen met het duo twee. Sophia twijfelde eerst maar volgde toch. De snorren van de mannen sprongen op en neer als ze wandelden. Thomas moest moeite doen om zijn lach in te houden. Uiteindelijk kwamen ze een grote zaal binnen. Een groot buffet stond klaar en Thijs snoof een sterke visgeur. Hij liep af op de glazen toonbanken en bestelde kreeft. Als het gratis was, dan moest hij kunnen genieten. Thomas nam gewoon fishsticks. Hij profiteerde niet graag. Sophia nam niets. Haar honger leek over te zijn. Ze namen plaats aan een tafeltje dicht bij het raam. Voor zich zag Thijs een bleek meisje zitten. Ze probeerde zijn aandacht te trekken, maar hij negeerde haar. Rustig at hij verder van zijn kreeft en keek naar buiten. In zijn ooghoeken voelde hij hoe ze staarde. Plots hoorde hij het verschuif van stoelen en tot zijn verbazing stond ze naast hun tafel. 'Hey nieuweling, wat brengt jou naar hier?', vroeg ze terwijl ze vooroverboog.
'Niets wat jou aan gaat.', zei hij terwijl hij wegkeek.
'Ik,weet dat jullie opzoek zijn naar Lieze en haar vriendje. Hoe heet hij nu weer? Lucas?', zei ze glimlachend.
'Hoe weet jij dat? Wie ben jij eigenlijk?', zei Thijs verontwaardigend.
'Nou nou, waarom zo gemeen? Ik ben Zara. Maar als je niet wil weten waar ze zijn dan ga ik wel.', zei ze terwijl ze aanstalten maakte om te vertrekken. Net op tijd greep Thomas haar pols. Hij wist dat Thijs zijn eer niet zou opgeven. Maar deze informatie was te belangrijk.
'Vertel het dan aan mij.', stelde Thomas voor.
'Nou, ze zijn bij Arend. Een uitverkorene die een paar huisjes verderop woont. Nummer honderd.'
'Waarom geef je ons die informatie eigenlijk?', vroeg Thomas verward.
'Omdat jullie de bekende bende van Felidi zijn. Jullie hebben Micio vernietigd. Het is een eer om jullie te helpen.', zei ze glimlachend. Maar Thomas merkte dat ze loog.
'Bedankt. Ik wist niet dat we zo populair waren.', grinnikte Thijs.
Maar Zara was al naar het buffet gelopen. Thijs vertrouwde haar voor geen haar. Hij knikte naar Thomas en beiden stonden ze op. Sophia volgde onderdanig. Tijd om een bezoekje te brengen aan die ene Arend. Hij had geen andere keus dan dit vreemde meisje te geloven. Andere aanwijzingen had hij niet. Maar stiekem hoopte hij dat ze gelijk had...

Felidi 2: de terugkomst van TheodorWaar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu