Hoofdstuk 12

104 9 4
                                        



Ik ren tot mijn longen het niet meer aankunnen en zelfs dan nog ga ik verder. Het kan mij niets schelen waar ik ben, zolang ik maar niet in dat verdomde kasteel hoef te zijn. Zolang ik maar weg ben bij mijn vader en die vrouwen. Ik had nog op voorhand gezegd. Ik wist wat mij te wachten stond toen hij mij naar beneden riep. Ik had gewoon moeten doen alsof ik sliep, alsof ik hem simpelweg niet hoorde. Ik had mezelf niet voor de gek moeten houden. Waarom deed ik dat?

Hoe kan ik nu kiezen tussen een rij vrouwen met welke ik wil trouwen terwijl mijn hart verkocht is aan Vidor? Het kan gewoon niet. Het gaat niet. Ik voel mij best wel rot om die meisjes zomaar achter te laten, maar mijn vader moest beter weten. Ik vertraag langzaam mijn pas en kijk om mij heen. Ik ben nog nooit buiten de kasteelmuren geweest, tenzij voor dat ene feest, ook al kon dat feest niet echt mee tellen want mijn ouders sleurden mij van het kasteel in de kar en andersom ook. Ik kon zogezegd de buitenlucht amper inademen. Ik heb dus nooit iets anders gezien dan mijn kasteel.

Ik ben omgeven door bomen. Dikke bomen, dunne bomen, hoge bomen... Overal zie ik groen. Er is geen pad te bekennen. Ik moet er onbewust van afgeweken zijn tijdens mijn vlucht. Een paniekerig gevoel schiet mij te binnen. Hoe moet ik in Godsnaam ooit terug geraken? Het is niet alsof ik voor altijd daar weg wilde! Ik wilde gewoon wat ruimte, wat plaats om te denken...

Ik kijk nog eens goed rond mij maar ik voel me totaal gedesoriënteerd. Ik kan mij zelfs niet meer herinneren van welke kant ik kwam. Zuchtend zet ik mij dan maar tegen een boom. Ik moet mijn weg terug zien te vinden, en liefst voordat de nacht valt. Wie weet wat voor gevaarlijke dieren er allemaal leven in een bos. Een wolf? Een beer? Een tijger? Het kan altijd zijn dat hier tijgers rondlopen.

Ik trek mijn knieën naar mijn borstkast toe. Ik heb een hele poos gelopen, dat zeker. Het zijn zeker verschillende uren geleden sinds ik ben weggelopen. De zon staat lager dan voordien. Ik staar wat verloren voor mij uit. Ik begin stilaan spijt te krijgen van mijn keuze. Misschien had ik gewoon naar mijn vader moeten luisteren. Misschien moet ik gewoon met een vrouw trouwen en doen alsof het leven perfect is. Maar het leven is jammer genoeg niet perfect... Nu pas besef ik wat voor verloren strijd ik nog voer.

Ik blijf een tijdje tegen de boom zitten maar verlaat daarna deze plek. Het is misschien het beste om te blijven doorlopen en te zien of ik misschien een dorpje tegen kom waar ik kan slapen. Ik heb vast wel iets waardevols op zak om te ruilen tegen een slaapplaats. Mijn maag begint bij deze gedachtes plots te grommen. Iets te eten zou ook wel leuk zijn.

Al veel te snel begint het avond te worden en verdwijnt de zon achter zijn horizon. Nog altijd heb ik niks gevonden om te eten of om te overnachten. Ik kan nu alleen maar hopen dat ik ook maar iets van onderdak vind. Ik wil echt niet in de open lucht overnachten. Dat is veel te gevaarlijk! Ik loop nog een eindje verder en zie wonder boven wonder een silhouet van een hutje opduiken. Ik ren er zowat juichend van plezier naar toe. Toch blijf ik staan wanneer ik zie dat het eigenlijk een verlaten hutje is. Zou ik daar wel in slapen?

Ik kijk naar de lucht en zie dat het stilaan donker begint te worden. Dit hutje is mijn enige verblijfplek, maar wie weet wat ik daar binnen zal aantreffen. Het kan zijn dat er een rottend lijk in ligt. Ik ril bij deze gedachtes maar spreek mezelf moed in. Ik moet deze plaats wel accepteren. Het is maar voor een enkele nacht. Morgen ga ik weer op pad, zoekend naar iemand die mij de weg kan wijzen naar mijn kasteel.

Ik stap voorzichtig dichterbij en duw de deur van het hutje open. Wat ik aantref, is iets compleet anders dan ik verwacht had. Het hutje mag er dan van de buitenkant oud en verlaten hebben uitgezien, maar de (toenmalige) eigenaar heeft ervoor gezorgd dat de binnenkant er veel beter uit ziet. De muren zijn van hout en over het algemeen geeft het interieur een gezellige indruk. Ik stap dan ook snel naar binnen en bedank God wanneer ik zie dat er ook een open haard is. Het leven zit mij plots eens mee. Ik doe de deur achter mij dicht en wandel zo snel mogelijk naar het haardvuur. Ik maak deze aan en laat mezelf even later van de warmte genieten. Na zo een verschrikkelijke dag is dit tenminste nog een goede afsluiter.

Ik ga op zoek naar een deken en eventueel een matras en leg deze voor het haardvuur. Ik lig vanavond lekker hier. De koelkast mag dan misschien hier leeg zijn en mijn maag mag dan misschien knorren, toch ga ik hier mooi niet weg. Misschien dat ik hier wel een paar dagen blijf, mocht ik wel iets van eten vinden.

Ik nestel mij dus neer op het matras en staar naar het vuur voor mij tot er plots op de deur geklopt wordt. Bang sta ik vliegensvlug op. Misschien zou hier wel iemand leven en zou ik dus een indringer zijn op zijn terrein. Ik stap trillend naar de deur. Het geklop blijft duren en wanneer ik bij de deur sta, doe ik het bijna in mijn broek van angst. Ik duw de hendel langzaam naar beneden en zie hoe er een gedaante van een man voor mij verschijnt.

A/N: I love this story too muchhh ♥ Wat vinden jullie ervan?

Emotieloos [BoyxBoy]Waar verhalen tot leven komen. Ontdek het nu